-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren;
-
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed,
de aanvrager of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Bij toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting gelegen is of gelegen zal zijn;
de aard van de openbare inrichting;
de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting;
de wijze van bedrijfsvoering door de aanvrager en/of de leidinggevende, en;
het levensgedrag van de aanvrager en/of de leidinggevende.
-
Onverminderd het gestelde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen als:
de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften of beperkingen, behorende bij de vergunning, overtreedt;
aannemelijk is, dat de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, dan wel de vrees hiertoe wettigen;
de vergunninghouder of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid;
de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:28b gestelde eisen;
de vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste driemaal op grond van artikel 2:28c, eerste lid om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28c, vijfde lid;
er sprake is van een gewijzigde exploitatie of vergunninghouder, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;
de vergunninghouder in de artikelen 2:28c, eerste lid en 2:28e bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan.
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
-
Als een vergunningaanvraag tevens betrekking heeft op de exploitatie van een of meer terrassen, zoals bedoeld in artikel 2:27, lid 3, sub c., beslist de burgemeester in afwijking van artikel 2:10, eerste lid, voor zover deze terrassen zich op een openbare plaats bevinden, ook over de ingebruikneming van de openbare plaats ten behoeve van het terras. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:28, tweede lid, vierde lid en vijfde lid kan de burgemeester de ingebruikneming van de openbare plaats door een terras weigeren als:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare plaats, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.
-
Het is verboden een terras te exploiteren:
op of aan openbare plaatsen die door de burgemeester met het oog op de belangen genoemd in het vijfde lid zijn aangewezen, en;
op of aan openbare plaatsen die door het college met het oog op de belangen genoemd in het tiende lid zijn aangewezen.
-
De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar bij het indienen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid een exploitatieplan moet worden vastgelegd waarin de maatregelen staan beschreven die de aanvrager neemt om overlast in de omgeving van de openbare inrichting als gevolg van de exploitatie van de openbare inrichting te voorkomen.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie van openbare inrichtingen.
-
Artikel 2:28, eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten inrichtingen voor zover de exploitatie zodanig geschiedt dat daardoor de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.
-
Voor de openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als de winkel.
-
Voorts geldt het eerste lid niet voor:
een openbare inrichting in zorginstellingen;
een openbare inrichting in musea;
een openbare inrichting in bedrijfskantine of -restaurant;
een openbare inrichting in kerken;
een openbare inrichting in rouwcentra of crematoria.
-
Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet.
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Recreatieterreinen
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:41a
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:48b
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 2:28
Actueel
Exploitatie openbare inrichting
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.