1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid beslist het bestuursorgaan binnen een termijn van twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen op een aanvraag voor een vergunning van een B-evenement.

  4. In afwijking van het eerste en tweede lid beslist het bestuursorgaan binnen een termijn van zestien weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen op een aanvraag voor een vergunning van een C-evenement.

  5. Het bestuursorgaan kan de termijn voor een beslissing op een aanvraag voor een vergunning beschreven in dit artikel onder het derde en vierde lid ten hoogste met twaalf weken verlengen.

  6. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.