-
Vanaf het ontvoegingstijdstip van een dochtermaatschappij worden voor de toepassing van artikel 25a, vierde lid, de volgende voorheffingen verrekend met een aan die dochtermaatschappij opgelegde aanslag over het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip:
het bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen in de zin van artikel 15ak, derde lid, van die dochtermaatschappij; en
de niet verrekende voorheffingen van de moedermaatschappij die aan die dochtermaatschappij zijn toe te rekenen.
-
In afwijking van artikel 25a, vierde lid, en artikel 25b, stelt de inspecteur het bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip niet bij voor bezwaar vatbare beschikking vast, en zijn deze voorheffingen met inachtneming van artikel 25a, vierde lid, eerste en tweede zin, in dat jaar wel verrekenbaar.
-
Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing indien:
door de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij gezamenlijk aannemelijk wordt gemaakt dat die voorheffingen aan de dochtermaatschappij zijn toe te rekenen;
een verzoek tot het toerekenen van voorheffingen aan de dochtermaatschappij wordt gedaan bij de aangifte van de moedermaatschappij over het laatste jaar waarin de dochtermaatschappij nog deel uitmaakt van de fiscale eenheid.
-
Bij toepassing van het derde lid stelt de inspecteur het bedrag aan voorheffingen dat aan de dochtermaatschappij is toe te rekenen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 25b, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Vanaf het ontvoegingstijdstip worden voorheffingen die ingevolge het eerste lid, onderdeel b, in aanmerking worden genomen bij de dochtermaatschappij, niet in aanmerking genomen bij de moedermaatschappij.
-
Tegen de beschikking, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, die gelijktijdig met de aanslag over het jaar dat aanvangt op het ontvoegingstijdstip wordt vastgesteld, kan de dochtermaatschappij in bezwaar en beroep ook gronden aandragen die betrekking hebben op haar bedrag aan resterende voorvoegingsvoorheffingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Inhoud
Hoofdstuk I Belastingplicht
Hoofdstuk II Voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen
Afdeling 2.1 Belastbaar bedrag
Afdeling 2.2 Algemene artikelen inzake bepaling van de winst
Afdeling 2.2a Hybridemismatches
Afdeling 2.3 Innovatiebox
Afdeling 2.4 Groepsrentebox
Afdeling 2.5 Deelnemingen
Afdeling 2.6 Bedrijfsfusie
Afdeling 2.7 Splitsing, juridische fusie en bestuurlijke herindeling of herschikking
Afdeling 2.8 Geruisloze terugkeer uit BV
Afdeling 2.9 Fiscale eenheid
Afdeling 2.9a Generieke renteaftrekbeperking
Afdeling 2.9b Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars
Afdeling 2.10 Eindafrekening
Afdeling 2.10a Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten
Afdeling 2.11 Aftrekbare giften
Hoofdstuk III Voorwerp van de belasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Hoofdstuk IV Verrekening van verliezen
Hoofdstuk Va Deelnemingsverrekening, verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en verrekening bij voordelen uit hoofde van een gecontroleerd lichaam
Hoofdstuk VI Wijze van heffing
Hoofdstuk VII Aanvullende regelingen
Hoofdstuk VIIa Aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen
Hoofdstuk VIIb Algemene antimisbruikbepaling
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 31a
- Artikel 31b
- Artikel 31c
- Artikel 31d
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 33a
- Artikel 33b
- Artikel 33c
- Artikel 33d
- Artikel 34
- Artikel 34a
- Artikel 34b
- Artikel 34c
- Artikel 34d
- Artikel 34e
- Artikel 34f
- Artikel 34g
- Artikel 34h
- Artikel 34i
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
Artikel 15al
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.