1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

  2. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;

  3. buiten de bebouwde kom op een verharde weg zonder dat die hond aangelijnd is;

  4. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

  5. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  6. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a en b niet geldt.

  7. Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het de eigenaar of de houder van een hond verboden is die honden te laten verblijven of te laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is.

  8. De verboden genoemd in het eerste lid onder a tot en met d gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of een sociale hulphond.