Algemene plaatselijke verordening Altena 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 8. Vuurverbod

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand en voor zover het stoken van vuur plaatsvindt buiten de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur;

    3. vuur voor koken, bakken en braden.

  3. Het is verboden op 1e en 2e Pinksterdag, 30 december, 31 december en 1 januari op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats te vervoeren of bij zich te hebben enig voorwerp, middel of materiaal dat er toe kan dienen om vuur aan te leggen en/of te houden.

  4. Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet indien het daarin bedoelde voorwerp, middel of materiaal niet bestemd is of gebruikt wordt voor de in dat lid bedoelde handelingen.

  5. Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

  8. Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5.34a

Stoken rondom de jaarwisseling

  1. Het verbod in het eerste en derde lid van artikel 5:34 geldt niet voor het stoken van vuur in terrashaarden, vuurkorven dan wel vuurtonnen (oliedrums) met een maximale inhoud van 200 liter, in de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur, mits:

    1. gestookt wordt met onbehandeld hout of snoeiafval; en

    2. voldaan wordt aan het bepaalde in de nadere regels uit hoofde van lid 2; en

    3. uiterlijk 7 werkdagen voor het genoemde tijdvak melding is gedaan bij het college indien het stoken van vuur plaatsvindt op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het gebruik van terrashaarden, vuurkorven en vuurtonnen als bedoeld in lid 1, alsmede voor de wijze waarop de melding wordt gedaan

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Altena 2020