1. In een geding als bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie») kan de rechter degene die de vordering instelt en degene die zich aan diens zijde voegt, op vordering van de wederpartij verplichten zekerheid te stellen voor de proceskosten en schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 10 en 14 van die richtlijn tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als:

    1. dit voortvloeit uit een verdrag tussen een derde land en de Europese Unie of Nederland, dat vóór 6 mei 2024 is gesloten; of

    2. daardoor de effectieve toegang tot de rechter zou worden belemmerd voor degene van wie zekerheid wordt gevorderd.

  3. Artikel 224, derde tot en met vijfde lid, zijn van toepassing.