1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Van vergunningplicht vrijgestelde evenementen zijn:

    • Buurtfeesten en tuinfeesten tot een maximum van 50 bezoekers;

    • Evenementen in openbare gebouwen tot een maximum van 50 bezoekers

    • Paaseieren zoeken, optochten zonder praalwagens; intocht Sinterklaas; straatspeelmiddag;

    • Kleinschalige wandeltochten en toertochten; niet commerciële kleinschalige (rommel) markten en vrijmarkten, zoals bedoeld in de Nota Evenementenbeleid;

  4. Voor deze evenementen volstaat een melding.

    1. de burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

    2. het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10, juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  5. het derde lid is niet van toepassing op een krachtens 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

  6. onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is

  7. op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.