1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  2. Degene die op een openbare plaats:

  3. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of;

  4. degene een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel;

  5. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  6. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  7. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.

  8. Dit artikel geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

  9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  10. Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw in groepsverband, dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen dan wel door anderszins uitdagend gedrag, vanuit het oogpunt van onder andere ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid, politieke gezindheid, strafrechtelijk verleden, geslacht of gezondheid, anderen te intimideren, dan wel anderszins lastig te vallen of aanleiding te geven tot mogelijke ongeregeldheden.