Het is verboden te zwemmen in openbaar water.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:
in de zee vanaf het strand tussen de kilometerpalen 0 en 7.8 en binnen de denkbeeldige lijn tussen de koppen van de strekdammen;
b in gedeelten van openbaar water die zijn ingericht ten behoeve van het zwemmen, dan wel als zwemplaats zijn aangeduid.
Het is verboden zich met een luchtbed of -kussen, een opblaasbare band of een ander voorwerp dat als drijfmiddel kan worden gebruikt, in zee te begeven of te bevinden. Dit verbod is niet van toepassing op het als zodanig gebruiken of aan boord van een vaartuig hebben van reddingsmiddelen.
Ieder die zich in of nabij de in het tweede lid aangeduide gedeelten van het openbaar water bevindt, dient de aanwijzingen en bevelen van politie en andere instanties die toezien op de zwemveiligheid, stipt en onverwijld op te volgen.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.