-
Partijen kunnen bij overeenkomst geschillen die tussen hen uit een bepaalde, al dan niet uit een overeenkomst voortvloeiende, rechtsbetrekking zijn ontstaan dan wel zouden kunnen ontstaan, aan arbitrage onderwerpen.
-
De overeenkomst tot arbitrage, bedoeld in het eerste lid, betreft zowel het compromis waarbij de partijen zich verbinden om een tussen hen bestaand geschil aan arbitrage te onderwerpen als het arbitraal beding waarbij de partijen zich verbinden om geschillen die tussen hen zouden kunnen ontstaan, aan arbitrage te onderwerpen.
-
De overeenkomst tot arbitrage mag niet leiden tot de vaststelling van rechtsgevolgen welke niet ter vrije bepaling van de partijen staan.
-
Bij overeenkomst kunnen tevens aan arbitrage worden onderworpen:
de enkele vaststelling van de hoedanigheid of van de toestand van zaken;
de enkele bepaling van de hoogte van een schadevergoeding of van een verschuldigde geldsom;
de aanvulling of wijziging van de rechtsbetrekking als bedoeld in het eerste lid.
-
Onder de overeenkomst tot arbitrage wordt mede begrepen een arbitraal beding dat is opgenomen in de partijen bindende statuten of reglementen.
-
Een arbitragereglement, waarnaar in een overeenkomst tot arbitrage wordt verwezen, wordt geacht deel van die overeenkomst uit te maken.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Actueel
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit en de commissie van de Europese gemeenschappen
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van het geding
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepaling
Tweede afdeling Relatieve bevoegdheid
Derde afdeling Oproeping
Vierde afdeling Verloop van de procedure
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 282a
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
Vierde titel
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 320a
- Artikel 320b
- Artikel 320c
- Artikel 320d
- Artikel 320e
- Artikel 320f
- Artikel 320g
- Artikel 320h
- Artikel 320i
- Artikel 320j
- Artikel 320k
- Artikel 320l
- Artikel 320m
- Artikel 320n
- Artikel 320o
- Artikel 320p
- Artikel 320q
- Artikel 320r
- Artikel 320s
- Artikel 320t
- Artikel 320u
- Artikel 320v
- Artikel 320w
- Artikel 320x
- Artikel 320y
- Artikel 320z
- Artikel 321
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeeling Van den termijn van beroep
Derde afdeeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Elfde titel Cassatie
Eerste afdeling Van de zaken aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling Van de termijn van beroep en van deszelfs schorsende kracht
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie
Vierde afdeling Van de uitspraak in cassatie
Vijfde afdeling Van beroep in cassatie tegen beschikkingen op rekest
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 442
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475g
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475fa
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag onder derden betreffende de rechten uit een overeenkomst van levensverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
- Artikel 514
- Artikel 515
- Artikel 516
- Artikel 517
- Artikel 518
- Artikel 519
- Artikel 520
- Artikel 521
- Artikel 522
- Artikel 523
- Artikel 524
- Artikel 525
- Artikel 526
- Artikel 527
- Artikel 528
- Artikel 529
- Artikel 530
- Artikel 531
- Artikel 532
- Artikel 533
- Artikel 534
- Artikel 535
- Artikel 536
- Artikel 537
- Artikel 537a
- Artikel 537b
- Artikel 537c
- Artikel 537d
- Artikel 537e
- Artikel 537f
- Artikel 537g
- Artikel 537h
- Artikel 537i
- Artikel 537j
- Artikel 524a
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom
Eerste afdeling Lijfsdwang
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
- Artikel 591
- Artikel 592
- Artikel 593
- Artikel 594
- Artikel 595
- Artikel 596
- Artikel 597
- Artikel 598
- Artikel 598a
- Artikel 598b
- Artikel 598c
- Artikel 598d
- Artikel 598e
- Artikel 598f
- Artikel 598g
- Artikel 598h
- Artikel 598i
- Artikel 598j
- Artikel 598k
- Artikel 599
- Artikel 600
- Artikel 601
- Artikel 602
- Artikel 603
- Artikel 604
- Artikel 605
- Artikel 606
- Artikel 607
- Artikel 608
- Artikel 609
- Artikel 610
- Artikel 611
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van regtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
- Artikel 621
- Artikel 622
- Artikel 623
- Artikel 624
- Artikel 625
- Artikel 626
- Artikel 627
- Artikel 628
- Artikel 629
- Artikel 630
- Artikel 631
- Artikel 632
- Artikel 633
- Artikel 634
- Artikel 635
- Artikel 635a
- Artikel 636
- Artikel 637
- Artikel 638
- Artikel 639
- Artikel 640
- Artikel 641
- Artikel 641a
- Artikel 641b
- Artikel 641c
- Artikel 641d
- Artikel 642
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
- Artikel 643
- Artikel 644
- Artikel 645
- Artikel 646
- Artikel 647
- Artikel 648
- Artikel 649
- Artikel 650
- Artikel 651
- Artikel 652
- Artikel 653
- Artikel 654
- Artikel 655
- Artikel 656
- Artikel 657
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
- Artikel 730
- Artikel 731
- Artikel 732
- Artikel 733
- Artikel 734
- Artikel 734a
- Artikel 734b
- Artikel 734c
- Artikel 734d
- Artikel 735
- Artikel 736
- Artikel 737
- Artikel 738
- Artikel 739
- Artikel 740
- Artikel 741
- Artikel 742
- Artikel 743
- Artikel 744
- Artikel 745
- Artikel 746
- Artikel 747
- Artikel 748
- Artikel 749
- Artikel 750
- Artikel 751
- Artikel 752
- Artikel 753
- Artikel 754
- Artikel 755
- Artikel 756
- Artikel 757
- Artikel 757a
- Artikel 757b
- Artikel 757c
- Artikel 757d
- Artikel 758
- Artikel 759
- Artikel 760
- Artikel 761
- Artikel 762
- Artikel 763
- Artikel 764
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
- Artikel 771
- Artikel 772
- Artikel 773
- Artikel 774
- Artikel 775
- Artikel 776
- Artikel 777
- Artikel 778
- Artikel 779
- Artikel 780
- Artikel 781
- Artikel 782
- Artikel 783
- Artikel 784
- Artikel 785
- Artikel 786
- Artikel 787
- Artikel 788
- Artikel 789
- Artikel 790
- Artikel 791
- Artikel 792
- Artikel 793
- Artikel 794
- Artikel 795
- Artikel 796
- Artikel 797
- Artikel 797a
- Artikel 797b
- Artikel 797c
- Artikel 797d
- Artikel 797e
- Artikel 797f
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
- Artikel 798
- Artikel 799
- Artikel 800
- Artikel 801
- Artikel 802
- Artikel 803
- Artikel 804
- Artikel 805
- Artikel 806
- Artikel 807
- Artikel 808
- Artikel 808a
- Artikel 808b
- Artikel 808c
- Artikel 808d
- Artikel 808e
- Artikel 808f
- Artikel 808g
- Artikel 808h
- Artikel 808i
- Artikel 808j
- Artikel 809
- Artikel 810
- Artikel 810a
- Artikel 811
- Artikel 812
- Artikel 813
- Artikel 799a
- Artikel 802a
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
- Artikel 844
- Artikel 845
- Artikel 846
- Artikel 847
- Artikel 848
- Artikel 849
- Artikel 850
- Artikel 851
- Artikel 852
Eerste afdeling Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
- Artikel 853
- Artikel 854
- Artikel 855
- Artikel 856
- Artikel 857
- Artikel 858
- Artikel 859
- Artikel 860
- Artikel 861
- Artikel 862
- Artikel 863
- Artikel 864
- Artikel 865
- Artikel 866
- Artikel 867
- Artikel 868
- Artikel 869
- Artikel 870
- Artikel 871
- Artikel 872
- Artikel 873
- Artikel 874
- Artikel 875
- Artikel 876
- Artikel 877
- Artikel 878
- Artikel 879
- Artikel 880
- Artikel 881
- Artikel 882
- Artikel 883
- Artikel 884
- Artikel 885
- Artikel 886
- Artikel 887
- Artikel 888
- Artikel 889
- Artikel 890
- Artikel 891
- Artikel 892
- Artikel 893
- Artikel 894
- Artikel 895
- Artikel 896
- Artikel 897
- Artikel 898
- Artikel 899
- Artikel 899a
- Artikel 899b
- Artikel 899c
- Artikel 899d
- Artikel 899e
- Artikel 899f
- Artikel 900
- Artikel 901
- Artikel 902
- Artikel 902a
- Artikel 902b
- Artikel 903
- Artikel 904
- Artikel 905
- Artikel 906
- Artikel 907
- Artikel 908
- Artikel 908a
- Artikel 908b
- Artikel 909
- Artikel 910
- Artikel 911
- Artikel 912
- Artikel 912a
- Artikel 913
- Artikel 914
- Artikel 915
- Artikel 916
- Artikel 917
- Artikel 918
- Artikel 919
- Artikel 919a
- Artikel 920
- Artikel 921
- Artikel 922
- Artikel 923
- Artikel 924
- Artikel 925
- Artikel 926
- Artikel 927
- Artikel 928
- Artikel 929
- Artikel 929a
- Artikel 930
- Artikel 931
- Artikel 932
- Artikel 933
- Artikel 934
- Artikel 934a
- Artikel 934b
- Artikel 934c
- Artikel 935
- Artikel 936
- Artikel 937
- Artikel 938
- Artikel 939
- Artikel 939a
- Artikel 940
- Artikel 941
- Artikel 942
- Artikel 943
- Artikel 944
- Artikel 945
- Artikel 946
- Artikel 947
- Artikel 948
- Artikel 949
- Artikel 950
- Artikel 951
- Artikel 952
- Artikel 953
- Artikel 954
- Artikel 955
- Artikel 955a
- Artikel 955b
- Artikel 955c
- Artikel 955d
- Artikel 955e
- Artikel 955f
- Artikel 955g
- Artikel 956
- Artikel 956a
- Artikel 957
- Artikel 957a
- Artikel 958
- Artikel 959
- Artikel 960
- Artikel 961
- Artikel 962
- Artikel 963
- Artikel 964
- Artikel 964a
- Artikel 965
- Artikel 966
- Artikel 966a
- Artikel 967
- Artikel 968
- Artikel 968a
- Artikel 968b
- Artikel 968c
- Artikel 968d
- Artikel 969
- Artikel 970
- Artikel 971
- Artikel 972
- Artikel 973
- Artikel 974
- Artikel 975
- Artikel 976
- Artikel 976a
- Artikel 977
- Artikel 978
- Artikel 979
- Artikel 980
- Artikel 981
- Artikel 982
- Artikel 983
- Artikel 984
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Elfde titel Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1042
- Artikel 1043
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1041a
- Artikel 1042a
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1045a
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Eerste titel
Artikel 1021
De overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. De overeenkomst tot arbitrage kan tevens worden bewezen door elektronische gegevens. Artikel 227a, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1022
-
De rechter, bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, verklaart zich onbevoegd, indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is.
-
Een overeenkomst tot arbitrage belet niet dat een partij de gewone rechter verzoekt om een maatregel tot bewaring van recht dan wel zich wendt tot de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding overeenkomstig artikel 254; deze besluit in dit geval met inachtneming van het bepaalde in artikel 1051.
-
Een overeenkomst van arbitrage belet niet dat een partij de gewone rechter verzoekt een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht of een voorlopige plaatsopneming en bezichtiging te bevelen, tenzij ten tijde van dit verzoek arbiters zijn benoemd. Artikel 187, eerste lid, vindt toepassing alsof geen overeenkomst tot arbitrage van kracht is.
Artikel 1023
Iedere handelingsbekwame, natuurlijke persoon kan tot arbiter worden benoemd. Geen persoon is om reden van zijn nationaliteit van benoeming uitgesloten, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1024
-
Het compromis bevat een aanduiding van hetgeen de partijen aan arbitrage wensen te onderwerpen.
-
Door het sluiten van een compromis is de zaak aanhangig, tenzij de partijen een andere wijze van aanhangig maken zijn overeengekomen.
-
Indien de partijen zijn overeengekomen dat de benoeming van de arbiter of arbiters, of een of meer hunner, door een derde zal geschieden, zendt de meest gerede partij een afschrift van het compromis aan die derde.
Artikel 1025
-
Ingeval van een arbitraal beding is een zaak aanhangig op de dag van de ontvangst van een schriftelijke mededeling, waarbij een partij aan haar wederpartij bericht, tot arbitrage over te gaan. Die mededeling bevat een aanduiding van hetgeen de partij, die de zaak aanhangig maakt, aan arbitrage wenst te onderwerpen.
-
Indien de partijen zijn overeengekomen dat de benoeming van de arbiter of arbiters, of een of meer hunner, door een derde zal geschieden, zendt de partij die tot arbitrage overgaat een afschrift van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan die derde.
-
De partijen kunnen overeenkomen dat de zaak op een andere wijze aanhangig wordt gemaakt dan voorzien in dit artikel.
Artikel 1026
-
Een scheidsgerecht heeft een oneven aantal arbiters. Het kan ook uit een arbiter bestaan.
-
Ingeval de partijen het aantal arbiters niet zijn overeengekomen, of indien een overeengekomen wijze van bepaling van het aantal niet wordt uitgevoerd en de partijen niet alsnog tot overeenstemming komen over het aantal, wordt dat aantal op verzoek van de meest gerede partij bepaald door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Indien de partijen een even aantal arbiters zijn overeengekomen, benoemen deze arbiters een aanvullend arbiter als voorzitter van het scheidsgerecht.
-
Bij gebreke van overeenstemming tussen de arbiters wordt deze aanvullend arbiter, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van de meest gerede partij benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Artikel 1027
-
De arbiter of arbiters worden benoemd op de wijze zoals de partijen zijn overeengekomen. De partijen kunnen de benoeming van de arbiter of arbiters, of van een of meer hunner, aan een derde opdragen. Indien geen wijze van benoeming is overeengekomen, worden de arbiter of arbiters door de partijen gezamenlijk benoemd.
-
De benoeming dient te geschieden binnen twee maanden nadat de zaak aanhangig is, tenzij de arbiter of arbiters reeds voordien zijn benoemd. Indien evenwel een der gevallen bedoeld in artikel 1026, tweede lid, zich voordoet, vangt de termijn van twee maanden aan op de dag dat het aantal der arbiters is bepaald. Deze termijn is drie maanden indien ten minste een der partijen buiten Nederland woont of feitelijk verblijf houdt. De termijnen kunnen door de partijen bij overeenkomst worden bekort of verlengd.
-
Vindt de benoeming van de arbiter of arbiters niet binnen de in het vorige lid bedoelde termijn plaats, dan worden deze, op verzoek van de meest gerede partij, benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De wederpartij wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord.
-
De voorzieningenrechter of de derde benoemt de arbiter of arbiters ongeacht de vraag of de overeenkomst tot arbitrage geldig is. Door mede te werken aan de benoeming van de arbiter of arbiters verliezen de partijen niet het recht om een beroep te doen op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage.
Artikel 1028
Indien in de overeenkomst tot arbitrage aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters is toegekend, kan de wederpartij, in afwijking van de in deze overeenkomst nedergelegde benoemingsregeling, binnen een maand nadat de zaak aanhangig is, de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de arbiter of arbiters te benoemen. De wederpartij van de verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord.Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1029
-
Een arbiter aanvaardt zijn opdracht schriftelijk.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan op eigen verzoek daarvan worden ontheven hetzij met instemming van de partijen, hetzij door een door de partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan door de partijen gezamenlijk van zijn opdracht worden ontheven.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan, indien hij rechtens of feitelijk niet meer in staat is, zijn opdracht te vervullen, op verzoek van een der partijen van zijn opdracht worden ontheven door een door de partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Artikel 1030
-
Een arbiter die ingevolge artikel 1029, tweede, derde of vierde lid, van zijn opdracht is ontheven, wordt vervangen volgens de regelen die van toepassing waren op de oorspronkelijke benoeming, tenzij de partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen. Hetzelfde geldt ingeval van overlijden van een arbiter.
-
Indien de partijen in de overeenkomst tot arbitrage de arbiter of arbiters met name hebben aangewezen, vindt vervanging in de in het eerste lid bedoelde gevallen eveneens plaats, tenzij de partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst tot arbitrage alsdan eindigt.
-
Ingeval van vervanging is het geding van rechtswege geschorst, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Na de schorsing wordt het geding voortgezet in de stand waarin het zich bevindt, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1031
-
De partijen kunnen gezamenlijk de opdracht van het scheidsgerecht beëindigen.
-
Op verzoek van de meest gerede partij kan een door de partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, de voorzieningenrechter van de rechtbank, de wederpartij en de arbiter of arbiters gehoord, de opdracht van het scheidsgerecht beëindigen, indien het, ondanks herhaalde aanmaning, zijn opdracht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, op onaanvaardbaar trage wijze uitvoert. In dat geval herleeft de bevoegdheid van de gewone rechter, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1032
-
Het overlijden van een partij doet de overeenkomst tot arbitrage noch de opdracht van het scheidsgerecht eindigen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Het scheidsgerecht schorst het geding voor een door hem te bepalen termijn. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van de rechtsopvolgers van een overleden partij, deze termijn verlengen. Het scheidsgerecht stelt de wederpartij in de gelegenheid, op het verzoek te worden gehoord.
-
Na de schorsing wordt het geding voortgezet in de stand waarin het zich bevindt, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1033
-
Een arbiter kan worden gewraakt indien gerechtvaardigde twijfel bestaat aan zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid. Om dezelfde redenen kan een aan het scheidsgerecht toegevoegde secretaris worden gewraakt. Artikel 1035 is in dit geval van overeenkomstige toepassing.
-
Een door een partij benoemde arbiter kan door die partij slechts worden gewraakt om redenen welke haar na de benoeming bekend zijn geworden.
-
Een partij kan een door een derde of door de voorzieningenrechter van de rechtbank benoemde arbiter niet wraken, indien zij in diens benoeming heeft berust, tenzij de reden tot wraking haar eerst later bekend is geworden.
Artikel 1034
-
Een als arbiter of secretaris aangezochte persoon die het vermoeden heeft dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan degene die hem heeft aangezocht, onder vermelding van de vermoedelijke redenen tot wraking.
-
Een tot arbiter of secretaris benoemde persoon doet de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de partijen zodra zijn benoeming heeft plaatsgevonden, tenzij zij deze mededeling reeds hebben ontvangen.
Artikel 1035
-
De wrakende partij brengt de wraking, onder opgave van redenen, schriftelijk ter kennis van de betrokken arbiter, het scheidsgerecht, haar wederpartij en tevens, indien een derde de gewraakte arbiter heeft benoemd, van die derde. Het geding kan door het scheidsgerecht worden geschorst vanaf de dag van de ontvangst van de kennisgeving.
-
Trekt een gewraakte arbiter zich niet binnen twee weken na de dag van de ontvangst van die kennisgeving terug, dan wordt over de gegrondheid van de wraking op verzoek van de meest gerede partij door de voorzieningenrechter van de rechtbank beslist. Wordt dit verzoek niet binnen vier weken na de dag van de ontvangst van de kennisgeving gedaan, dan vervalt het recht tot wraking en wordt het geding, indien het geschorst was, hervat in de stand waarin het zich bevindt.
-
Trekt de gewraakte arbiter zich terug of wordt diens wraking door de voorzieningenrechter van de rechtbank gegrond bevonden, dan wordt hij vervangen volgens de regelen welke van toepassing waren op zijn oorspronkelijke benoeming, tenzij de partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen.Artikel 1030, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Indien de betrokken arbiter, een der partijen of beide partijen buiten Nederland wonen of feitelijk verblijf houden, zijn de in het tweede lid vermelde termijnen zes onderscheidenlijk acht weken.
Artikel 1036
Onverminderd het bepaalde in deze Titel wordt het arbitraal geding gevoerd op de wijze als door de partijen is overeengekomen of, voorzover de partijen daarin niet hebben voorzien, als door het scheidsgerecht bepaald.
Artikel 1037
-
De plaats van arbitrage wordt door de partijen bij overeenkomst bepaald en bij gebreke daarvan door het scheidsgerecht. Door de bepaling van de plaats van arbitrage is tevens de plaats van de uitspraak vastgesteld.
-
Indien de plaats van arbitrage noch door de partijen noch door het scheidsgerecht is bepaald, geldt de plaats van de uitspraak, door het scheidsgerecht in het vonnis vermeld, als plaats van arbitrage.
-
Het scheidsgerecht kan zitting houden, beraadslagen, getuigen en deskundigen horen op elke andere plaats, in of buiten Nederland, die het daartoe geschikt acht.
Artikel 1038
-
De partijen kunnen voor het scheidsgerecht in persoon verschijnen of zich doen vertegenwoordigen door een advocaat dan wel door een bijzonderlijk daartoe schriftelijk gevolmachtigde.
-
De partijen kunnen zich in het geding door personen van keuze doen bijstaan.
Artikel 1039
-
De partijen worden op voet van gelijkheid behandeld. Het scheidsgerecht geeft iedere partij de gelegenheid, voor haar rechten op te komen en haar stellingen voor te dragen.
-
Het scheidsgerecht geeft, op verzoek van een der partijen of uit eigen beweging, aan de partijen de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting.
-
Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een der partijen, een partij toestaan om getuigen of deskundigen voor te brengen. Het scheidsgerecht is bevoegd om een van zijn leden aan te wijzen om getuigen of deskundigen te horen.
-
Het scheidsgerecht is bevoegd, overlegging van stukken te bevelen.
-
Voor zover de partijen niet anders zijn overeengekomen, is het scheidsgerecht vrij ten aanzien van de toepassing van de regelen van bewijsrecht.
Artikel 1040
-
Blijft de eiser, ofschoon daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, in gebreke zijn eis in te dienen of naar behoren toe te lichten, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan het scheidsgerecht bij vonnis een einde maken aan het arbitraal geding.
-
Blijft de verweerder, ofschoon daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, in gebreke verweer te voeren, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan het scheidsgerecht aanstonds vonnis wijzen.
-
Bij het vonnis, bedoeld in het tweede lid, wordt de eis toegewezen, tenzij deze aan het scheidsgerecht onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het scheidsgerecht kan, alvorens vonnis te wijzen, van de eiser het bewijs van een of meer van zijn stellingen verlangen.
Artikel 1041
-
Indien een getuigenverhoor plaatsvindt, bepaalt het scheidsgerecht tijdstip en plaats van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden. Indien het scheidsgerecht het nodig oordeelt, hoort het de getuigen, nadat dezen op de bij de wet bepaalde wijze de eed hebben gezworen de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.
-
Indien een getuige niet vrijwillig verschijnt dan wel, verschenen zijnde, weigert een verklaring af te leggen, kan het scheidsgerecht aan de partij die dit verzoekt, toestaan om zich binnen een door het scheidsgerecht te bepalen termijn, te wenden tot de voorzieningenrechter van de rechtbank met verzoek een rechter-commissaris te benoemen voor wie het getuigenverhoor zal plaatsvinden. Het verhoor vindt plaats op dezelfde wijze als in gewone zaken, met dien verstande dat de arbiter of arbiters door de griffier van de rechtbank in de gelegenheid worden gesteld, bij het getuigenverhoor aanwezig te zijn.
-
De griffier van de rechtbank zendt ten spoedigste afschrift van het verslag van het verhoor aan het scheidsgerecht en aan de partijen.
-
Het scheidsgerecht kan het geding schorsen tot de dag dat het scheidsgerecht het verslag van het verhoor heeft ontvangen.
Artikel 1042
-
Het scheidsgerecht kan een of meer deskundigen benoemen tot het uitbrengen van een advies. Het scheidsgerecht zendt ten spoedigste afschrift van de benoeming en van de aan deskundigen gegeven opdracht aan de partijen.
-
Het scheidsgerecht kan van een partij verlangen, de deskundigen de vereiste inlichtingen te verschaffen en de benodigde medewerking te verlenen.
-
Na de ontvangst van het deskundigenbericht wordt dit in afschrift door het scheidsgerecht ten spoedigste aan de partijen toegezonden.
-
Op verzoek van een der partijen worden de deskundigen in een zitting van het scheidsgerecht gehoord. Indien een partij zulk een verzoek wenst te doen, deelt zij dit ten spoedigste mede aan het scheidsgerecht en aan de wederpartij.
-
Het scheidsgerecht stelt de partijen in de gelegenheid, de deskundigen vragen te stellen en harerzijds deskundigen voor te brengen.
-
Artikel 1041, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1043
Het scheidsgerecht kan in elke stand van het geding de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen voor het geven van inlichtingen dan wel teneinde een vergelijk te beproeven.
Artikel 1044
-
Het scheidsgerecht kan door tussenkomst van de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek om inlichtingen doen als bedoeld in artikel 3 van de op 7 juni 1968 te Londen gesloten Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Trb. 1968, 142). De voorzieningenrechter zendt het verzoek, tenzij het hem nutteloos voorkomt, ten spoedigste aan het orgaan als bedoeld in artikel 2 van de Overeenkomst en deelt dit aan het scheidsgerecht mede.
-
Het scheidsgerecht kan het geding schorsen tot de dag dat het scheidsgerecht het antwoord op het verzoek om inlichtingen heeft ontvangen.
Artikel 1045
-
Op schriftelijk verzoek van een derde die enig belang heeft bij een arbitraal geding kan het scheidsgerecht hem toestaan om zich daarin te voegen of tussen te komen. Het scheidsgerecht zend ten spoedigste een afschrift van het verzoek aan de partijen.
-
Een partij kan een derde in vrijwaring oproepen. De oproep wordt ten spoedigste in afschrift gezonden aan het scheidsgerecht en aan de wederpartij.
-
De voeging, tussenkomst of vrijwaring kan slechts door het scheidsgerecht, de partijen gehoord, worden toegelaten indien de derde bij schriftelijke overeenkomst met de partijen tot de overeenkomst tot arbitrage is toegetreden.
-
Door de toelating van de voeging, tussenkomst of vrijwaring wordt de derde in het arbitraal geding partij. Het scheidsgerecht regelt de verdere gang van het geding, tenzij de partijen daarin bij overeenkomst hebben voorzien.
Artikel 1046
-
Indien voor een scheidsgerecht in Nederland een arbitraal geding aanhangig is, waarvan het onderwerp samenhangt met dat van een bij een ander scheidsgerecht in Nederland aanhangig geding, kan de meest gerede partij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam verzoeken, de samenvoeging van de gedingen te gelasten, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
De voorzieningenrechter kan, nadat hij alle partijen en de arbiters in de gelegenheid heeft gesteld, hun mening kenbaar te maken, het verzoek geheel of gedeeltelijk toewijzen dan wel afwijzen. Zijn beslissing wordt aan alle partijen en de betrokken scheidsgerechten schriftelijk medegedeeld.
-
Indien de voorzieningenrechter algehele samenvoeging beveelt, benoemen de partijen in onderling overleg de arbiter of arbiters, in oneven getale, en bepalen zij, welke regelen op het samengevoegde geding van toepassing zullen zijn. Indien de partijen daarover binnen een door de voorzieningenrechter te stellen termijn geen overeenstemming kunnen bereiken, benoemt de voorzieningenrechter, op verzoek van de meest gerede partij, de arbiter of arbiters en bepaalt hij, zonodig, welke regelen op het samengevoegde geding van toepassing zullen zijn. De voorzieningenrechter bepaalt voor de arbiter of arbiters die als gevolg van de algehele samenvoeging van hun opdracht worden ontheven, de beloning voor de reeds door hen verrichte werkzaamheden.
-
Beveelt de voorzieningenrechter gedeeltelijke samenvoeging, dan beslist hij welke geschillen daaronder zijn begrepen. De voorzieningenrechter benoemt, op verzoek van de meest gerede partij, de arbiter of arbiters en bepaalt welke regelen op het samengevoegde geding van toepassing zijn, indien de partijen daaromtrent binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn geen overeenstemming bereiken. In dit geval schorsen de scheidsgerechten, waarbij de bij de gedeeltelijke samenvoeging betrokken zaken reeds aanhangig zijn, de behandeling dier zaken. Het vonnis van het voor de samengevoegde zaken benoemde scheidsgerecht wordt door dit gerecht aan de andere betrokken scheidsgerechten toegezonden. Na de ontvangst van dit vonnis zetten deze scheidsgerechten de bij hen aanhangige zaken voort en beslissen zij met inachtneming van het in het samengevoegde geding gewezen vonnis.
-
In de gevallen, bedoeld in het derde of vierde lid, is artikel 1027, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
-
Tegen een op voet van het derde of vierde lid gewezen vonnis staat arbitraal hoger beroep open, indien en voorzover alle bij het samengevoegde geding betrokken partijen bij een overeenkomst in zodanig hoger beroep hebben voorzien.
Artikel 1047
Ingeval van arbitrage omtrent zaken als bedoeld in artikel 1020, vierde lid, onder a, blijft, behoudens artikel 1037, het in deze afdeling bepaalde buiten toepassing. Het geding wordt alsdan gevoerd op de wijze als door de partijen is overeengekomen of, voor zover de partijen daarin niet hebben voorzien, als door het scheidsgerecht bepaald.
Artikel 1048
De bepaling van het tijdstip, waarop het vonnis zal worden gewezen, is het scheidsgerecht voorbehouden.
Artikel 1049
Het scheidsgerecht kan een geheel of gedeeltelijk eindvonnis dan wel een tussenvonnis wijzen.
Artikel 1050
-
Arbitraal hoger beroep van een arbitraal vonnis is slechts mogelijk indien de partijen bij overeenkomst hebben voorzien.
-
Arbitraal hoger beroep van een gedeeltelijk eindvonnis kan slechts tezamen met het hoger beroep van het laatste eindvonnis worden ingesteld, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Arbitraal hoger beroep van een tussenvonnis kan slechts worden ingesteld tezamen met het hoger beroep van een geheel of gedeeltelijk eindvonnis, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
De termijn voor het instellen van het arbitraal hoger beroep beloopt drie maanden na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1051
-
De partijen kunnen bij overeenkomst het scheidsgerecht dan wel de voorzitter daarvan, binnen de grenzen gesteld bij artikel 254, eerste lid, de bevoegdheid verlenen om in kort geding vonnis te wijzen.
-
Indien, niettegenstaande een zodanige overeenkomst, de zaak in kort geding bij de voorzieningenrechter is aangebracht, kan deze, indien een partij zich op het bestaan van deze overeenkomst beroept, alle omstandigheden in aanmerking nemende, zich onbevoegd verklaren door de zaak te verwijzen naar het overeengekomen arbitraal kort geding, tenzij de overeenkomst ongeldig is.
-
Een uitspraak, gedaan in arbitraal kort geding, geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze Titel van toepassing.
-
Ingeval van verwijzing naar het arbitraal kort geding, als bedoeld in het tweede lid, staat tegen de beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank geen voorziening open.
Artikel 1052
-
Het scheidsgerecht is gerechtigd, over zijn bevoegdheid te oordelen.
-
Een partij die in het arbitraal geding is verschenen, dient een beroep op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht op de grond dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt, voor alle weren te doen, op straffe van verval van haar recht op dat ontbreken later, in het arbitraal geding of bij de gewone rechter, alsnog een beroep te doen, tenzij dit beroep wordt gedaan op de grond dat het geschil volgens artikel 1020, derde lid, niet vatbaar is voor arbitrage.
-
Een partij die aan de samenstelling van het scheidsgerecht heeft medegewerkt, kan in het arbitraal geding of bij de gewone rechter geen beroep doen op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht op de grond dat het scheidsgerecht in strijd met de daarvoor geldende regelen is samengesteld. Een partij die in het arbitraal geding is verschenen en die niet aan de samenstelling van het scheidsgerecht heeft medegewerkt, dient het beroep op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht op de grond dat het scheidsgerecht in strijd met de daarvoor geldende regelen is samengesteld, voor alle weren te doen, op straffe van verval van haar recht daarop later, in het arbitraal geding of bij de gewone rechter, alsnog een beroep te doen.
-
De beslissing, waarbij het scheidsgerecht zich bevoegd verklaart, kan slechts tegelijk met een daaropvolgend geheel of gedeeltelijk eindvonnis met de rechtsmiddelen, genoemd in artikel 1064, eerste lid, worden bestreden.
-
Indien het scheidsgerecht zich onbevoegd verklaart, is de gewone rechter bevoegd van de zaak kennis te nemen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Zowel ingeval van bevoegdverklaring als van onbevoegdverklaring door het scheidsgerecht, is arbitraal hoger beroep, indien overeengekomen, toegelaten. De gewone rechter is alsdan niet eerder bevoegd ingevolge het vierde of vijfde lid van dit artikel dan nadat in hoger beroep uitspraak is gedaan, of de voor dit beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken dan wel eerder, indien schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan.
Artikel 1053
De overeenkomst tot arbitrage dient als een afzonderlijke overeenkomst te worden beschouwd en beoordeeld. Het scheidsgerecht is bevoegd, te oordelen over de rechtsgeldigheid van de hoofdovereenkomst waarvan de overeenkomst tot arbitrage deel uitmaakt of waarop zij betrekking heeft.
Artikel 1054
-
Het scheidsgerecht beslist naar de regelen des rechts.
-
Ingeval de partijen een rechtskeuze hebben gedaan, beslist het scheidsgerecht naar de door de partijen aangewezen regelen des rechts. Indien een dergelijke rechtskeuze niet heeft plaatsgevonden, beslist het scheidsgerecht volgens de regelen des rechts die het in aanmerking acht te komen.
-
Het scheidsgerecht beslist als goede mannen naar billijkheid, indien de partijen het daartoe bij overeenkomst opdracht hebben gegeven.
-
In alle gevallen houdt het scheidsgerecht rekening met de toepasselijke handelsgebruiken.
Artikel 1055
Staat van het vonnis arbitraal hoger beroep open, dan kan het scheidsgerecht zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren in de gevallen waarin de gewone rechter daartoe bevoegd is. Het scheidsgerecht kan bepalen dat zekerheid wordt gesteld alvorens het vonnis bij voorraad ten uitvoer kan worden gelegd.
Artikel 1056
In de gevallen waarin de gewone rechter een dwangsom kan opleggen, is een scheidsgerecht daartoe eveneens bevoegd. De artikelen 611a tot en met 611i zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in de gevallen bedoeld in artikel 611d, de opheffing, de opschorting of de vermindering van de dwangsom bij verzoekschrift moet worden verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, ter griffie waarvan het origineel van het vonnis ingevolge artikel 1058, eerste lid, moet worden nedergelegd.
Artikel 1057
-
Het scheidsgerecht beslist, indien het uit meer arbiters bestaat, bij meerderheid van stemmen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Het vonnis wordt op schrift gesteld en door de arbiter of arbiters ondertekend.
-
Weigert een minderheid van de arbiters te ondertekenen, dan wordt daarvan door de andere arbiters onder het door hen ondertekende vonnis melding gemaakt. Deze melding wordt door hen ondertekend. Een overeenkomstige melding vindt plaats, indien een minderheid niet in staat is te ondertekenen en niet verwacht kan worden dat het beletsel daartoe binnen korte tijd zal zijn opgeheven.
-
Het vonnis bevat, naast de beslissing, in elk geval:
de namen en woonplaatsen van de arbiter of arbiters;
de namen en woonplaatsen van de partijen;
de dagtekening van de uitspraak;
de plaats van de uitspraak;
de gronden voor de in het vonnis gegeven beslissing, tenzij het vonnis uitsluitend betreft de enkele vaststelling van de hoedanigheid of van de toestand van zaken, als bedoeld in artikel 1020, vierde lid, onder a, dan wel de vastlegging van een vergelijk, als bedoeld in artikel 1069.
Artikel 1058
-
Het scheidsgerecht draagt er zorg voor dat ten spoedigste:
elk vonnis in afschrift, getekend door een arbiter of de secretaris van het scheidsgerecht, aan de partijen wordt gezonden;
het origineel van een geheel of gedeeltelijk eindvonnis wordt nedergelegd ter griffie van de rechtbank binnen welker arrondissement de plaats van de arbitrage is gelegen.
-
De opdracht van het scheidsgerecht eindigt door de nederlegging ter griffie van het laatste eindvonnis, onverminderd het bepaalde in de artikelen 1060 en 1061.
Artikel 1059
-
Slechts een geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis kan gezag van gewijsde verkrijgen. Het heeft dit met ingang van de dag waarop het is gewezen.
-
Indien echter arbitraal hoger beroep is overeengekomen, verkrijgt een in eerste aanleg gewezen geheel of gedeeltelijk eindvonnis gezag van gewijsde met ingang van de dag waarop de voor dit beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken dan wel met ingang van de dag waarop in hoger beroep uitspraak is gedaan, indien en voorzover het vonnis in eerste aanleg in dat hoger beroep is bevestigd.
Artikel 1060
-
Een partij kan tot dertig dagen na de dag van de nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken, een kennelijke rekenfout of schrijffout in het vonnis te herstellen.
-
Indien de gegevens, genoemd in artikel 1057, vierde lid, onder a tot en met d, onjuist zijn vermeld of geheel of gedeeltelijk in het vonnis ontbreken, kan een partij, tot dertig dagen na de dag van de nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, het scheidsgerecht schriftelijk de verbetering van die gegevens verzoeken.
-
Een verzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt door het scheidsgerecht in afschrift aan de wederpartij gezonden.
-
Het scheidsgerecht kan, tot dertig dagen na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, ook uit eigen beweging tot het herstel, als bedoeld in het eerste lid, of de verbetering, als bedoeld in het tweede lid, overgaan.
-
Gaat het scheidsgerecht tot het herstel of de verbetering over, dan wordt deze door het scheidsgerecht op het origineel en op de afschriften van het vonnis aangebracht en ondertekend, dan wel in een apart door het scheidsgerecht ondertekend stuk vermeld, welk stuk geacht wordt deel uit te maken van het vonnis. De artikelen 1057, eerste tot en met derde lid, en 1058, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Wijst het scheidsgerecht het verzoek tot het herstel of de verbetering af, dan deelt het zulks schriftelijk aan de partijen mede.
-
Het verzoek als bedoeld in dit artikel schort de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging of vernietiging niet op, tenzij de voorzieningenrechter of de rechtbank gewichtige redenen aanwezig acht om die mogelijkheid wel op te schorten totdat over het verzoek is beslist.
Artikel 1061
-
Heeft het scheidsgerecht nagelaten, te beslissen omtrent een of meer zaken welke aan zijn oordeel waren onderworpen, dan kan de meest gerede partij, tot dertig dagen na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, het scheidsgerecht verzoeken, een aanvullend vonnis te wijzen.
-
Het verzoek wordt door het scheidsgerecht in afschrift aan de wederpartij toegezonden.
-
Voordat het scheidsgerecht op het verzoek beslist, stelt het de partijen in de gelegenheid, te worden gehoord.
-
Een aanvullend vonnis geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze Titel van toepassing.
-
Wijst het scheidsgrecht het verzoek tot een aanvullend vonnis af, dan deelt het zulks schriftelijk aan de partijen mede. Een afschrift van deze mededeling, getekend door een arbiter of de secretaris van het scheidsgerecht, wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1058, eerste lid, ter griffie van de rechtbank nedergelegd.
-
Indien arbitraal hoger beroep is overeengekomen, kan het in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis slechts in hoger beroep worden aangevuld. Het verzoek daartoe moet binnen de voor het hoger beroep geldende termijn worden gedaan.
Artikel 1062
-
De tenuitvoerlegging in Nederland van een geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis dat niet vatbaar is voor arbitraal hoger beroep dan wel uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, of van een geheel of gedeeltelijk eindvonnis, gewezen in arbitraal hoger beroep, kan eerst plaatsvinden nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank, ter griffie waarvan het origineel van het vonnis volgens artikel 1058, eerste lid, moet worden nedergelegd, daartoe op verzoek van een der partijen verlof heeft verleend.
-
Het verlof wordt aangetekend op het origineel van het vonnis of, zo geen nederlegging heeft plaatsgevonden, opgenomen in een beschikking. De griffier zendt ten spoedigste aan de partijen een gewaarmerkt afschrift van het vonnis, met het daarop aangetekend verlof tot tenuitvoerlegging of een gewaarmerkt afschrift van de beschikking waarbij het verlof tot tenuitvoerlegging is verleend.
-
Staat arbitraal hoger beroep open, dan kan het verlof tot tenuitvoerlegging van een in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis dat niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, eerst worden gegeven nadat de voor dat arbitraal hoger beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken, dan wel eerder, indien schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan.
-
Verleent de voorzieningenrechter van de rechtbank het verlof tot tenuitvoerlegging, dan staan de wederpartij van de verzoeker slechts de rechtsmiddelen genoemd in artikel 1064, eerste lid, open. Vernietiging of herroeping van het arbitraal vonnis brengt van rechtswege die van het verlof tot tenuitvoerlegging met zich mede.
Artikel 1063
-
De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis slechts weigeren, indien het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, kennelijk in strijd is met de openbare orde of de goede zeden, dan wel indien in strijd met artikel 1055 tenuitvoerlegging bij voorraad is bevolen of in strijd met artikel 1056 een dwangsom is opgelegd. In dit laatste geval betreft de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom.
-
De griffier zendt ten spoedigste een gewaarmerkt afschrift van de beschikking van de voorzieningenrechter waarbij deze het verlof weigert, aan de partijen.
-
Van de weigering van het verlof tot tenuitvoerlegging kan de verzoeker hoger beroep bij het gerechtshof instellen binnen twee maanden na de dagtekening van de beschikking.
-
Indien het verlof tot tenuitvoerlegging ook in hoger beroep niet verleend wordt, is de termijn voor beroep in cassatie twee maanden na de dagtekening van de beschikking in hoger beroep.
-
Indien in hoger beroep of na beroep in cassatie, het verlof tot tenuitvoerlegging alsnog wordt verleend, is het bepaalde in artikel 1062, vierde lid, eerste zin, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1064
-
Tegen een geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis dat niet vatbaar is voor arbitraal hoger beroep, of tegen een geheel of gedeeltelijk eindvonnis, gewezen in arbitraal hoger beroep, staan slechts de rechtsmiddelen van vernietiging en van herroeping op de voet van deze afdeling open.
-
De vordering tot vernietiging wordt ingesteld bij de rechtbank ter griffie waarvan het origineel van het vonnis volgens artikel 1058, eerste lid, moet worden nedergelegd.
-
Een partij kan de vordering tot vernietiging instellen zodra het vonnis gezag van gewijsde heeft verkregen. De bevoegdheid daartoe vervalt drie maanden na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank. Wordt echter het vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij betekend, dan kan die partij, ongeacht het verstreken zijn van de termijn van drie maanden, genoemd in de vorige zin, alsnog binnen drie maanden na deze betekening de vordering tot vernietiging instellen.
-
Tegen een arbitraal tussenvonnis kan de vordering tot vernietiging slechts worden ingesteld te zamen met de vordering tot vernietiging van het geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis.
-
Alle gronden tot vernietiging moeten, op straffe van verval van het recht daartoe in de dagvaarding worden voorgedragen.
Artikel 1065
-
Vernietiging kan slechts plaatsvinden op een of meer van de navolgende gronden:
een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt;
het scheidsgerecht is in strijd met de daarvoor geldende regelen samengesteld;
het scheidsgerecht heeft zich niet aan zijn opdracht gehouden;
het vonnis is niet overeenkomstig het in artikel 1057 bepaalde ondertekend of niet met redenen omkleed;
het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, strijdt met de openbare orde of de goede zeden.
-
De grond, bedoeld onder a van het eerste lid, kan niet tot vernietiging leiden in het geval genoemd in artikel 1052, tweede lid.
-
De grond, bedoeld onder b van het eerste lid, kan niet tot vernietiging leiden in de gevallen genoemd in artikel 1052, derde lid.
-
De grond, bedoeld onder c van het eerste lid, kan niet tot vernietiging leiden indien de partij die deze aanvoert aan het geding heeft deelgenomen zonder daarop een beroep te doen, hoewel haar bekend was dat het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht hield.
-
Indien het scheidsgerecht meer of anders heeft toegewezen dan werd gevorderd, wordt het arbitraal vonnis gedeeltelijk vernietigd, voorzover het meer of anders toegewezene kan worden gescheiden van het overige gedeelte van het vonnis.
-
Indien en voorzover het scheidsgerecht heeft nagelaten, uitspraak te doen omtrent een of meer zaken welke aan zijn oordeel waren onderworpen, kan de vordering tot vernietiging op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts worden ingesteld indien een aanvullend vonnis, bedoeld in artikel 1061, eerste lid, is gewezen dan wel een verzoek tot aanvulling, bedoeld in artikel 1061, eerste lid, geheel of ten dele is afgewezen.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1064, derde lid, tweede zin, vervalt de termijn voor het instellen van de in het vorige lid bedoelde vordering tot vernietiging drie maanden na de dag van nederlegging ter griffie van de rechtbank van het aanvullend vonnis dan wel van het afschrift van de mededeling der afwijzing, als bedoeld in artikel 1061, vijfde lid.
Artikel 1066
-
De vordering tot vernietiging schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet.
-
De rechter die omtrent de vernietiging oordeelt, kan echter, indien daartoe gronden zijn, op verzoek van de meest gerede partij, de tenuitvoerlegging schorsen totdat over de vordering tot vernietiging onherroepelijk is beslist.
-
Het verzoek tot schorsing wordt door de griffier van de rechtbank ten spoedigste aan de wederpartij in afschrift toegezonden.
-
De rechter beslist niet op het verzoek dan nadat de wederpartij in de gelegenheid is gesteld, zich daarover uit te laten.
-
Bij toewijzing van het verzoek kan de rechter bepalen dat door de verzoeker zekerheid wordt gesteld. Bij afwijzing van het verzoek kan de rechter bepalen dat de wederpartij zekerheid stelt.
-
In geval van schorsing van de tenuitvoerlegging kan de meest gerede partij de rechter verzoeken, de schorsing op te heffen. Het derde tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1067
Zodra het vonnis waarbij een arbitraal vonnis is vernietigd onherroepelijk is geworden, herleeft de bevoegdheid van de gewone rechter, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1068
-
Herroeping kan slechts plaats vinden op een of meer van de navolgende gronden:
het vonnis berust geheel of ten dele op na de uitspraak ontdekt bedrog, door of met medeweten van de wederpartij in de arbitrale procedure gepleegd;
het vonnis berust geheel of ten dele op stukken die na de uitspraak blijken vals te zijn;
een partij heeft na de uitspraak stukken die op de beslissing van het scheidsgerecht van invloed zouden zijn geweest en door toedoen van de wederpartij zijn achtergehouden, in handen gekregen.
-
De vordering tot herroeping wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 1064, derde lid, of, indien dit een later tijdstip zal opleveren, binnen drie maanden nadat het bedrog of de valsheid bekend is geworden of een partij de nieuwe stukken in handen heeft gekregen, aangebracht voor het gerechtshof dat bevoegd zou zijn in hoger beroep te oordelen over de vordering tot vernietiging, bedoeld in artikel 1064. Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen de in de eerste volzin bedoelde termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing. De procedure wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel van het Eerste Boek is bepaald.Artikel 1066 is van overeenkomstige toepassing.
-
Indien de rechter de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, vernietigt hij het vonnis geheel of gedeeltelijk. Artikel 1067 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1069
-
Indien de partijen gedurende een arbitraal geding tot een vergelijk komen, kan op gezamenlijk verzoek het scheidsgerecht de inhoud daarvan in een arbitraal vonnis vastleggen. Het scheidsgerecht kan het verzoek zonder opgave van redenen weigeren.
-
Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen, geldt als een arbitraal vonnis waarop de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze Titel van toepassing zijn, met dien verstande dat:
het vonnis slechts kan worden vernietigd op de grond dat het in strijd is met de openbare orde of de goede zeden;
het vonnis, in afwijking van het bepaalde in artikel 1057, niet de gronden waarop het berust, behoeft te bevatten; en
het vonnis door de partijen wordt mede-ondertekend.
Artikel 1070
Tegen beschikkingen van de voorzieningenrechter van de rechtbank, als bedoeld in de eerste tot en met de derde afdeling van deze Titel, staat geen voorziening open.
Artikel 1071
In de gevallen bedoeld in de artikelen 1026, tweede en vierde lid, 1027, derde lid, 1028, 1044, eerste lid, en 1062, eerste lid, behoeven het verzoekschrift en, voorzover van toepassing, het verweerschrift niet door een procureur te worden ingediend.
Artikel 1072
De partijen kunnen bij overeenkomst de voorzieningenrechter van een bepaalde rechtbank als bevoegde voorzieningenrechter aanwijzen voor zaken als bedoeld in de artikelen 1026, tweede en vierde lid, 1027, derde lid, 1028, 1029, tweede en vierde lid, 1031, tweede lid, 1035, tweede lid, en 1041, tweede lid.
Artikel 1073
-
Het in deze Titel bepaalde is van toepassing indien de plaats van arbitrage in Nederland is gelegen.
-
Ingeval de partijen de plaats van arbitrage niet hebben bepaald, kan de benoeming of de wraking van de arbiter of arbiters of de aan het scheidsgerecht toegevoegde secretaris met toepassing van de voorzieningen in de eerste afdeling van deze Titel reeds plaatsvinden, indien ten minste een der partijen in Nederland woont dan wel feitelijk verblijf houdt.
Artikel 1022a
Een overeenkomst tot arbitrage belet niet dat een partij de gewone rechter verzoekt om een maatregel tot bewaring van recht dan wel zich wendt tot de voorzieningenrechter van de rechtbank of de kantonrechter in kort geding overeenkomstig artikel 254.
Artikel 1022b
Een overeenkomst tot arbitrage belet niet dat een partij de gewone rechter verzoekt om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen.
Artikel 1022c
Indien in de gevallen, genoemd in de artikelen 1022a en 1022b, een partij zich voor alle weren beroept op het bestaan van een overeenkomst tot arbitrage, verklaart de rechter zich uitsluitend bevoegd, indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen.
Artikel 1035a
Indien het scheidsgerecht zich laat bijstaan door een secretaris, zijn de artikelen 1033 tot en met 1035 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1038a
-
Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, worden de eiser en de verweerder door het scheidsgerecht in de gelegenheid gesteld een memorie van eis respectievelijk een memorie van antwoord in te dienen.
-
Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, is het scheidsgerecht vrij te bepalen of nadere memoriën kunnen worden ingediend.
Artikel 1038b
Het scheidsgerecht stelt, op verzoek van een der partijen of uit eigen beweging, de partijen in de gelegenheid hun zaak op een zitting mondeling toe te lichten, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1038c
-
Een tegenvordering is toelaatbaar indien daarop dezelfde arbitrageovereenkomst als waarop de vordering is gebaseerd van toepassing is dan wel diezelfde arbitrageovereenkomst door de partijen uitdrukkelijk of stilzwijgend van toepassing is verklaard.
-
Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, wordt een tegenvordering als bedoeld in het eerste lid dadelijk bij memorie van antwoord ingediend.
Artikel 1038d
Een partij kan zijn vordering respectievelijk tegenvordering of de gronden daarvan veranderen of vermeerderen gedurende de arbitrale procedure, op voorwaarde dat de wederpartij daardoor in zijn verdediging niet onredelijk wordt bemoeilijkt of het geding daardoor niet onredelijk wordt vertraagd.
Artikel 1041a
-
Indien een getuige niet vrijwillig verschijnt dan wel, verschenen zijnde, weigert een verklaring af te leggen, kan het scheidsgerecht aan de partij die dit verzoekt, toestaan om zich, binnen een door het scheidsgerecht te bepalen termijn, te wenden tot de voorzieningenrechter van de rechtbank met het verzoek een rechter-commissaris te benoemen voor wie het getuigenverhoor zal plaatsvinden.
-
Het verhoor vindt plaats op dezelfde wijze als in gewone zaken, met dien verstande dat de arbiter of arbiters door de griffier van de rechtbank in de gelegenheid worden gesteld bij het getuigenverhoor aanwezig te zijn en aan de getuige vragen te stellen.
-
De griffier van de rechtbank zendt ten spoedigste het proces-verbaal van het verhoor aan het scheidsgerecht en aan de partijen.
-
Het scheidsgerecht kan het geding schorsen tot de dag dat het scheidsgerecht het verslag van het verhoor heeft ontvangen.
Artikel 1042a
Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een der partijen of uit eigen beweging, in of buiten Nederland, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Het scheidsgerecht stelt de partijen in de gelegenheid bij de plaatsopneming of bezichtiging aanwezig te zijn.
Artikel 1043a
-
Blijft de eiser, ofschoon daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, in gebreke zijn eisen in te dienen of naar behoren toe te lichten, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan het scheidsgerecht bij vonnis, of op een andere wijze die het scheidsgerecht daartoe geschikt acht, een einde maken aan het arbitraal geding.
-
Blijft de verweerder, ofschoon daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, in gebreke verweer te voeren, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan het scheidsgerecht aanstonds vonnis wijzen.
-
Bij het vonnis, bedoeld in het tweede lid, wordt de eis toegewezen, tenzij deze aan het scheidsgerecht onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het scheidsgerecht kan, alvorens vonnis te wijzen, van de eiser het bewijs van een of meer van zijn stellingen verlangen.
Artikel 1043b
-
Tijdens een aanhangig arbitraal geding ten gronde kan het scheidsgerecht, op verzoek van een der partijen, een voorlopige voorziening, met uitzondering van bewarende maatregelen als bedoeld in de vierde titel van het Derde Boek, treffen. De voorlopige voorziening moet samenhangen met de vordering of tegenvordering in het aanhangige arbitraal geding.
-
Bij overeenkomst kunnen de partijen een afzonderlijk daartoe te benoemen scheidsgerecht, binnen de grenzen gesteld bij artikel 254, eerste lid, de bevoegdheid verlenen, ongeacht of het arbitraal geding ten gronde aanhangig is, op verzoek van een der partijen, een voorlopige voorziening te treffen, met uitzondering van bewarende maatregelen als bedoeld in de vierde titel van het Derde Boek.
-
Het scheidsgerecht, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan in samenhang met de voorlopige voorziening van iedere partij het stellen van afdoende zekerheid verlangen.
-
Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt, geldt een uitspraak van het scheidsgerecht over het verzoek een voorlopige voorziening te treffen als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze titel van toepassing.
-
Het scheidsgerecht kan, op eenparig verzoek van de partijen, onder vermelding van het verzoek, in plaats van een uitspraak over een voorlopige voorziening dadelijk een uitspraak ten gronde doen. Een zodanige uitspraak ten gronde geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze titel van toepassing.
-
Het scheidsgerecht kan, op eenparig verzoek van de partijen, onder vermelding van het verzoek, een arbitraal vonnis als bedoeld in het vierde lid omzetten in een arbitraal vonnis als bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 1045a
-
Op schriftelijk verzoek van een partij kan het scheidsgerecht deze toestaan een derde schriftelijk in vrijwaring op te roepen, mits tussen de belanghebbende partij en de derde dezelfde arbitrageovereenkomst geldt of van kracht wordt als tussen de oorspronkelijke partijen.
-
De oproep wordt ten spoedigste in afschrift gezonden aan het scheidsgerecht en aan de wederpartij.
-
Het scheidsgerecht stelt de partijen en de derde in de gelegenheid hun mening kenbaar te maken.
-
Het scheidsgerecht laat de vrijwaring niet toe indien het scheidsgerecht het op voorhand onaannemelijk acht dat de derde verplicht zal zijn de nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling van de belanghebbende partij te dragen dan wel van oordeel is dat door een vrijwaringsprocedure onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten valt.
-
Na de toelating van een vrijwaring regelt het scheidsgerecht de verdere gang van het geding, tenzij de partijen daarin bij overeenkomst hebben voorzien.
Artikel 1048a
Een partij die in het geding is verschenen maakt zonder onredelijke vertraging bezwaar bij het scheidsgerecht met een afschrift aan de wederpartij zodra zij weet of redelijkerwijs behoort te weten dat is gehandeld in strijd met of is nagelaten te handelen overeenkomstig enige bepalingen van de tweede afdeling van deze titel, de overeenkomst tot arbitrage dan wel een opdracht, beslissing of maatregel van het scheidsgerecht. Laat een partij dit na, dan vervalt het recht daarop nadien, in het arbitraal geding of bij de gewone rechter, alsnog een beroep te doen.
Artikel 1061a
Indien de partijen arbitraal hoger beroep zijn overeengekomen, is het bepaalde in deze titel van toepassing voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald of de aard van het arbitraal hoger beroep zich daartegen verzet.
Artikel 1061b
Arbitraal hoger beroep tegen een arbitraal vonnis is slechts mogelijk indien de partijen daarin bij overeenkomst hebben voorzien. Deze overeenkomst dient te voldoen aan de vereisten van de artikelen 1020 en 1021 alsmede aan de vereisten van de artikelen 166 en 167 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1061c
Binnen een termijn als overeengekomen tussen de partijen of tot drie maanden na de dag van verzending van het vonnis, kunnen partijen arbitraal hoger beroep instellen.
Artikel 1061d
-
Arbitraal hoger beroep kan worden ingesteld tegen een geheel eindvonnis en een laatste gedeeltelijk eindvonnis.
-
Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan eveneens arbitraal hoger beroep worden ingesteld tegen andere gedeeltelijke eindvonnissen.
-
Tegen een tussenvonnis, met uitzondering van een vonnis op grond van artikel 1043b, eerste lid, kan arbitraal hoger beroep slechts tegelijk met dat van het geheel of gedeeltelijk eindvonnis worden ingesteld, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1061e
Tegen een op de voet van artikel 1046, vierde lid, gewezen arbitraal vonnis staat arbitraal hoger beroep open, indien en voorzover alle bij het samengevoegde geding betrokken partijen bij overeenkomst in zodanig hoger beroep hebben voorzien. Deze overeenkomst dient te voldoen aan de vereisten van de artikelen 1020 en 1021 alsmede aan de vereisten van de artikelen 166 en 167 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1061f
-
Ingeval van onbevoegdverklaring door het scheidsgerecht als bedoeld in artikel 1052, vijfde lid, tweede zin, is arbitraal hoger beroep toegelaten.
-
Ingeval van bevoegdverklaring en onbevoegdverklaring door het scheidsgerecht zijn de bepalingen van artikel 1052, vierde en vijfde lid, van toepassing nadat in hoger beroep uitspraak is gedaan, of de voor dit beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken dan wel eerder, indien door ieder der partijen schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan, of later, op het moment van voortijdige beëindiging van het hoger beroep.
Artikel 1061g
-
De dwangsom als bedoeld in artikel 1056 kan ook voor het eerst in arbitraal hoger beroep worden gevorderd.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1056, dient in de gevallen bedoeld in artikel 611d de opheffing, de opschorting of de vermindering van de dwangsom te worden verzocht aan het scheidsgerecht in hoger beroep, indien en voor zolang de opdracht van dat scheidsgerecht voortduurt.
Artikel 1061h
Het in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis kan slechts in arbitraal hoger beroep worden aangevuld overeenkomstig artikel 1061. Het verzoek daartoe moet binnen de voor het hoger beroep geldende termijn worden gedaan. De partijen kunnen bij overeenkomst van het in dit artikel bepaalde afwijken.
Artikel 1061i
-
Tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit, kan het scheidsgerecht in eerste aanleg, indien dit wordt gevorderd, verklaren dat zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn niettegenstaande arbitraal hoger beroep. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan het gehele vonnis betreffen of een gedeelte daarvan. Het scheidsgerecht kan aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde verbinden dat tot een door het scheidsgerecht te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld.
-
Indien het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard door het scheidsgerecht in eerste aanleg en tegen dat vonnis arbitraal hoger beroep is ingesteld, kan een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad worden ingesteld bij het scheidsgerecht in arbitraal hoger beroep. Op deze vordering zal, de wederpartij gehoord, dadelijk worden beslist. De tweede en derde zin van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard door het scheidsgerecht in eerste aanleg, evenwel zonder dat daaraan de voorwaarde is verbonden dat zekerheid wordt gesteld, en indien tegen dat vonnis arbitraal hoger beroep is ingesteld, kan een daartoe strekkende vordering worden ingesteld bij het scheidsgerecht in arbitraal hoger beroep. Op deze vordering zal, de wederpartij gehoord, dadelijk worden beslist.
Artikel 1061j
In afwijking van het bepaalde in artikel 1059, derde lid, heeft een in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis bindende kracht tussen dezelfde partijen in een ander geding met ingang van de dag waarop de voor het arbitraal hoger beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken, of eerder, met ingang van de dag waarop schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan, of later, op het moment van voortijdige beëindiging van het hoger beroep, dan wel met ingang van de dag waarop in hoger beroep uitspraak is gedaan, indien en voorzover het vonnis in eerste aanleg in dat hoger beroep is bevestigd.
Artikel 1061k
-
Een in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, en een arbitraal vonnis dat is gewezen in arbitraal hoger beroep, kan worden tenuitvoergelegd overeenkomstig de bepalingen van de vierde afdeling van deze titel. In aanvulling op artikel 1063, eerste lid, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis ook weigeren, indien in strijd met artikel 1061i tenuitvoerlegging bij voorraad is bevolen.
-
Een in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis dat niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard kan slechts worden tenuitvoergelegd overeenkomstig de bepalingen van de vierde afdeling van deze titel nadat de voor het arbitraal hoger beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken, of indien en voorzover het in hoger beroep is bevestigd, dan wel eerder, indien schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan, dan wel later, op het moment van voortijdige beëindiging van het hoger beroep.
Artikel 1061l
-
Tegen een geheel of gedeeltelijk eindvonnis gewezen in arbitraal hoger beroep staan slechts de rechtsmiddelen van vernietiging en van herroeping op de voet van de vijfde afdeling van deze titel open.
-
Vernietiging of herroeping van een arbitraal vonnis gewezen in arbitraal hoger beroep brengt van rechtswege de vernietiging of herroeping van het in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis met zich mede, tenzij de rechter bepaalt dat het in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis in stand blijft.
-
Tegen een in eerste aanleg gewezen geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis staan slechts de rechtsmiddelen van vernietiging en van herroeping op de voet van de vijfde afdeling van deze titel open indien de voor het arbitraal hoger beroep geldende termijn ongebruikt is verstreken dan wel eerder indien door ieder der partijen schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan. In afwijking van artikel 1064a, tweede lid, vervalt de bevoegdheid tot het instellen van een vordering tot vernietiging van een zodanig vonnis drie maanden na de dag waarop de voor het arbitraal hoger beroep geldende termijn is verstreken.
-
Ten aanzien van een arbitraal tussenvonnis gewezen in eerste aanleg of in hoger beroep is, met inachtneming van het in dit artikel bepaalde, artikel 1064a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1064a
-
De vordering tot vernietiging wordt ingesteld bij het gerechtshof van het ressort waarin de plaats van arbitrage is gelegen. Indien de plaats van arbitrage is gelegen in het ressort Amsterdam en partijen dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen, kan de vordering tot vernietiging worden ingesteld bij de internationale handelskamer van het gerechtshof Amsterdam («Netherlands Commercial Court of Appeal»). artikel 32a is van overeenkomstige toepassing.
-
De bevoegdheid tot het instellen van de vordering tot vernietiging vervalt drie maanden na de dag van verzending van het vonnis. Indien de partijen zijn overeengekomen gebruik te maken van het in artikel 1058, eerste lid, onderdeel b, bepaalde, vervalt deze bevoegdheid drie maanden na de dag van nederlegging van het vonnis. Wordt echter het vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij betekend, dan kan die partij, ongeacht het verstreken zijn van de termijn van drie maanden genoemd in de vorige zin, alsnog binnen drie maanden na deze betekening de vordering tot vernietiging instellen.
-
Tegen een arbitraal tussenvonnis kan de vordering tot vernietiging slechts worden ingesteld tezamen met de vordering tot vernietiging van het geheel of gedeeltelijk eindvonnis.
-
Alle gronden tot vernietiging moeten, op straffe van verval van het recht daartoe, in de dagvaarding worden voorgedragen.
-
Tegen een uitspraak op grond van het eerste lid kan beroep in cassatie worden ingesteld. Partijen kunnen overeenkomen dat geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen een uitspraak op grond van het eerste lid, tenzij een van hen een natuurlijk persoon is niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Artikel 1065a
-
Het gerechtshof kan, op verzoek van een partij of uit eigen beweging, de vernietigingsprocedure schorsen voor een door het gerechtshof te bepalen termijn om het scheidsgerecht in staat te stellen de grond tot vernietiging ongedaan te maken door het heropenen van het arbitraal geding dan wel door het nemen van een andere maatregel als het scheidsgerecht geraden acht. Tegen een beslissing van het gerechtshof staat geen hogere voorziening open.
-
Voordat het scheidsgerecht beslist, stelt het de partijen in de gelegenheid te worden gehoord.
-
Indien het scheidsgerecht van oordeel is dat de grond tot vernietiging ongedaan kan worden gemaakt, wijst het een dienovereenkomstig arbitraal vonnis dat in plaats komt van het vonnis waarvan vernietiging is gevorderd.
-
Na de schorsing van de vernietigingsprocedure, beslist het gerechtshof overeenkomstig hetgeen het, de omstandigheden in aanmerking genomen, passend acht.
Artikel 1072a
Voorzover in deze titel niet anders is bepaald, zijn de artikelen 261 tot en met 291 van toepassing op zaken welke ingevolge het bij deze titel bepaalde met een verzoek worden ingediend.
Artikel 1072b
-
Indien de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij daarvoor langs deze weg bereikbaar is en het scheidsgerecht daarmee instemt, kan, voorzover in enige bepaling van deze titel voor een overeenkomst, processtuk, mededeling, verzoek of handeling de schriftelijke vorm wordt vereist, dit ook op elektronische wijze geschieden, behalve voorzover het een handeling betreft die geschiedt in een gerechtelijke procedure, tenzij dit wordt toegestaan in laatstgenoemde procedure. De bereikbaarheid langs deze weg geldt voor de duur van het arbitraal geding, tenzij de geadresseerde meedeelt dat hij haar wijzigt of, voor zover partijen deze mogelijkheid zijn overeengekomen, intrekt.
-
Onder bescheiden als bedoeld in deze titel worden mede verstaan op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, alsmede langs elektronische weg ingediende gegevens.
-
Het vonnis als bedoeld in artikel 1057, tweede lid, kan ook in elektronische vorm worden opgemaakt door het te voorzien van een gekwalificeerde handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257).
-
In plaats van een persoonlijke verschijning van een getuige, een deskundige of een partij, kan het scheidsgerecht bepalen dat de desbetreffende persoon door middel van elektronische middelen rechtstreeks in contact staat met het scheidsgerecht en, voorzover van toepassing, met anderen. Het scheidsgerecht bepaalt, in overleg met de betrokkenen, welke elektronische middelen daartoe worden gebruikt en op welke wijze dit geschiedt.
-
Een mededeling of handeling die langs elektronische weg geschiedt of een processtuk dat langs elektronische weg wordt ingediend, wordt geacht te zijn verzonden op het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarvoor de verzender geen verantwoordelijkheid draagt.
Artikel 1072c
-
Het overlijden van een partij doet de overeenkomst tot arbitrage noch de opdracht van het scheidsgerecht eindigen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Het scheidsgerecht schorst het geding voor een door hem te bepalen termijn. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van de rechtsopvolgers van een overleden partij, deze termijn verlengen. Het scheidsgerecht stelt de wederpartij in de gelegenheid, op het verzoek te worden gehoord.
-
Na de schorsing wordt het geding voortgezet in de stand waarin het zich bevindt, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Indien de partij die gronden heeft de vernietiging of herroeping van een arbitraal vonnis te vorderen binnen de termijnen genoemd in artikel 1064a, tweede lid, en artikel 1065, zevende lid, respectievelijk artikel 1068, tweede lid, overlijdt, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.