1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving en er geen fase ‘extra alert’ (fase 2) in het kader van natuurbrandgevaar van toepassing is, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden;

    4. de vuurplaats op het terrein van scouting De Trijsberg, gelegen aan de Oranje Nassaulaan; en

    5. de stookplaats van het Amfitheater van de Zandkreek (Schippersinternaat), gelegen aan de Koeweg 17.

  3. Mits geen sprake is van code oranje of rood zoals bedoeld in de stookwijzer van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), is het verbod niet van toepassing op sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.