1. De eigenaren van bomen of heesters, welke in zodanige staat verkeren dat zij op enigerlei wijze gevaar opleveren voor de omgeving, zijn verplicht binnen de door het college bepaalde tijd, zodanige maatregelen te treffen als zij noodzakelijk acht om de oorzaak van het gevaar weg te nemen.

  2. De gebruikers van tuinen en erven, waarin of waarop de in het eerste lid bedoelde bomen of heesters groeien, zijn verplicht te gedogen dat de eigenaar van deze tuinen de in het vorige lid bedoelde maatregelen treffen.