1. Het is toegestaan om de weg of een weggedeelte anders dan de publieke functie daarvan te gebruiken, mits aan de volgende regels wordt voldaan:

    1. het beoogd gebruik mag geen schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    2. de overlast van de in nabijheid gelegen onroerende zaken dient zo veel mogelijk te worden voorkomen of te worden beperkt;

    3. het gebruik mag slechts plaatsvinden gedurende de daarvoor strikt benodigde tijd;

    4. het beoogd gebruik mag geen belemmering opleveren voor het verkeer en de hulpdiensten;

    5. de gebruiker is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden.

  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

    1. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    2. terrassen als bedoeld in artikel 2:29 lid 7;

    3. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

  3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, reclameborden, evenementenborden en het ophangen van spandoeken.

  4. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor beperkingenactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde regels.

  6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.