1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag reclame te (laten) maken of te (laten) wijzigen, voor zover deze vanaf een openbare land-, water- of spoorweg of vanaf en andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar of hoorbaar is, voor zover deze geen betrekking heeft op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:

    1. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak;

    2. opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, overeenkomstig artikel 2:42 APV aangewezen door het college;

    3. opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:

      1. openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerend zaak, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

      2. het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op het onroerend zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan het onroerend goed;

    4. opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

    5. opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.

  3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen delen van de gemeente.

  4. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover de Verordening opschriften en opslag Noord-Holland (Landschapsverordening) van toepassing is dan wel een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” voor de reclame-uiting benodigd is;

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:

  6. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  7. in het belang van de verkeersveiligheid;

  8. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerende zaak;

  9. indien de reclame geen betrekking heeft op een ter plaatse gevestigde zaak, inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep;