Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Actueel

Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit en de commissie van de Europese gemeenschappen
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Kantonzaken
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van het geding
Zesde afdeling Reconventie
Zevende afdeling Verstek
Achtste afdeling Verzet
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Veertiende afdeling Het kort geding
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Vierde titel
Vijfde titel
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Achtste titel
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Elfde titel Cassatie
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag onder derden betreffende de rechten uit een overeenkomst van levensverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van regtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
Eerste afdeling Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Elfde titel Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Tweede afdeling Het arbitraal geding
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Zevende afdeling Slotbepalingen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland

Derde afdeling

Van de rechtspleging in cassatie

Artikel 407

  1. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een dagvaarding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als in eerste aanleg, behoudens de volgende wijzigingen:

  2. De dagvaarding behelst, in plaats van hetgeen in artikel 111, tweede lid, onder d, is vermeld, de omschrijving van de middelen, waarop het beroep steunt.

  3. De eiser is gehouden in het exploit van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.

  4. Hij wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij die advocaat, tenzij het exploit een andere binnen de gemeente 's-Gravenhage gekozen woonplaats uitdrukt.

Artikel 408

De verweerder kan de termijn, waarop hij gedagvaard is, verkorten door bij een aan de gekozen woonplaats des eisers betekend exploit deze tegen een vroegere dan in het exploit van dagvaarding opgegeven rechtsdag op te roepen.

Artikel 408a

  1. Alle zaken worden ingeschreven ter rolle van de enkelvoudige kamer en door haar behandeld.

  2. De enkelvoudige kamer verwijst de zaak naar de meervoudige kamer:

    1. wanneer pleidooi wordt gevraagd, tenzij volstaan zal worden met het overleggen van schriftelijke toelichtingen

    2. wanneer recht op de stukken wordt verzocht

    3. steeds wanneer zij verwijzing wenselijk acht.

  3. Is volstaan met het overleggen van schriftelijke toelichtingen, dan vindt verwijzing plaats wanneer arrest wordt gevraagd.

  4. Vervallen.

  5. Voor de toepassing van de artikelen 412, tweede lid, 417 en 418, eerste lid geldt de schriftelijke toelichting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en in het derde lid als pleidooi.

Artikel 409

  1. De advocaat bij de Hoge Raad, die voor de verweerder optreedt, verklaart dit bij de oproeping der zaak ter terechtzitting.

  2. Van deze verklaring geschiedt aantekening in het zittingblad.

  3. De verweerder wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij zijn advocaat. Hij kan echter ook een andere woonplaats mits binnen de gemeente 's-Gravenhage, in het zittingblad opgeven.

Artikel 410

  1. De verweerder, van zijn zijde in cassatie wensend te komen, doet dit, op straffe van verval van het recht daartoe, bij zijn conclusie van antwoord, welke alsdan een omschrijving behelst van de middelen, waarop het beroep steunt.

  2. De verweerder is in dit incidentele beroep ontvankelijk ook na verloop van de in artikel 402 gestelde termijnen en zelfs na berusting in de uitspraak.

  3. De afstand van het principale beroep doet het ingestelde incidentele beroep niet vervallen.

Artikel 411

  1. Wanneer de verweerder niet reeds op de eerste rechtsdag zijn conclusie van antwoord neemt, wordt hem tot dat einde, op zijn verlangen, een termijn van ten hoogste vier weken verleend.

  2. Hij is op straffe van verval van het recht exceptiën aan te voeren, gehouden deze met zijn antwoord ten principale te verenigen.

  3. Alleen de in artikel 128, derde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.

Artikel 412

  1. Ingeval van incidenteel beroep of indien door de verweerder een exceptie tegen het principale beroep wordt aangevoerd, wordt aan de eiser, op zijn verlangen, een termijn van ten hoogste vier weken verleend om het incidentele beroep of de voorgestelde exceptie bij conclusie te beantwoorden.

  2. Is het een noch het ander het geval, dan wordt onmiddellijk na het nemen der conclusie van antwoord de dag van pleidooi bepaald, tenzij partijen, onder overlegging der stukken, daarop recht vragen.

Artikel 413

Partijen zijn gehouden de bescheiden, waarop zij zich beroepen, elkander over en weer mede te delen in afschrift of door nederlegging van het oorspronkelijke ter griffie gedurende tenminste drie dagen.

Artikel 414

  1. Artikel 224 is van toepassing in cassatie.

  2. Niettemin is de oorspronkelijke verweerder, eiser zijnde in cassatie, niet gehouden tot zekerheidstelling.

  3. De verweerder in cassatie is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel beroep.

  4. De in vroegere instantiën gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van cassatie.

  5. De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.

Artikel 415

  1. De vordering tot zekerheidstelling en alle andere incidentele vorderingen worden ingesteld bij conclusie ter rolle.

  2. De verweerder op het incident neemt in dezelfde of in een nadere door de Hoge Raad te bepalen terechtzitting zijn conclusie van antwoord op het incident, dat door de Hoge Raad, na partijen, zo zij dit verlangen, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad te hebben gehoord, afzonderlijk wordt beslist.

Artikel 416

De aangewezen advocaat blijft de partij vertegenwoordigen totdat hetzij door haar een andere advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen bij aan de wederpartij betekend exploit, hetzij de advocaat zelf aan deze laatste bij betekend exploit of ter terechtzitting heeft aangezegd, dat hij zich aan de verdere behandeling der zaak onttrekt.

Artikel 417

De pleidooien kunnen ook worden gehouden door andere dan de volgens de artikelen 407 en 409 aangewezen advocaten, zonder dat de daaruit ontstaande vermeerdering van kosten in de uitspraak over de kosten begrepen is.

Artikel 418

  1. Na de pleidooien, of nadat partijen recht op de stukken hebben verzocht, neemt de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie, hetzij onmiddellijk, hetzij op een daartoe te bepalen dag.

  2. Tenzij de Hoge Raad dadelijk uitspraak doet, bepaalt hij de dag, waarop dit zal geschieden.

Artikel 418a

Voor zover uit deze titel niet anders voortvloeit, zijn van de tweede titel de artikelen 87 tot en met 92, de artikelen111 tot en met 120, artikel 125, de zevende tot en met de negende afdeling, artikel 224 alsmede de elfde tot en met de dertiende afdeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 407a

  1. De griffier stuurt de eiser een oproepingsbericht na ontvangst van de procesinleiding.

  2. In het oproepingsbericht neemt de griffier de inhoud en de datum van indiening van de procesinleiding op, alsmede de gegevens bedoeld in de onderdelen h, j, k en l van artikel 111, tweede lid. De griffier vermeldt daarnaast de rechtsgevolgen die intreden indien de verweerder het door zijn verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet en de dag waarop de verweerder ten laatste zijn verweerschrift kan indienen.

Artikel 407b

  1. Het oproepingsbericht bedoeld in artikel 407a wordt aan de verweerder bij exploot betekend of door eiser op andere wijze bezorgd, binnen twee weken na de dag van indiening van de procesinleiding, tenzij de wet anders bepaalt. Het exploot van betekening van het oproepingsbericht wordt door de eiser ingediend uiterlijk op de dag, voorafgaande aan de dag waarop de verweerder ten laatste kan verschijnen. Is de verweerder eerder verschenen, dan kan de eiser de indiening van het exploot van betekening achterwege laten.

  2. Heeft de eiser het oproepingsbericht bezorgd op andere wijze, bedoeld in het eerste lid, en verschijnt de verweerder niet uiterlijk op de laatste dag waarop hij diende te verschijnen, dan kan eiser binnen twee weken na de dag waarop verweerder uiterlijk diende te verschijnen, het oproepingsbericht doen betekenen bij de verweerder. De termijn om te verschijnen bedoeld in artikel 407, tweede lid, wordt in dat geval verlengd met vier weken. Het oproepingsbericht kan met het oog daarop door de deurwaarder in zijn exploot van betekening worden verbeterd of aangevuld. In dat geval vervangt dit gewijzigde oproepingsbericht het eerdere oproepingsbericht en geldt deze nieuwe uiterlijke verschijningsdatum.

  3. Indien eiser de oproeping bij exploot bedoeld in het tweede lid achterwege laat, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep in cassatie.

Artikel 407c

  1. In afwijking van artikel 407, tweede lid, onderdeel c, bedraagt de termijn om te verschijnen:

    1. minimaal vier weken en maximaal zes maanden indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat waar de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening van toepassing is. Deze termijn vangt aan op de dag na die waarop het oproepingsbericht aan de verweerder is betekend of aan hem is kennisgegeven op een wijze overeenkomstig de verordening bedoeld in artikel 56, eerste lid. De termijn van verschijning wordt in de procesinleiding opgenomen in plaats van de dag van verschijning;

    2. minimaal drie maanden en maximaal twaalf maanden indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat die partij is bij het op 15 november 1965 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (Trb. 1966, 91) of indien de verweerder noch in Nederland, noch in een Staat als bedoeld in dit artikel onder a of in een Staat als bedoeld in voormeld Verdrag, maar in een andere Staat een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft. Deze termijn vangt aan na de dag van indiening van de procesinleiding bij de Hoge Raad. De eiser dient het bewijs van betekening of van kennisgeving aan de verweerder onverwijld in, zodra hij hierover beschikt.

  2. Artikel 116 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn om te verschijnen ten minste zes weken bedraagt.

Artikel 409a

  1. De Hoge Raad houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3a, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.

  2. Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de Hoge Raad hiertoe overgaat, stelt de Hoge Raad eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.

  3. Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering