1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijftien jaren.

  3. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

    1. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. als een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  6. De duur van vergunningen, verleend krachtens lid 1, die golden op het moment van inwerkingtreding van de Verordening tot zesde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Altena 2020, kan door burgemeester en wethouders ambtshalve worden gewijzigd, waarbij vergunningen verleend voor bepaalde en onbepaalde tijd worden gewijzigd in vergunningen voor de duur van maximaal vijftien jaren vanaf het moment van wijziging.

  7. Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel en het bepaalde in de artikelen 1.5 en 1.8 nadere regels stellen.