-
Gratie kan worden verzocht en verleend ter zake van door de Nederlandse strafrechter onherroepelijk opgelegde:
hoofdstraffen en bijkomende straffen;
maatregelen van onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders en vrijheidsbeperking.
-
Gratie kan voorts worden verzocht en verleend ter zake van:
een gevangenisstraf die door het Internationaal Strafhof is opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland geschiedt overeenkomstig artikel 67 of 68 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof;
een gevangenisstraf die krachtens een rechterlijke beslissing in een vreemde staat is opgelegd, en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen of na ongegrondverklaring van een bezwaarschrift ingediend krachtens artikel 35 van die wet;
sancties opgelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie en de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.
-
Geen gratie kan worden verleend van onvoorwaardelijke geldboeten tot en met een bedrag van € 340.
Wetboek van Strafvordering Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek Algemeene bepalingen
Titel I Strafvordering in het algemeen
Eerste afdeeling Inleidende bepaling
Tweede afdeeling Relatieve bevoegdheid van de rechtbanken tot kennisneming van strafbare feiten
Derde afdeeling Vervolging van strafbare feiten
Vierde afdeeling Beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten
Vijfde afdeeling Schorsing der vervolging
Zesde afdeeling Behandeling door de raadkamer
Titel II De verdachte
Titel IIa Kennisneming van processtukken
Titel IIb Kennisgeving van gerechtelijke mededelingen
Titel III De raadsman
Eerste afdeling Optreden raadsman
Tweede afdeling Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Titel IIIA Het slachtoffer
Eerste afdeling Definities
Tweede afdeling Rechten van het slachtoffer
Derde afdeling Schadevergoeding
Titel IIIC : De deskundige
Titel IV Eenige bijzondere dwangmiddelen
Eerste afdeeling Aanhouding en inverzekeringstelling
Tweede afdeeling Voorloopige hechtenis
Derde afdeeling Inbeslagneming
Vierde afdeeling Handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Vijfde afdeling Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een doorzoeking
Zevende afdeling Doorzoeking ter vastlegging van gegevens
Negende afdeling strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel IVA Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Eerste afdeling Stelselmatige observatie
Tweede afdeling Infiltratie
Derde afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde afdeling Stelselmatige inwinning van informatie
Vijfde afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde afdeling Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel
Zevende afdeling Onderzoek van communicatie door middel van geautomatiseerde werken
Achtste afdeling Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Titel V Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband
Titel VA Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste afdeling Verzoek informatie in te winnen
Tweede afdeling Burgerinfiltratie
Derde afdeling Burgerpseudo-koop of -dienstverlening
Titel VB Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie
Derde afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Derde afdeling A Vorderen van gegevens
Derde afdeling B Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Vierde afdeling Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding
Vijfde afdeling Onderzoek aan het lichaam en DNA-onderzoek
Titel VC Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers
Titel VD Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de titels IVA tot en met VC
Eerste afdeling Voeging bij de processtukken
Tweede afdeling Kennisgeving aan betrokkene
Derde afdeling De bewaring en de vernietiging van processen-verbaal en andere voorwerpen, het gebruik van gegevens voor een ander doel en de ontoegankelijkmaking en vernietiging van gegevens
Vierde afdeling Technische hulpmiddelen
Vijfde afdeling Verbod op doorlaten
Zesde afdeling Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden
Titel VE Verkennend onderzoek
Titel VF Vastleggen en bewaren van kentekengegevens
Titel VI Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 127
- Artikel 127a
- Artikel 128
- Artikel 129
- Artikel 130
- Artikel 131
- Artikel 131a
- Artikel 131b
- Artikel 132
- Artikel 132a
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 135
- Artikel 135a
- Artikel 136
- Artikel 136a
- Artikel 136b
- Artikel 136c
- Artikel 136d
- Artikel 137
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 138b
- Artikel 138c
- Artikel 138d
- Artikel 138e
- Artikel 138f
- Artikel 138g
- Artikel 138h
Tweede Boek Strafvordering in eersten aanleg
Titel I Het opsporingsonderzoek
Eerste afdeeling Algemeene bepalingen
Tweede afdeeling De officieren van justitie
Derde afdeling Verslaglegging door opsporingsambtenaren
Vierde afdeeling Aangiften en klachten
Vijfde afdeeling Beslissingen omtrent vervolging
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Titel III Onderzoek door de rechter-commissaris
Eerste afdeling Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen
Tweede afdeling Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
- Artikel 185
- Artikel 186
- Artikel 186a
- Artikel 187
- Artikel 187a
- Artikel 187b
- Artikel 187c
- Artikel 187d
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 190
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 193
- Artikel 195
- Artikel 195a
- Artikel 195b
- Artikel 195c
- Artikel 195d
- Artikel 195f
- Artikel 195g
- Artikel 196
- Artikel 197
- Artikel 198
- Artikel 199
Derde afdeeling Het verhoor van den verdachte
Vierde afdeeling Het verhoor van den getuige
Vierde Afdeling A Bedreigde getuigen
Vierde afdeling B Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn
Vierde afdeling C Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn
Vierde afdeling D Maatregelen tot bescherming van getuigen
Vierde afdeling E Afgeschermde getuigen
Vijfde afdeeling Deskundigen
Zesde afdeling Beëindiging van het onderzoek
Zevende afdeling Bevoegdheden van de raadsman
Achtste afdeling Geen beroep in cassatie voor het openbaar ministerie
Titel IV Beslissingen omtrent verdere vervolging
Titel IVa Vervolging door een strafbeschikking
Eerste afdeling De strafbeschikking
Tweede afdeling Oplegging door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast
Derde afdeling Waarborgen bij de oplegging
Vierde afdeling Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking
Vijfde afdeling Het doen van verzet
Zesde afdeling De behandeling van het verzet
Zevende afdeling Openbaarheid
Titel V Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting
Titel VI Behandeling van de zaak door de rechtbank
Eerste afdeling Onderzoek op de terechtzitting
- Artikel 268
- Artikel 269
- Artikel 270
- Artikel 271
- Artikel 272
- Artikel 273
- Artikel 274
- Artikel 275
- Artikel 276
- Artikel 277
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 282a
- Artikel 282b
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 288a
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
- Artikel 303
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 314a
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 322
- Artikel 324
- Artikel 325
- Artikel 326
- Artikel 327
- Artikel 327a
- Artikel 328
- Artikel 329
- Artikel 330
- Artikel 331
Tweede afdeeling Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting
Derde afdeeling Bewijs
Vierde afdeeling Beraadslaging en uitspraak
- Artikel 345
- Artikel 346
- Artikel 347
- Artikel 348
- Artikel 349
- Artikel 350
- Artikel 351
- Artikel 352
- Artikel 353
- Artikel 354
- Artikel 354a
- Artikel 355
- Artikel 356
- Artikel 357
- Artikel 358
- Artikel 359
- Artikel 359a
- Artikel 360
- Artikel 361
- Artikel 361a
- Artikel 362
- Artikel 363
- Artikel 364
- Artikel 365
- Artikel 365a
- Artikel 365b
- Artikel 365c
- Artikel 366
- Artikel 366a
- Artikel 366b
Titel VII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter
Titel VIII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter
Derde Boek Rechtsmiddelen
A Gewone rechtsmiddelen
Titel II Hooger beroep van uitspraken
- Artikel 404
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 408a
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 410a
- Artikel 411
- Artikel 411a
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 416
- Artikel 417
- Artikel 418
- Artikel 419
- Artikel 419a
- Artikel 420
- Artikel 421
- Artikel 422
- Artikel 422a
- Artikel 423
- Artikel 425
- Artikel 426
Titel III Beroep in cassatie van uitspraken
Titel IV Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften
Titel V Aanwenden van gewone rechtsmiddelen
Titel VI Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen
B Buitengewone rechtsmiddelen
Titel VII Cassatie "in het belang der wet"
Titel VIII Herziening van arresten en vonnissen
Eerste Afdeling Herziening ten voordele van de gewezen verdachte
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 464
- Artikel 464a
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 468
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 471
- Artikel 472
- Artikel 473
- Artikel 474
- Artikel 475
- Artikel 476
- Artikel 477
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 481
Tweede Afdeling Herziening ten nadele van de gewezen verdachte
Vierde Boek Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard
Titel I Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
- Artikel 488
- Artikel 488a
- Artikel 488aa
- Artikel 488ab
- Artikel 488ac
- Artikel 488b
- Artikel 489
- Artikel 489a
- Artikel 490
- Artikel 491
- Artikel 491a
- Artikel 492
- Artikel 493
- Artikel 493a
- Artikel 494
- Artikel 494a
- Artikel 494b
- Artikel 495
- Artikel 495a
- Artikel 495b
- Artikel 496
- Artikel 496a
- Artikel 497
- Artikel 498
- Artikel 499
- Artikel 500
- Artikel 501
- Artikel 502
- Artikel 503
Titel IIA Berechting van verdachten bij wie een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap wordt vermoed
Titel IIB Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
Eerste afdeling Inleidende bepalingen
Titel IID Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast
Titel III Vervolging en berechting van rechterlijke ambtenaren
Titel IIIa Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren
Titel IIIb Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Wraking en verschoning van rechters
Titel V Geschillen over rechtsmacht
Titel VI Vervolging en berechting van rechtspersonen
Titel VIa Schadevergoeding en andere bijzondere kosten
Titel VIb Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank
Eerste afdeling Algemeen
Tweede afdeling Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen
Derde afdeling Verplichtingen van de schipper
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde
Titel VIII Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht
Titel IX Beklag
Titel X Innovatie van verschillende onderwerpen
Eerste afdeling Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad
Tweede afdeling Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming
Derde afdeling Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en als wettig bewijsmiddel
Vierde afdeling Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie
Vijfde afdeling Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
Zesde afdeling Toepassing
Vijfde Boek Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking
Titel 1 Internationale rechtshulp in strafzaken
Eerste afdeling Verzoeken om internationale rechtshulp in strafzaken
Tweede afdeling Verzoeken tot rechtshulp gericht aan het buitenland
Derde afdeling Verzoeken tot rechtshulp gericht aan Nederland
Vierde afdeling Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen
Titel 2 Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams
Titel 3 Overdracht en overname van strafvervolging
Eerste afdeling Overdracht van strafvervolging
Tweede afdeling Overname van strafvervolging
Titel 4 Europees onderzoeksbevel
Eerste afdeling Het Europees onderzoeksbevel
Tweede afdeling Uitvoering van een Europees onderzoeksbevel
Derde afdeling Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden
Vierde afdeling Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel
Titel 5 Europees bevriezingsbevel
Eerste afdeling Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie
Tweede afdeling Bevelen uitgevaardigd door Nederland
Derde afdeling Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805
Titel 7 Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van bevelen betreffende de voorlopige hechtenis tussen de lidstaten van de Europese Unie
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland
Derde afdeling Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland
Titel 8 Europees beschermingsbevel
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie
Derde afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland
Boek 6 Tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Eerste titel Taken en bevoegdheden
Tweede titel Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn
Derde titel Toezicht op de tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 2 Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Eerste titel Opneming, aanvang, onderbreking en invrijheidstelling
Tweede titel Voorwaardelijke invrijheidstelling
Derde titel Verpleging van overheidswege en terbeschikkingstelling
Vierde titel Inrichting voor stelselmatige daders
Vijfde titel Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
Hoofdstuk 3 Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden
Eerste titel Taakstraffen
Tweede titel Gedragsaanwijzingen
Derde titel Jeugd – taakstraf en gedragsbeïnvloedende maatregel
Vierde titel Toezicht en aanhouding
Hoofdstuk 4 Geldelijke straffen en maatregelen
Eerste titel Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen
Tweede titel Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Derde titel Bevel gijzeling
Vierde titel Storting waarborgsom
Vijfde titel Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde
Hoofdstuk 5 Bijkomende straffen
Hoofdstuk 6 Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging
Eerste titel Algemeen
Tweede titel Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Derde titel Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden
Vierde titel Geldelijke straffen en maatregelen
Hoofdstuk 7
Artikel 6:7:2
-
Een verzoekschrift om gratie schort de tenuitvoerlegging of ingang van de straf waarvan gratie wordt verzocht en waarvan de tenuitvoerlegging nog niet is aangevangen, op in de gevallen, waarin het verzoek betrekking heeft op een onherroepelijk vonnis of arrest met een veroordeling tot:
een vrijheidsstraf van zes maanden of minder;
een vrijheidsstraf van zes maanden of minder die voorwaardelijk is opgelegd en waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen ingevolge het niet naleven van een gestelde voorwaarde;
een taakstraf.
-
Een verzoekschrift om gratie schort voorts de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel op in de gevallen, waarin een jaar na het onherroepelijk worden van de rechterlijke beslissing waarvan gratie wordt verzocht, de tenuitvoerlegging, anders dan op verzoek van de veroordeelde, nog niet is aangevangen.
Artikel 6:7:3
Artikel 6:7:2 blijft buiten toepassing indien:
de veroordeelde ongeoorloofd afwezig is;
de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, hetzij uit hoofde van de rechterlijke beslissing waarbij de vrijheidsstraf waarvan gratie wordt verzocht werd opgelegd, hetzij uit anderen hoofde krachtens rechterlijke beslissing in Nederland of in een vreemde staat;
het verzoekschrift om gratie betrekking heeft op een of meer straffen of maatregelen ten aanzien waarvan reeds eerder op een verzoekschrift om gratie is beschikt;
het verzoekschrift wordt ingediend op het tijdstip dat de veroordeelde tot een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zich bevindt op het grondgebied van een vreemde staat welke een Nederlands verzoek om zijn uitlevering in behandeling heeft genomen of met het oog daarop zijn voorlopige aanhouding heeft gelast;
het verzoek betrekking heeft op straffen of maatregelen, waarvan de tenuitvoerlegging aan een vreemde staat is overgedragen.
Artikel 6:7:4
-
Onze Minister doet mededeling aan de veroordeelde van het ingaan van de opschorting van de tenuitvoerlegging die is verbonden aan het indienen van een verzoekschrift.
-
Indien een verzoekschrift om gratie van een vrijheidsstraf, van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege of van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is ingediend, zonder dat de wet daaraan de opschorting van de tenuitvoerlegging verbindt, kan Onze Minister niettemin bepalen dat de tenuitvoerlegging wordt opgeschort of geschorst zolang op het verzoek niet is beschikt. Hij doet daarvan mededeling aan de veroordeelde.
-
De opschorting of schorsing gaat in op het moment dat de veroordeelde kennis heeft gekregen van de mededeling, bedoeld in het eerste of het tweede lid. De opschorting of schorsing duurt totdat op het verzoekschrift is beslist.
-
Onze Minister draagt na de mededeling, bedoeld in het eerste of tweede lid, zorg dat de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel waarvan gratie is verzocht, wordt opgeschort of geschorst overeenkomstig de te dien aanzien geldende wettelijke voorschriften.
Artikel 6:7:5
Een verzoekschrift om gratie dat van een derde afkomstig is wordt buiten verdere behandeling gelaten, indien blijkt dat degene aan wie de straf of maatregel is opgelegd, niet met het verzoek instemt. Deze instemming is niet vereist voor een ambtshalve door het openbaar ministerie ingediend verzoekschrift om gratie.
Artikel 6:7:6
Verzoeken strekkende tot vermindering, verandering of kwijtschelding van andere door de Nederlandse strafrechter opgelegde maatregelen dan genoemd in artikel 6:7:1, eerste lid, onderdeel b, worden in handen gesteld van de autoriteit, die wettelijk bevoegd is de tenuitvoerlegging van die maatregelen te beëindigen of de daarbij opgelegde verplichtingen te wijzigen of te niet te doen, ten einde daarop te beslissen.
Artikel 6:7:7
-
Indien gunstig wordt beschikt op een verzoekschrift om gratie ter zake van een straf of maatregel, waarvan de tenuitvoerlegging reeds is aangevangen of voltooid, wordt het bedrag van de betaalde geldboete of van het reeds betaalde gedeelte van het door de rechter vastgestelde bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel teruggegeven.
-
Voorwerpen die verbeurd zijn verklaard of aan het verkeer zijn onttrokken, worden na een gunstige beslissing op een verzoekschrift om gratie van die straf of maatregel door de bewaarder teruggegeven. Artikel 119, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6:7:8
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepaalde in dit hoofdstuk. Deze nadere regels zien in elk geval op het tijdstip van de aanvang van de tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 6:7:2.