1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

  2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

  3. De burgemeester weigert de vergunning:

    1. Indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

    2. Indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het Omgevingsplan.

  4. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van speelgelegenheden.

  5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.