1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied:

    1. alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

    2. ongeopende verpakkingen met alcoholhoudende drank bij zich te hebben met het kennelijke doel de inhoud ervan ter plaatse te nuttigen.

  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

    1. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

    2. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

    3. De plaats waar een straat-, buurtfeest of –barbecue wordt gehouden.