Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 3 Evenementen
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 6A Toezicht op campings, recreatieparken en jachthavens
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 8 Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk inrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

  1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

  2. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, het aantal openbare parkeerplaatsen beperkt, dan wel een belemmering kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of

  3. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  4. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 3,5 meter breed en 4,5 meter hoog wordt gelaten.

  5. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen en andere voorwerpen.

  6. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  7. Het college kan als bedoeld in het vierde lid een omgevingsvergunning verlenen als:

  8. de verkeersveiligheid, eventueel met opleggen van maatregelen wordt beschermd;

  9. de openbare parkeergelegenheid niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

  10. het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

  11. de belangen van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak niet onevenredig worden aangetast.

  12. Het verbod is niet van toepassing op:

  13. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

  14. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

  15. het plaatsen van bouwafvalcontainers voor maximaal één week op een openbare parkeerplaats;

  16. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; en

  17. situatie waarin wordt voorzien door Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

  18. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een (omgevings)vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

  3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

  4. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder weg mede verstaan alle niet-openbare ontsluitingswegen voor publieke gebouwen.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

  1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

  2. een uitweg te maken naar de weg;

  3. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

  4. een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

  6. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

  7. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

  8. als door de uitweg de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast;

  9. als het groenvoorzieningen in de gemeente aantast;

  10. als het in strijd is met het geldend bestemmingplan.

  11. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

  12. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 2:15

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:18

Rookverbod in bossen en natuurterreinen

  1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duin- en recreatiegebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:

  2. te roken gedurende de periode van 1 maart tot 1 november;

  3. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:21

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

  1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Artikel 2:22

Objecten onder hoogspanningslijn

  1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.

  2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.

  3. Het verbod is niet van toepassing op voor objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023