1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen.

  2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. De waarde voor het leefklimaat van de houtopstand.

  3. Dit verbod is niet van toepassing op:

    1. wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;

    2. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;

    3. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    4. kweekgoed;

    5. een alleenstaande boom waarvan de stam op een hoogte van 1,30 meter boven het maaiveld een omtrek heeft van 65 centimeter of minder, tenzij zodanige boom is geplant ingevolge een herplantplicht als bedoeld in artikel 4:11, vijfde lid, of artikel 4:12;

    6. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag;

    7. het uitvoeren van bestendig beheer van houtwal, houtsingel, bosplantsoen of bos ter uitvoering van het reguliere onderhoud, waaronder het periodiek vellen van hakhout of het uitvoeren van een dunning;

    8. houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap, met uitzondering van houtopstanden op de grond waarop op basis van het omgevingsplan een bestemming ‘wonen’, ‘bedrijf’, ‘agrarisch’, ‘horeca’, ‘detailhandel’ of ‘kantoor’ rust.

  4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  5. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Indien herplant redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt een financiële compensatie gedaan in het compensatiefonds van de gemeente.

  6. Een omgevingsvergunning voor het vellen of het doen vellen van houtopstanden vervalt indien van de vergunning niet binnen drie jaren na bekendmaking gebruik is gemaakt.