1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging.

  2. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken indien dit leidt tot oneerlijke mededinging.

  3. Het verbod in lid 1 geldt niet voor maximaal 3 door de paracommerciële rechtspersoon georganiseerde bijeenkomsten per inrichting per kalenderjaar, mits hiervan uiterlijk 2 weken van tevoren melding is gedaan bij de burgemeester middels een daartoe door de burgemeester vastgesteld formulier. Deze bijeenkomsten hebben in afwijking van artikel 2:29 lid 2a een maximale eindtijd van 01.00 uur. Indien er meer bijeenkomsten aangevraagd worden, dan beoordeelt de Burgmeester of er sprake is van een oneerlijke mededinging. Elk jaar wordt het aantal bijeenkomsten geëvalueerd en of er sprake is geweest van oneerlijke mededinging. Middels een Raadsinfomatiebrief wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomsten.

  4. De burgemeester kan een paracommercieel rechtspersoon verbieden een bijeenkomst te organiseren als bedoeld in lid 3;

    1. indien naar zijn oordeel dit in het belang is van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, dan wel het woon- en leefklimaat;

    2. artikel 20, eerste of artikel 45a, eerste lid van de Alcoholwet in de periode 5 jaar voorafgaand aan de melding is overtreden.