1. Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. Bij de aanwijzing van openbare plaatsen, dagen of uren kan het college bepalen dat het verbod niet dan wel uitsluitend geldt voor het venten van producten of diensten die vallen in door haar aangewezen productcategorieën of categorieën van diensten.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  4. Het verbod is niet van toepassing op:

  5. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

  6. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

  7. In afwijking van het bepaalde in het eerste en vierde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.