1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder recreatieterrein verstaan: een als zodanig kenbaar terrein dat bestemd is voor openbare recreatie door kinderen en/of volwassenen.

  2. Het is verboden zich op een recreatieterrein zodanig te gedragen dat andere gebruikers van het terrein daarvan klaarblijkelijk hinder ondervinden.

  3. Het is verboden een speeltoestel of andere voorziening op een recreatieterrein te gebruiken, anders dan met in achtneming van de daarbij aangegeven leeftijdsgrenzen en/of gebruiksvoorschriften, of anderszins te gebruiken op wijze die klaarblijkelijk niet overeenstemt met de bestemming van het speeltoestel.

  4. Het is verboden op een recreatieterrein voertuigen, inclusief fietsen en bromfietsen, te parkeren of te plaatsen anders dan de daarvoor aangegeven plaatsen, respectievelijk de daarvoor geboden voorzieningen.

  5. Het is een eigenaar of houder van een hond verboden, die hond te laten verblijven of te laten lopen op een recreatieterrein:

    1. zonder dat die hond is aangelijnd;

    2. zonder dat die hond is voorzien van een halsband of door middel van een aangebracht identificatiekenmerk, die/dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  6. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

  7. Het verbod gesteld in artikel 4:8 is eveneens van toepassing op een recreatieterrein.