1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  2. Het is de eigenaar/houder verboden een hond te laten verblijven/lopen op een openbare plaats zonder dat men een deugdelijk hulpmiddel bij zich draagt, dat gezien vorm en constructie kennelijk bestemd is tot het opruimen van hondenuitwerpselen.

  3. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht het hulpmiddel op eerste vordering van de met het toezicht op de naleving van dit artikel belaste ambtenaren, te tonen.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

  5. In afwijking van lid 1 geldt het in dit artikel genoemde verbod niet in bermen buiten de bebouwde kom, tenzij het gebieden betreft die zijn aangewezen conform artikel 2.57 lid 1 sub a.

  6. Het college kan van de in dit artikel gestelde verboden in zeer bijzondere gevallen ontheffing verlenen.