Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor ter voorkoming van verstoring van het bodemarchief een detectorverbod geldt. Deze aanwijzing wordt openbaar bekend gemaakt.
Het is verboden zich anders dan met vergunning van het college met een metaaldetector te bevinden op de onder lid 1 bedoelde terreinen, behoudens het bepaalde in lid 4.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op degene aan wie ingevolge de Monumentenwet 1988 een opgravingsvergunning is verstrekt.
Het is toegestaan om zich zonder de in lid 2 genoemde vergunning met een metaaldetector te bevinden op de in dat lid genoemde terreinen, mits:
dit niet plaatsvindt in het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg en evenmin op gronden die eigendom zijn van de gemeente Geertruidenberg;
hiervoor schriftelijke toestemming is gegeven door de grondeigenaar, en deze toestemming op verzoek van een medewerker van de gemeente c.q. toezichthouder direct getoond kan worden;
geen diepere bodemverstoring plaatsvindt dan in de bovenste 30 cm van de bodem;
geen sprake is van het met behulp van metaaldetectie uit de grond halen van archeologische resten op een archeologisch monument;
niet wordt opgegraven op een terrein waar een opgraving door een certificaathouder of universiteit plaatsvindt;
er geen sprake is van metaaldetectie onder water c.q. van magneetvissen;
vondsten die worden gedaan met behulp van een metaaldetector overeenkomstig de wet (par 5.4 Erfgoedwet) als archeologische toevalsvondsten worden gemeld. In de provincie Noord-Brabant kan deze melding gedaan worden bij het Provinciaal Meldpunt Bodemvondsten. Ook dient de gemeente hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld, via de beleidsmedewerker monumentenzorg. Na de melding dient gelegenheid te worden geboden de archeologische resten in het veld te onderzoeken en te documenteren.
Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 6A Toezicht op campings, recreatieparken en jachthavens
Afdeling 8 Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk inrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6 Openbaar water
Paragraaf Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 9 Verstrooiing van as
Paragraaf Afdeling 10 Detectorverbod
Paragraaf Afdeling 11 Volksgezondheid
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Afdeling 10 Detectorverbod