Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
indien de exploitant niet voldoet aan de in artikel 2:40d gestelde eisen;
indien de exploitant of beheerder binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;
indien de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
indien de vestiging of exploitatie strijd oplevert met de nadere regels als bedoeld in artikel 2:40b;
indien naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;
indien de inrichting binnen een straal van 250 meter van gevoelige objecten zoals scholen, buurthuizen of jongerencentra gevestigd is;
in het geval en onder voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.