Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Inhoud
Hoofdstuk I Belastingplicht
Hoofdstuk II Voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen
Afdeling 2.1 Belastbaar bedrag
Afdeling 2.2 Algemene artikelen inzake bepaling van de winst
Afdeling 2.2a Hybridemismatches
Afdeling 2.3 Innovatiebox
Afdeling 2.4 Groepsrentebox
Afdeling 2.5 Deelnemingen
Afdeling 2.6 Bedrijfsfusie
Afdeling 2.7 Splitsing, juridische fusie en bestuurlijke herindeling of herschikking
Afdeling 2.8 Geruisloze terugkeer uit BV
Afdeling 2.9 Fiscale eenheid
Afdeling 2.9a Generieke renteaftrekbeperking
Afdeling 2.9b Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars
Afdeling 2.10 Eindafrekening
Afdeling 2.10a Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten
Afdeling 2.11 Aftrekbare giften
Hoofdstuk III Voorwerp van de belasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Hoofdstuk IV Verrekening van verliezen
Hoofdstuk V Tarief
Hoofdstuk Va Deelnemingsverrekening, verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en verrekening bij voordelen uit hoofde van een gecontroleerd lichaam
Hoofdstuk VI Wijze van heffing
Hoofdstuk VII Aanvullende regelingen
Hoofdstuk VIIa Aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen
Hoofdstuk VIIb Algemene antimisbruikbepaling
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 17a

HISTORISCH
  1. Tot een Nederlandse onderneming worden gerekend:

    1. in Nederland gelegen onroerende zaken, daaronder begrepen:

      1. rechten die direct of indirect betrekking hebben op in Nederland gelegen onroerende zaken en

      2. rechten die samenhangen met de exploratie en de exploitatie van in Nederland aanwezige natuurlijke rijkdommen waaronder ook wordt gerekend de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden, of rechten waaraan deze zijn onderworpen;

    2. rechten op aandelen in de winst of de medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd voorzover zij niet opkomen uit effectenbezit;

    3. schuldvorderingen op een in Nederland gevestigde vennootschap indien de gerechtigde tot de schuldvordering een aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b, in de vennootschap heeft;

    4. werkzaamheden die worden verricht als bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ook indien de bevoegdheid is beperkt tot buiten Nederland gelegen gedeelten van de onderneming van dat lichaam;

    5. werkzaamheden die gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen in, op of boven het Noordzeewinningsgebied worden verricht. Het Noordzeewinningsgebied bestaat uit de territoriale zee van Nederland alsmede het buiten de territoriale zee onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voorzover het Koninkrijk der Nederlanden daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen, en

    6. werkzaamheden als bedoeld in onderdeel e, indien deze na een onderbreking worden voortgezet door het lichaam dat deze werkzaamheden heeft verricht, of onmiddellijk of na een onderbreking worden voortgezet door een met dat lichaam verbonden lichaam en de duur van deze werkzaamheden in een tijdvak van 12 maanden een periode van ten minste 30 dagen bedraagt. In dat geval wordt ieder van deze lichamen geacht te hebben voldaan aan de in dat onderdeel gestelde voorwaarde van 30 dagen.

  2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing ingeval de gerechtigde tot de schuldvordering is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    1. de gerechtigde tot de schuldvordering heeft één van de in de bijlage bij Richtlijn nr. 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (Pb L 157) opgenomen rechtsvormen;

    2. de gerechtigde tot de schuldvordering is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de in Nederland gevestigde vennootschap, de in Nederland gevestigde vennootschap is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering of een ander is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering en van de in Nederland gevestigde vennootschap;

    3. de gerechtigde tot de schuldvordering en de Nederlandse vennootschap zijn in de lidstaat van vestiging onderworpen, zonder er van te zijn vrijgesteld, aan de aldaar geheven belasting naar de winst als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten derde, van de eerdergenoemde richtlijn;

    4. de gerechtigde tot de schuldvordering wordt in de lidstaat van vestiging niet geacht volgens een met een derde staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting buiten de lidstaten van de Europese Unie te zijn gevestigd;

    5. de schuldvordering behoort bij de gerechtigde tot de schuldvordering niet tot het vermogen van een buiten de lidstaten van de Europese Unie gelegen vaste inrichting.

11-07-2008 Huidig 01-01-2008 Historisch 01-11-2007 Historisch 01-08-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 09-03-2007 Historisch 06-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 08-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 08-04-2006 Historisch 03-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 09-12-2005 Historisch 02-12-2005 Historisch 01-12-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-03-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-08-2002 Historisch 16-07-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2005

Tekst van deze versie

  1. Tot een Nederlandse onderneming worden gerekend:

    1. in Nederland gelegen onroerende zaken, daaronder begrepen:

      1. rechten die direct of indirect betrekking hebben op in Nederland gelegen onroerende zaken en

      2. rechten die samenhangen met de exploratie en de exploitatie van in Nederland aanwezige natuurlijke rijkdommen waaronder ook wordt gerekend de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden, of rechten waaraan deze zijn onderworpen;

    2. rechten op aandelen in de winst of de medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd voorzover zij niet opkomen uit effectenbezit;

    3. schuldvorderingen op een in Nederland gevestigde vennootschap indien de gerechtigde tot de schuldvordering een aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b, in de vennootschap heeft;

    4. werkzaamheden die worden verricht als bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ook indien de bevoegdheid is beperkt tot buiten Nederland gelegen gedeelten van de onderneming van dat lichaam;

    5. werkzaamheden die gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen in, op of boven het Noordzeewinningsgebied worden verricht. Het Noordzeewinningsgebied bestaat uit de territoriale zee van Nederland alsmede het buiten de territoriale zee onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voorzover het Koninkrijk der Nederlanden daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen, en

    6. werkzaamheden als bedoeld in onderdeel e, indien deze na een onderbreking worden voortgezet door het lichaam dat deze werkzaamheden heeft verricht, of onmiddellijk of na een onderbreking worden voortgezet door een met dat lichaam verbonden lichaam en de duur van deze werkzaamheden in een tijdvak van 12 maanden een periode van ten minste 30 dagen bedraagt. In dat geval wordt ieder van deze lichamen geacht te hebben voldaan aan de in dat onderdeel gestelde voorwaarde van 30 dagen.

  2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing ingeval de gerechtigde tot de schuldvordering is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    1. 1°de gerechtigde tot de schuldvordering en de Nederlandse vennootschap hebbenheeft één van de in de bijlage bij Richtlijn nr. 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (Pb L 157) opgenomen rechtsvormen;
    2. de gerechtigde tot de schuldvordering is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de in Nederland gevestigde vennootschap, de in Nederland gevestigde vennootschap is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering of een ander is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering en van de in Nederland gevestigde vennootschap;

    3. 3°de gerechtigde tot de schuldvordering en de Nederlandse vennootschap zijn in de lidstaat van vestiging onderworpenonderworpen, zonder er van te zijn vrijgesteld, aan de aldaar geheven belasting naar de winst als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten derde, van de eerdergenoemde richtlijn;
    4. de gerechtigde tot de schuldvordering wordt in de lidstaat van vestiging niet geacht volgens een met een derde staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting buiten de lidstaten van de Europese Unie te zijn gevestigd;

    5. de schuldvordering behoort bij de gerechtigde tot de schuldvordering niet tot het vermogen van een buiten de lidstaten van de Europese Unie gelegen vaste inrichting.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de vennootschapsbelasting 1969