1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de door het college vastgestelde lijst (Bomenlijst).

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand gelegen in de boomvlakken of boomstructuren zoals genoemd in de in het eerste lid bedoelde lijst (Bomenlijst), die in het kader van dunning van een houtopstand moet worden geveld.

  3. Voor een op de in het eerste lid bedoelde lijst geplaatste houtopstand met een score van 45 punten of hoger (de zogenaamde A-lijst) wordt slechts bij uitzondering een vergunning verleend, indien:

    1. een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de betreffende houtopstand, of

    2. de aanvrager naar oordeel van het bevoegd gezag alternatieven uitputtend heeft onderzocht en naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende heeft aangetoond dat instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  4. De vergunning als bedoeld in lid 1 voor een op de in het eerste lid bedoelde houtopstand, niet zijnde een houtopstand als bedoeld in lid 3, kan worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.