1. Het is verboden om op een openbare plaats of in een voor het publiek bereikbare ruimte zonder reden aanwezig te zijn, op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarvoor in de artikelen 424, 426b is of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 andere bepalingen zijn opgenomen.