1. Het is verboden om:

  2. een vaartuig vanaf de weg of vanuit zee op het strand of de zeewering te brengen, op het strand of de zeewering te hebben of vanaf de weg, het strand of de zeewering in zee te brengen;

  3. met een vaartuig tussen de strekdammen langs het strand te varen;

  4. Het is verboden om met een gemotoriseerd vaartuig, dat gebruikt wordt voor recreatieve of sportieve doeleinden, sneller te varen dan 20 km/u. Dit verbod is niet van toepassing op zee:

  5. in de betonde vaargeulen van en naar de haven van Den Helder;

  6. in het gedeelte van het Marsdiep, dat is gelegen tussen en ten zuiden van de lijn gevormd door de verbinding tussen de tonnen T1 en T3, met dien verstande dat hier niet gevaren mag worden binnen een afstand van 20 meter uit de oever dan wel bij een zicht van minder dan 500 meter.

  7. Met een waterscooter, zoals gedefinieerd in het Zevende Wijzigingsbesluit BPR, mag uitsluitend gevaren worden in de in lid 2 onder a. en b. omschreven gebieden.

  8. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn voorts niet van toepassing op:

  9. vaartuigen in gebruik bij de politie, het reddingswezen, Rijkswaterstaat en de Koninklijke Marine;

  10. vaartuigen, mits gebruik wordt gemaakt van door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit nader aan te wijzen zeewering- en strandgedeelten en bij het gebruik van de vaartuigen wordt voldaan aan door het college te stellen voorwaarden.

  11. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, alsmede van de bepalingen in het besluit als bedoeld in lid 4, onder b.