-
Deze afdeling is van toepassing op een bevel als bedoeld in het derde lid, uitgevaardigd door een bevoegde justitiële autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie die niet is gebonden door Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1).
-
Bevelen als bedoeld in het derde lid, uitgevaardigd door een bevoegde justitiële autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen in Nederland worden erkend en ten uitvoer gelegd.
-
Vatbaar voor erkenning en tenuitvoerlegging zijn bevelen tot inbeslagneming van voorwerpen die zich op Nederlands grondgebied bevinden en naar het recht van de uitvaardigende lidstaat:
kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen;
kunnen worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer;
kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende sanctie.
Wetboek van Strafvordering Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek Algemeene bepalingen
Titel I Strafvordering in het algemeen
Eerste afdeeling Inleidende bepaling
Tweede afdeeling Relatieve bevoegdheid van de rechtbanken tot kennisneming van strafbare feiten
Derde afdeeling Vervolging van strafbare feiten
Vierde afdeeling Beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten
Vijfde afdeeling Schorsing der vervolging
Zesde afdeeling Behandeling door de raadkamer
Titel II De verdachte
Titel IIa Kennisneming van processtukken
Titel IIb Kennisgeving van gerechtelijke mededelingen
Titel III De raadsman
Eerste afdeling Optreden raadsman
Tweede afdeling Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Titel IIIA Het slachtoffer
Eerste afdeling Definities
Tweede afdeling Rechten van het slachtoffer
Derde afdeling Schadevergoeding
Titel IIIC : De deskundige
Titel IV Eenige bijzondere dwangmiddelen
Eerste afdeeling Aanhouding en inverzekeringstelling
Tweede afdeeling Voorloopige hechtenis
Derde afdeeling Inbeslagneming
Vierde afdeeling Handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Vijfde afdeling Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een doorzoeking
Zevende afdeling Doorzoeking ter vastlegging van gegevens
Negende afdeling strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel IVA Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Eerste afdeling Stelselmatige observatie
Tweede afdeling Infiltratie
Derde afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde afdeling Stelselmatige inwinning van informatie
Vijfde afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde afdeling Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel
Zevende afdeling Onderzoek van communicatie door middel van geautomatiseerde werken
Achtste afdeling Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Titel V Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband
Titel VA Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste afdeling Verzoek informatie in te winnen
Tweede afdeling Burgerinfiltratie
Derde afdeling Burgerpseudo-koop of -dienstverlening
Titel VB Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie
Derde afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Derde afdeling A Vorderen van gegevens
Derde afdeling B Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Vierde afdeling Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding
Vijfde afdeling Onderzoek aan het lichaam en DNA-onderzoek
Titel VC Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers
Titel VD Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de titels IVA tot en met VC
Eerste afdeling Voeging bij de processtukken
Tweede afdeling Kennisgeving aan betrokkene
Derde afdeling De bewaring en de vernietiging van processen-verbaal en andere voorwerpen, het gebruik van gegevens voor een ander doel en de ontoegankelijkmaking en vernietiging van gegevens
Vierde afdeling Technische hulpmiddelen
Vijfde afdeling Verbod op doorlaten
Zesde afdeling Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden
Titel VE Verkennend onderzoek
Titel VF Vastleggen en bewaren van kentekengegevens
Titel VI Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 127
- Artikel 127a
- Artikel 128
- Artikel 129
- Artikel 130
- Artikel 131
- Artikel 131a
- Artikel 131b
- Artikel 132
- Artikel 132a
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 135
- Artikel 135a
- Artikel 136
- Artikel 136a
- Artikel 136b
- Artikel 136c
- Artikel 136d
- Artikel 137
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 138b
- Artikel 138c
- Artikel 138d
- Artikel 138e
- Artikel 138f
- Artikel 138g
- Artikel 138h
Tweede Boek Strafvordering in eersten aanleg
Titel I Het opsporingsonderzoek
Eerste afdeeling Algemeene bepalingen
Tweede afdeeling De officieren van justitie
Derde afdeling Verslaglegging door opsporingsambtenaren
Vierde afdeeling Aangiften en klachten
Vijfde afdeeling Beslissingen omtrent vervolging
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Titel III Onderzoek door de rechter-commissaris
Eerste afdeling Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen
Tweede afdeling Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
- Artikel 185
- Artikel 186
- Artikel 186a
- Artikel 187
- Artikel 187a
- Artikel 187b
- Artikel 187c
- Artikel 187d
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 190
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 193
- Artikel 195
- Artikel 195a
- Artikel 195b
- Artikel 195c
- Artikel 195d
- Artikel 195f
- Artikel 195g
- Artikel 196
- Artikel 197
- Artikel 198
- Artikel 199
Derde afdeeling Het verhoor van den verdachte
Vierde afdeeling Het verhoor van den getuige
Vierde Afdeling A Bedreigde getuigen
Vierde afdeling B Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn
Vierde afdeling C Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn
Vierde afdeling D Maatregelen tot bescherming van getuigen
Vierde afdeling E Afgeschermde getuigen
Vijfde afdeeling Deskundigen
Zesde afdeling Beëindiging van het onderzoek
Zevende afdeling Bevoegdheden van de raadsman
Achtste afdeling Geen beroep in cassatie voor het openbaar ministerie
Titel IV Beslissingen omtrent verdere vervolging
Titel IVa Vervolging door een strafbeschikking
Eerste afdeling De strafbeschikking
Tweede afdeling Oplegging door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast
Derde afdeling Waarborgen bij de oplegging
Vierde afdeling Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking
Vijfde afdeling Het doen van verzet
Zesde afdeling De behandeling van het verzet
Zevende afdeling Openbaarheid
Titel V Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting
Titel VI Behandeling van de zaak door de rechtbank
Eerste afdeling Onderzoek op de terechtzitting
- Artikel 268
- Artikel 269
- Artikel 270
- Artikel 271
- Artikel 272
- Artikel 273
- Artikel 274
- Artikel 275
- Artikel 276
- Artikel 277
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 282a
- Artikel 282b
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 288a
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
- Artikel 303
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 314a
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 322
- Artikel 324
- Artikel 325
- Artikel 326
- Artikel 327
- Artikel 327a
- Artikel 328
- Artikel 329
- Artikel 330
- Artikel 331
Tweede afdeeling Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting
Derde afdeeling Bewijs
Vierde afdeeling Beraadslaging en uitspraak
- Artikel 345
- Artikel 346
- Artikel 347
- Artikel 348
- Artikel 349
- Artikel 350
- Artikel 351
- Artikel 352
- Artikel 353
- Artikel 354
- Artikel 354a
- Artikel 355
- Artikel 356
- Artikel 357
- Artikel 358
- Artikel 359
- Artikel 359a
- Artikel 360
- Artikel 361
- Artikel 361a
- Artikel 362
- Artikel 363
- Artikel 364
- Artikel 365
- Artikel 365a
- Artikel 365b
- Artikel 365c
- Artikel 366
- Artikel 366a
- Artikel 366b
Titel VII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter
Titel VIII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter
Derde Boek Rechtsmiddelen
A Gewone rechtsmiddelen
Titel II Hooger beroep van uitspraken
- Artikel 404
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 408a
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 410a
- Artikel 411
- Artikel 411a
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 416
- Artikel 417
- Artikel 418
- Artikel 419
- Artikel 419a
- Artikel 420
- Artikel 421
- Artikel 422
- Artikel 422a
- Artikel 423
- Artikel 425
- Artikel 426
Titel III Beroep in cassatie van uitspraken
Titel IV Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften
Titel V Aanwenden van gewone rechtsmiddelen
Titel VI Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen
B Buitengewone rechtsmiddelen
Titel VII Cassatie "in het belang der wet"
Titel VIII Herziening van arresten en vonnissen
Eerste Afdeling Herziening ten voordele van de gewezen verdachte
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 464
- Artikel 464a
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 468
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 471
- Artikel 472
- Artikel 473
- Artikel 474
- Artikel 475
- Artikel 476
- Artikel 477
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 481
Tweede Afdeling Herziening ten nadele van de gewezen verdachte
Vierde Boek Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard
Titel I Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
- Artikel 488
- Artikel 488a
- Artikel 488aa
- Artikel 488ab
- Artikel 488ac
- Artikel 488b
- Artikel 489
- Artikel 489a
- Artikel 490
- Artikel 491
- Artikel 491a
- Artikel 492
- Artikel 493
- Artikel 493a
- Artikel 494
- Artikel 494a
- Artikel 494b
- Artikel 495
- Artikel 495a
- Artikel 495b
- Artikel 496
- Artikel 496a
- Artikel 497
- Artikel 498
- Artikel 499
- Artikel 500
- Artikel 501
- Artikel 502
- Artikel 503
Titel IIA Berechting van verdachten bij wie een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap wordt vermoed
Titel IIB Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
Eerste afdeling Inleidende bepalingen
Titel IID Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast
Titel III Vervolging en berechting van rechterlijke ambtenaren
Titel IIIa Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren
Titel IIIb Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Wraking en verschoning van rechters
Titel V Geschillen over rechtsmacht
Titel VI Vervolging en berechting van rechtspersonen
Titel VIa Schadevergoeding en andere bijzondere kosten
Titel VIb Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank
Eerste afdeling Algemeen
Tweede afdeling Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen
Derde afdeling Verplichtingen van de schipper
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde
Titel VIII Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht
Titel IX Beklag
Titel X Innovatie van verschillende onderwerpen
Eerste afdeling Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad
Tweede afdeling Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming
Derde afdeling Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en als wettig bewijsmiddel
Vierde afdeling Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie
Vijfde afdeling Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
Zesde afdeling Toepassing
Vijfde Boek Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking
Titel 1 Internationale rechtshulp in strafzaken
Eerste afdeling Verzoeken om internationale rechtshulp in strafzaken
Tweede afdeling Verzoeken tot rechtshulp gericht aan het buitenland
Derde afdeling Verzoeken tot rechtshulp gericht aan Nederland
Vierde afdeling Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen
Titel 2 Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams
Titel 3 Overdracht en overname van strafvervolging
Eerste afdeling Overdracht van strafvervolging
Tweede afdeling Overname van strafvervolging
Titel 4 Europees onderzoeksbevel
Eerste afdeling Het Europees onderzoeksbevel
Tweede afdeling Uitvoering van een Europees onderzoeksbevel
Derde afdeling Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden
Vierde afdeling Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel
Titel 5 Europees bevriezingsbevel
Eerste afdeling Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie
Tweede afdeling Bevelen uitgevaardigd door Nederland
Derde afdeling Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805
Titel 7 Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van bevelen betreffende de voorlopige hechtenis tussen de lidstaten van de Europese Unie
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland
Derde afdeling Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland
Titel 8 Europees beschermingsbevel
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie
Derde afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland
Boek 6 Tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Eerste titel Taken en bevoegdheden
Tweede titel Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn
Derde titel Toezicht op de tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 2 Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Eerste titel Opneming, aanvang, onderbreking en invrijheidstelling
Tweede titel Voorwaardelijke invrijheidstelling
Derde titel Verpleging van overheidswege en terbeschikkingstelling
Vierde titel Inrichting voor stelselmatige daders
Vijfde titel Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
Hoofdstuk 3 Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden
Eerste titel Taakstraffen
Tweede titel Gedragsaanwijzingen
Derde titel Jeugd – taakstraf en gedragsbeïnvloedende maatregel
Vierde titel Toezicht en aanhouding
Hoofdstuk 4 Geldelijke straffen en maatregelen
Eerste titel Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen
Tweede titel Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Derde titel Bevel gijzeling
Vierde titel Storting waarborgsom
Vijfde titel Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde
Hoofdstuk 5 Bijkomende straffen
Hoofdstuk 6 Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging
Eerste titel Algemeen
Tweede titel Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Derde titel Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden
Vierde titel Geldelijke straffen en maatregelen
Titel 5
Artikel 5.5.2
-
Een bevel afkomstig van de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat gaat vergezeld van een bijbehorend ingevuld certificaat dat is opgesteld overeenkomstig het daartoe bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde model.
-
Het bevel gaat voorts vergezeld van een rechtshulpverzoek strekkende tot:
afgifte van het voorwerp waarop het bevel tot inbeslagneming betrekking heeft aan de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, voorzover de inbeslagneming is bevolen met het oog op waarheidsvinding;
verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp waarop het bevel tot inbeslagneming betrekking heeft;
ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband waarmee het bevel tot inbeslagneming is uitgevaardigd.
-
In afwijking van het tweede lid, kunnen de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in het certificaat aangeven dat de in beslag genomen voorwerpen in Nederland in bewaring zullen blijven in afwachting van een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onder vermelding van het tijdstip waarop naar verwachting het verzoek zal worden ingediend.
-
Indien het certificaat niet is overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet in overeenstemming is met het bevel, stelt de officier van justitie de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in de gelegenheid binnen een door hem te stellen redelijke termijn het certificaat alsnog te overleggen, aan te vullen of te verbeteren. De officier van justitie kan bepalen dat het certificaat wordt vervangen door een gelijkwaardig document. Indien de voor de tenuitvoerlegging van het bevel noodzakelijke informatie op andere wijze is verkregen, kan de officier van justitie bepalen dat het certificaat niet meer behoeft te worden overgelegd.
-
Het bevel en de daarbij behorende documenten worden, zo deze niet aan een officier van justitie zijn gezonden, door de geadresseerde onverwijld doorgezonden aan de officier van justitie. De geadresseerde stelt de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in kennis van de doorzending.
Artikel 5.5.3
-
Een voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbaar bevel wordt door de officier van justitie erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5.5.
-
De officier van justitie kan de tenuitvoerlegging slechts weigeren indien:
na verloop van de termijn, bedoeld in artikel 5.5.2, vierde lid, het certificaat niet is overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet in overeenstemming is met het bevel;
de erkenning en tenuitvoerlegging van het bevel onverenigbaar is met een krachtens Nederlands recht geldend voorrecht of immuniteit;
de inwilliging van een verzoek als bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, zou strekken tot het verlenen van medewerking aan een vervolging of berechting welke onverenigbaar is met het aan artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 255, eerste lid, van dit wetboek ten grondslag liggende beginsel;
het bevel is gegeven ten behoeve van een onderzoek, ingesteld met betrekking tot een feit dat, indien het in Nederland was begaan, naar Nederlands recht niet strafbaar zou zijn;
aanstonds blijkt dat aan een verzoek als bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, geen gevolg kan worden gegeven.
-
De tenuitvoerlegging van een bevel wordt niet geweigerd op grond van het tweede lid, onderdeel d, indien het feit dat ten grondslag ligt aan het bevel, is vermeld op of valt onder de daartoe bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde lijst met feiten en soorten van feiten en dat feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat wordt bedreigd met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaren.
-
De officier van justitie beslist onverwijld en zo mogelijk binnen 24 uur na ontvangst van het bevel, over de erkenning en tenuitvoerlegging ervan. Hij stelt de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat onverwijld van zijn beslissing in kennis. De kennisgeving geschiedt in ieder geval schriftelijk en met redenen omkleed, indien de officier van justitie op grond van het tweede lid de tenuitvoerlegging van het bevel weigert.
Artikel 5.5.4
-
De officier van justitie kan de tenuitvoerlegging van het bevel opschorten, indien:
het belang van een lopend strafrechtelijk onderzoek zich verzet tegen de tenuitvoerlegging van het bevel;
in het kader van een strafrechtelijk onderzoek reeds een beslissing is genomen tot inbeslagneming van het voorwerp waarop het bevel betrekking heeft;
het een bevel als bedoeld in artikel 5.5.1, derde lid, onderdeel b of c betreft en in een ander kader dan bedoeld in onderdeel b reeds een beslissing is genomen tot inbeslagneming van het voorwerp waarop het bevel betrekking heeft en deze beslissing naar Nederlands recht voorrang heeft boven inbeslagneming in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.
-
Indien de officier van justitie de tenuitvoerlegging opschort, geeft hij hiervan onverwijld schriftelijk kennis aan de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, onder vermelding van de gronden en zo mogelijk van de verwachte duur van de opschorting.
-
Zodra de gronden voor opschorting zijn vervallen, wordt de beslissing alsnog ten uitvoer gelegd. De autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat worden hiervan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld.
-
De officier van justitie stelt de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in kennis van alle beperkende maatregelen die zijn getroffen ten aanzien van het in beslag te nemen voorwerp.
Artikel 5.5.5
-
De tenuitvoerlegging van het bevel tot inbeslagneming geschiedt in opdracht van de officier van justitie of de rechter-commissaris met overeenkomstige toepassing van de derde afdeling van titel IV van het Eerste Boek, tenzij in deze titel anders is bepaald.
-
De officier van justitie neemt bij de tenuitvoerlegging van het bevel zo veel mogelijk de door de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in het bevel aangegeven vormvereisten in acht, zulks voorzover niet strijdig met de grondbeginselen van het Nederlandse recht.
-
Indien de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat de plaats waar het in beslag te nemen voorwerp zich bevindt onvoldoende nauwkeurig hebben aangegeven, verzoekt de officier van justitie deze autoriteiten om aanvullende inlichtingen.
-
Indien voor de uitvoering van het bevel gebruikmaking van andere strafvorderlijke bevoegdheden is vereist, kunnen deze bevoegdheden niet worden toegepast anders dan overeenkomstig artikel 5.1.8, onderscheidenlijk artikel 13a van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.
-
Artikel 117, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de machtiging, bedoeld in het eerste lid, niet wordt verleend dan na overleg met de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat.
-
De officier van justitie zendt de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat onverwijld een schriftelijke kennisgeving, indien:
het bevel ten uitvoer is gelegd;
voor tenuitvoerlegging van het bevel gebruikmaking van andere strafvorderlijke bevoegdheden is vereist;
het bevel niet ten uitvoer kan worden gelegd omdat het in beslag te nemen voorwerp is vernietigd of niet wordt aangetroffen op de door de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat aangegeven plaats, dan wel de plaats waar het in beslag te nemen voorwerp zich bevindt, ondanks de inlichtingen, bedoeld in het derde lid, door de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat onvoldoende nauwkeurig is aangegeven.
Artikel 5.5.6
-
De artikelen 552a, 552c tot en met 552d, eerste lid en 552e, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter niet treedt in een onderzoek naar de grondslag van het bevel.
-
Indien een klaagschrift is ingediend of een rechtsgeding aanhangig is gemaakt, stelt de officier van justitie de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat hiervan onverwijld in kennis, onder vermelding van de gronden van het klaagschrift onderscheidenlijk het rechtsgeding. Zodra de rechter op het klaagschrift onderscheidenlijk het rechtsgeding heeft beslist, worden de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat van de beslissing in kennis gesteld.
Artikel 5.5.7
-
Het beslag duurt ten minste voort totdat een beslissing is genomen op het verzoek, bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, en deze beslissing is uitgevoerd, tenzij
het beslag reeds is beëindigd als gevolg van een door de rechter gegeven last;
de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat hebben aangegeven het bevel in te trekken.
-
In het geval van het eerste lid, onderdeel b, gelast de officier van justitie onverwijld de teruggave van het in beslag genomen voorwerp.
-
Na overleg met de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, kan de officier van justitie voorwaarden stellen teneinde de duur van het beslag te beperken. Alvorens hij het beslag overeenkomstig de gestelde voorwaarden beëindigt, stelt hij de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat in de gelegenheid over dit voornemen opmerkingen te maken.
Artikel 5.5.8
De officier van justitie is bevoegd uitvoering te geven aan een verzoek als bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, onderdeel a, en met toepassing van de artikelen 5.1.10 en 5.1.11 in beslag genomen voorwerpen over te dragen aan de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat. Artikel 5.5.3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.5.9
-
Deze afdeling is van toepassing op een bevel als bedoeld in het tweede lid aan een autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie die niet is gebonden door Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1).
-
De officier van justitie kan een bevel uitvaardigen strekkende tot inbeslagneming als bedoeld in artikel 94, eerste of tweede lid, of artikel 94a, tweede lid, van voorwerpen welke zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie, en dit bevel zenden aan de autoriteiten van die andere lidstaat met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging ervan in die lidstaat.
-
Het tweede lid is tevens van toepassing op een bevel tot inbeslagneming van voorwerpen als bedoeld in artikel 94a, vierde en vijfde lid, voor zover het bevel ziet op voorwerpen die toebehoren aan een ander dan degene aan wie, in het in artikel 94a, tweede lid, bedoelde geval, het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen.
Artikel 5.5.10
-
Met het bevel wordt meegezonden een ingevuld certificaat dat is opgesteld overeenkomstig het daartoe bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde model.
-
De officier van justitie kan in het bevel vormvereisten opnemen welke de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat bij de tenuitvoerlegging zo veel mogelijk in acht nemen.
-
Het bevel en het certificaat gaan vergezeld van een rechtshulpverzoek strekkend tot:
afgifte van het voorwerp waarop het bevel tot inbeslagneming betrekking heeft aan de Nederlandse autoriteiten, voorzover de inbeslagneming is bevolen met het oog op de waarheidsvinding;
verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp waarop het bevel tot inbeslagneming betrekking heeft; of
ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband waarmee het bevel tot inbeslagneming is uitgevaardigd.
-
Indien het indienen van een verzoek als bedoeld in het derde lid nog niet mogelijk is, verzoekt de officier van justitie de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat de in beslag te nemen voorwerpen in bewaring te houden totdat het verzoek is ingediend en hierop is beslist, onder vermelding van het tijdstip waarop naar verwachting het verzoek zal worden ingediend.
Artikel 5.5.11
-
De officier van justitie zendt het bevel en het certificaat rechtstreeks aan de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat die bevoegd zijn het bevel te erkennen en ten uitvoer te leggen.
-
Indien niet bekend is welke autoriteiten in de uitvoerende lidstaat bevoegd zijn tot erkenning en tenuitvoerlegging van het bevel, verzoekt de officier van justitie hieromtrent om inlichtingen.
-
De toezending kan plaatsvinden per gewone post, telefax of elektronische post, mits de echtheid van het toegezonden bevel en het certificaat door de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat kan worden vastgesteld.
Artikel 5.5.12
-
De belanghebbenden kunnen zich schriftelijk beklagen over het uitvaardigen van het bevel. De artikelen 552a en 552d zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het klaagschrift wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank in het arrondissement, binnen hetwelk de officier van justitie het bevel heeft uitgevaardigd.
-
Indien de rechter het beklag gegrond acht, trekt de officier van justitie het bevel onmiddellijk in en stelt deze de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat hiervan onverwijld in kennis.
-
Indien in de uitvoerende lidstaat een belanghebbende zich beklaagt over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het bevel en de officier van justitie hiervan door de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat in kennis wordt gesteld, kan hij deze autoriteiten de nodige inlichtingen omtrent het bevel verschaffen.
Artikel 5.5.13
De officier van justitie kan het bevel te allen tijde intrekken. Indien hij een bevel intrekt, stelt hij de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat hiervan onverwijld in kennis.
Artikel 5.5.14
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Bevriezingsbevel: bevel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van Verordening 2018/1805;
Uitvaardigende autoriteit: de autoriteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, subonderdeel a, van Verordening 2018/1805;
Uitvoerende autoriteit: de autoriteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van Verordening 2018/1805;
Verordening 2018/1805: Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1).
Artikel 5.5.15
-
Een bevriezingsbevel van een uitvaardigende autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie die door Verordening 2018/1805 is gebonden, wordt door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd overeenkomstig die verordening.
-
Het bevriezingsbevel wordt ten uitvoer gelegd door inbeslagneming van voorwerpen, met overeenkomstige toepassing van de derde afdeling van titel IV van het Eerste Boek, tenzij in deze titel anders is bepaald.
Artikel 5.5.16
De officier van justitie kan de erkenning of de tenuitvoerlegging van een bevriezingsbevel weigeren als één van de gronden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Verordening 2018/1805, van toepassing is.
Artikel 5.5.17
Indien de officier van justitie twee of meer bevelen tot bevriezing of confiscatie uit verschillende lidstaten ontvangt die zijn uitgevaardigd tegen dezelfde persoon of betrekking hebben op hetzelfde voorwerp, beslist de officier van justitie welk van de bevelen ten uitvoer moet worden gelegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van Verordening 2018/1805.
Artikel 5.5.18
Belanghebbenden kunnen zich schriftelijk beklagen over de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een bevriezingsbevel. De artikelen 552a, 552c tot en met 552d, eerste lid en 552e, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter niet treedt in een onderzoek naar de grondslag van het bevriezingsbevel. Het beklag heeft geen schorsende werking.
Artikel 5.5.19
-
De officier van justitie kan een bevel tot inbeslagneming van voorwerpen als bedoeld in artikel 94, eerste of tweede lid of artikel 94a, tweede lid, overeenkomstig Verordening 2018/1805 toezenden aan de uitvoerende autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie die door deze verordening is gebonden, met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging van dat bevel.
-
Het eerste lid is tevens van toepassing op een bevel tot inbeslagneming van voorwerpen als bedoeld in artikel 94a, vierde en vijfde lid, voor zover het bevel ziet op voorwerpen die toebehoren aan een ander dan degene aan wie, in het in artikel 94a, tweede lid, bedoelde geval, het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen.