1. De eigenaar of houder van een rijdier die zich met dit rijdier op een openbare plaats gelegen binnen de bebouwde kom begeeft, is verplicht er voor te zorgen dat de uitwerpselen van dat rijdier worden verwijderd.

  2. Het college kan andere plaatsen aanwijzen waar het gebod genoemd in het eerste lid eveneens geldt.

  3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het gebod genoemd in het eerste lid niet geldt.

  4. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het rijdier er zorg voor draagt dat de uitwerpselen zo spoedig mogelijk worden verwijderd.