1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste zes weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan bij de burgemeester middels het meldingsformulier kleine evenementen.

  4. De burgemeester kan binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  7. Bij de toepassing van de in artikel 1:8 genoemde weigeringsgronden kan de burgemeester in aanmerking nemen:

    1. de mate waarin door het evenement beslag gelegd wordt op ruimte, tijd en hulpdiensten;

    2. het aantal bezoekers dat verwacht wordt, inclusief de piekbelasting;

    3. of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter van de gevraagde locatie;

    4. of gevaar bestaat voor wanordelijkheden;

    5. of gevaar bestaat voor ernstige belemmeringen voor het verkeer;

    6. of gevaar bestaat voor onaanvaardbare belasting voor de omgeving als gevolg van het plaatsvinden van het evenement.

  8. In afwijking van artikel 1:2, eerste lid wordt de beslistermijn voor een vergunningaanvraag voor het houden van voetbalwedstrijden gesteld op 3 weken.

  9. De burgemeester kan nadere regels stellen voor voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid onder h.

  10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.