Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1, 2:6, 2:14, 2:16 tot en met 2:18, 2:23, 2:25, 2:26, 2:28 tot en met 2:33, 2:36, 2:38, 2:39, 2:41, 2:44, 2:47 tot en met 2:50, 2:59 tot en met 2:59a, 2:62, 2:73 tot en met 2:74a, 3:4, 3:6 tot en met 3:11, 3:14, 3:15, 4:8, 5:15, 5:23, 5:29 tot en met 5:31 alsmede de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.