Wetboek van Strafvordering Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.

Inhoud
Eerste Boek Algemeene bepalingen
Titel I Strafvordering in het algemeen
Titel II De verdachte
Titel IIa Kennisneming van processtukken
Titel IIb Kennisgeving van gerechtelijke mededelingen
Titel III De raadsman
Titel IIIA Het slachtoffer
Titel IIIC : De deskundige
Titel IV Eenige bijzondere dwangmiddelen
Eerste afdeeling Aanhouding en inverzekeringstelling
Tweede afdeeling Voorloopige hechtenis
Derde afdeeling Inbeslagneming
Vierde afdeeling Handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Vijfde afdeling Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een doorzoeking
Zevende afdeling Doorzoeking ter vastlegging van gegevens
Negende afdeling strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel IVA Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Eerste afdeling Stelselmatige observatie
Tweede afdeling Infiltratie
Derde afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde afdeling Stelselmatige inwinning van informatie
Vijfde afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde afdeling Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel
Zevende afdeling Onderzoek van communicatie door middel van geautomatiseerde werken
Achtste afdeling Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Negende afdeling Vorderen van gegevens
Titel V Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband
Titel VA Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste afdeling Verzoek informatie in te winnen
Tweede afdeling Burgerinfiltratie
Derde afdeling Burgerpseudo-koop of -dienstverlening
Titel VB Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie
Derde afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Derde afdeling A Vorderen van gegevens
Derde afdeling B Onderzoek in een geautomatiseerd werk
Vierde afdeling Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding
Vijfde afdeling Onderzoek aan het lichaam en DNA-onderzoek
Titel VC Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers
Titel VD Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de titels IVA tot en met VC
Eerste afdeling Voeging bij de processtukken
Tweede afdeling Kennisgeving aan betrokkene
Derde afdeling De bewaring en de vernietiging van processen-verbaal en andere voorwerpen, het gebruik van gegevens voor een ander doel en de ontoegankelijkmaking en vernietiging van gegevens
Vierde afdeling Technische hulpmiddelen
Vijfde afdeling Verbod op doorlaten
Zesde afdeling Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden
Titel VE Verkennend onderzoek
Titel VF Vastleggen en bewaren van kentekengegevens
Titel VI Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
Tweede Boek Strafvordering in eersten aanleg
Titel I Het opsporingsonderzoek
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Titel III Onderzoek door de rechter-commissaris
Eerste afdeling Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen
Tweede afdeling Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
Derde afdeeling Het verhoor van den verdachte
Vierde afdeeling Het verhoor van den getuige
Vierde Afdeling A Bedreigde getuigen
Vierde afdeling B Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn
Vierde afdeling C Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn
Vierde afdeling D Maatregelen tot bescherming van getuigen
Vierde afdeling E Afgeschermde getuigen
Vijfde afdeeling Deskundigen
Zesde afdeling Beëindiging van het onderzoek
Zevende afdeling Bevoegdheden van de raadsman
Achtste afdeling Geen beroep in cassatie voor het openbaar ministerie
Titel IV Beslissingen omtrent verdere vervolging
Titel IVa Vervolging door een strafbeschikking
Eerste afdeling De strafbeschikking
Tweede afdeling Oplegging door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast
Derde afdeling Waarborgen bij de oplegging
Vierde afdeling Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking
Vijfde afdeling Het doen van verzet
Zesde afdeling De behandeling van het verzet
Zevende afdeling Openbaarheid
Titel V Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting
Titel VI Behandeling van de zaak door de rechtbank
Titel VII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter
Titel VIII Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter
Derde Boek Rechtsmiddelen
A Gewone rechtsmiddelen
B Buitengewone rechtsmiddelen
Vierde Boek Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard
Titel I Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Titel IIA Berechting van verdachten bij wie een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap wordt vermoed
Titel IIB Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
Titel IID Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast
Titel III Vervolging en berechting van rechterlijke ambtenaren
Titel IIIa Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren
Titel IIIb Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Wraking en verschoning van rechters
Titel V Geschillen over rechtsmacht
Titel VI Vervolging en berechting van rechtspersonen
Titel VIa Schadevergoeding en andere bijzondere kosten
Titel VIb Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde
Titel VIII Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht
Titel IX Beklag
Titel X Innovatie van verschillende onderwerpen
Eerste afdeling Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad
Tweede afdeling Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming
Derde afdeling Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en als wettig bewijsmiddel
§ 1 Algemene bepaling
§ 2 Verslaglegging door opsporingsambtenaren
§ 3 Behandeling van de zaak door de rechtbank
§ 4 Behandeling van de zaak in hoger beroep door het gerechtshof
Vierde afdeling Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie
Vijfde afdeling Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
Zesde afdeling Toepassing
Vijfde Boek Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking
Titel 1 Internationale rechtshulp in strafzaken
Titel 2 Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams
Titel 3 Overdracht en overname van strafvervolging
Eerste afdeling Overdracht van strafvervolging
§ 1 Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie
§ 2 Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie
Tweede afdeling Overname van strafvervolging
Titel 4 Europees onderzoeksbevel
Titel 5 Europees bevriezingsbevel
Titel 7 Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van bevelen betreffende de voorlopige hechtenis tussen de lidstaten van de Europese Unie
Titel 8 Europees beschermingsbevel
Boek 6 Tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
Hoofdstuk 3 Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden
Hoofdstuk 4 Geldelijke straffen en maatregelen
Hoofdstuk 5 Bijkomende straffen
Hoofdstuk 6 Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging
Hoofdstuk 7 Gratie

Tweede titel

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Artikel 6:2:10

  1. Voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden verleend:

    1. aan de veroordeelde tot vrijheidsstraf van meer dan een jaar en ten hoogste twee jaren wanneer de vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en van het alsdan nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde gedeelte is ondergaan;

    2. aan de veroordeelde tot tijdelijke gevangenisstraf van meer dan twee jaren wanneer hij twee derde gedeelte daarvan heeft ondergaan, met dien verstande dat de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, niet langer kan zijn dan twee jaren.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:

    1. de rechter heeft bepaald dat een gedeelte van de vrijheidsstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd;

    2. de rechter heeft gelast dat de niet ten uitvoer gelegde straf of een gedeelte daarvan alsnog ten uitvoer wordt gelegd omdat enige gestelde voorwaarde niet is nageleefd;

    3. de veroordeelde een vreemdeling is die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

  3. Bij de beslissing over het verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

    1. de mate waarin en de wijze waarop de veroordeelde door zijn gedrag heeft doen blijken van een bijzondere geschiktheid tot terugkeer in de samenleving;

    2. de mogelijkheden om eventuele aan de invrijheidstelling verbonden risico’s te beperken en beheersen;

    3. de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen, waaronder de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden.

  4. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid in het geval van de tenuitvoerlegging van een in het buitenland opgelegde vrijheidsstraf in Nederland bepalen dat:

    1. de voorwaardelijke invrijheidstelling op een eerder tijdstip kan plaatsvinden, indien de veroordeelde op dat eerdere tijdstip voorwaardelijk in vrijheid zou zijn gesteld, als de tenuitvoerlegging niet aan Nederland zou zijn overgedragen;

    2. de voorwaardelijke invrijheidstelling op een later tijdstip kan plaatsvinden, voor zover de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling op dat latere tijdstip de instemming van de buitenlandse autoriteit met de overbrenging van de veroordeelde naar Nederland heeft bevorderd.

  5. Artikel 6:2:5 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:2:11

  1. De voorwaardelijke invrijheidstelling geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

  2. Aan de voorwaardelijke invrijheidstelling kunnen daarnaast bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde worden gesteld. Indien aan de voorwaardelijke invrijheidstelling een bijzondere voorwaarde is gesteld, zijn daaraan van rechtswege de voorwaarden verbonden dat de veroordeelde:

    1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

    2. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.

  3. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden:

    1. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;

    2. een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden of te vestigen;

    3. een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;

    4. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;

    5. een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

    6. opneming van de veroordeelde in een zorginstelling gedurende een bepaalde termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd;

    7. een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling gedurende een bepaalde termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd;

    8. het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang gedurende een bepaalde termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd;

    9. het deelnemen aan een gedragsinterventie;

    10. een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten;

    11. een beperking van het recht om Nederland te verlaten;

    12. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade of het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen;

    13. de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied;

    14. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, waaraan deze gedurende de proeftijd heeft te voldoen.

  4. Aan een bijzondere voorwaarde kan elektronisch toezicht worden verbonden.

Artikel 6:2:12

  1. Het openbaar ministerie beslist over het verlenen en herroepen van voorwaardelijke invrijheidstelling en over het stellen, wijzigen of opheffen van bijzondere voorwaarden. De beslissingen van het openbaar ministerie zijn met redenen omkleed. Het openbaar ministerie stelt de veroordeelde in kennis van zijn beslissingen.

  2. De directeur van de penitentiaire inrichting en de reclassering adviseren omtrent de beslissingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6:2:13

  1. Uiterlijk vier weken voor het in artikel 6:2:10, eerste of vierde lid, bedoelde tijdstip stelt het openbaar ministerie de veroordeelde in kennis van zijn beslissing over het al dan niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling. De beslissing kan ook inhouden dat een beslissing over het verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld voor een termijn van ten hoogste zes maanden. Indien voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, beslist het openbaar ministerie eveneens over de daaraan verbonden voorwaarden.

  2. Indien geen voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, kan de veroordeelde ten minste zes maanden na de daartoe strekkende beslissing, eenmaal verzoeken om alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Het openbaar ministerie beslist binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek en stelt de veroordeelde van zijn beslissing in kennis. Indien alsnog voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, bepaalt het openbaar ministerie de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling en beslist eveneens over de daaraan verbonden voorwaarden. Indien na het verzoek opnieuw geen voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, zijn de vorige volzinnen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:2:13a

  1. Voorwaardelijke invrijheidstelling kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen indien:

    1. er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

    2. de veroordeelde een bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

  2. De voorwaardelijke invrijheidstelling kan ook worden herroepen indien het gedrag van de veroordeelde, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan in de periode dat de proeftijd niet loopt op grond van artikel 6:1:18, derde lid.

  3. De voorwaardelijke invrijheidstelling kan voorts worden herroepen indien de veroordeelde niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.

  4. Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping, indien naar zijn oordeel met het wijzigen van de voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan.

Artikel 6:2:13b

  1. Indien er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de voorwaardelijke invrijheidstelling zal worden herroepen, kan de aanhouding van de veroordeelde worden bevolen door het openbaar ministerie. Indien het bevel van het openbaar ministerie niet kan worden afgewacht, kan de hulpofficier de aanhouding van de veroordeelde bevelen. De hulpofficier geeft van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan het openbaar ministerie.

  2. Indien de veroordeelde is aangehouden, beslist het openbaar ministerie binnen drie dagen na die aanhouding over de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

  3. Indien het openbaar ministerie beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, gelast het de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf door onderbrenging van de veroordeelde in een penitentiaire inrichting. Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk is herroepen, wordt de veroordeelde, nadat hij het alsnog ten uitvoer te leggen gedeelte van de vrijheidsstraf heeft ondergaan, opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

  4. Indien het openbaar ministerie niet beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de aangehouden veroordeelde, wordt zijn voorwaardelijke invrijheidstelling hervat.

  5. Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen nadat de veroordeelde is aangehouden, wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geacht te zijn hervat op de dag van de aanhouding, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6:2:13c

Deze titel is niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 6:2:14

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepaalde in deze titel. Deze nadere regels betreffen in elk geval de totstandkoming van de beslissingen omtrent het stellen, aanvullen, wijzigen of opheffen van bijzondere voorwaarden.

← terug naar Wetboek van Strafvordering