1. Het is verboden zonder, of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

    4. de zedelijkheid of gezondheid;

    5. indien er strijdigheid bestaat met het evenementenbeleid;

    6. indien er strijdigheid bestaat met het vigerende wielerbeleid.

  3. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  4. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen.

  5. De aanvraag voor een vergunning om een evenement, niet zijnde een pelotonstocht of wielertoertocht, dient minimaal 8 weken en maximaal 26 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft te worden ingediend.

  6. Indien niet wordt voldaan aan de in het vijfde lid genoemde termijnen, kan de burgemeester besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

  7. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  8. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen, indien: het een wielertoertocht betreft van 101 tot en met 250 deelnemers. Voor deze wielertoertochten geldt een meldingsplicht waarbij voldaan moet worden aan het vigerende wielerbeleid. De melding dient uiterlijk 6 weken vóór de datum van het evenement te worden ingediend.

  9. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.