1. Het is de rechthebbende (de persoon die recht heeft op) een vast gevestigde zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische karakter openlijk te tonen, aan te bieden of aan te brengen:

    1. als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de manier van tonen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    2. op een andere manier dan volgens de door het bevoegd bestuursorgaan voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tonen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die bedoeld zijn voor het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.