Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Inhoud
Hoofdstuk I Belastingplicht
Hoofdstuk II Voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen
Afdeling 2.1 Belastbaar bedrag
Afdeling 2.2 Algemene artikelen inzake bepaling van de winst
Afdeling 2.2a Hybridemismatches
Afdeling 2.3 Innovatiebox
Afdeling 2.4 Groepsrentebox
Afdeling 2.5 Deelnemingen
Afdeling 2.6 Bedrijfsfusie
Afdeling 2.7 Splitsing, juridische fusie en bestuurlijke herindeling of herschikking
Afdeling 2.8 Geruisloze terugkeer uit BV
Afdeling 2.9 Fiscale eenheid
Afdeling 2.9a Generieke renteaftrekbeperking
Afdeling 2.9b Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars
Afdeling 2.10 Eindafrekening
Afdeling 2.10a Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten
Afdeling 2.11 Aftrekbare giften
Hoofdstuk III Voorwerp van de belasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Hoofdstuk IV Verrekening van verliezen
Hoofdstuk V Tarief
Hoofdstuk Va Deelnemingsverrekening, verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en verrekening bij voordelen uit hoofde van een gecontroleerd lichaam
Hoofdstuk VI Wijze van heffing
Hoofdstuk VII Aanvullende regelingen
Hoofdstuk VIIa Aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen
Hoofdstuk VIIb Algemene antimisbruikbepaling
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13f

HISTORISCH
  1. Indien een deelneming is verkregen van een verbonden lichaam en binnen 36 maanden na de verkrijging door de belastingplichtige is het lichaam waarin wordt deelgenomen ontbonden of heeft zijn onderneming geheel of voor een gedeelte gestaakt, wordt in afwijking van de artikelen 13d en 13e geen liquidatieverlies in aanmerking genomen.

  2. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het liquidatieverlies is toe te rekenen aan een waardedaling van de deelneming als gevolg van sedert de verkrijging nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

  3. Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord waarop het eerste lid toepassing heeft gevonden, of zou hebben gevonden als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest, wordt voor de toepassing van de artikelen 13d en 13e het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voorzover dit het verlies te boven gaat dat door de toepassing van het eerste lid buiten aanmerking is gebleven, of zou zijn gebleven als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest.

  4. De belastingplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag in hoeverre het tweede lid toepassing vindt, kan voorafgaand aan het tijdstip waarop het liquidatieverlies in aanmerking wordt genomen een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

11-07-2008 Huidig 01-01-2008 Historisch 01-11-2007 Historisch 01-08-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 09-03-2007 Historisch 06-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 08-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 08-04-2006 Historisch 03-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 09-12-2005 Historisch 02-12-2005 Historisch 01-12-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-03-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-08-2002 Historisch 16-07-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-03-2005.

Tekst van deze versie

  1. Indien een deelneming is verkregen van een verbonden lichaam en binnen 36 maanden na de verkrijging door de belastingplichtige is het lichaam waarin wordt deelgenomen ontbonden of heeft zijn onderneming geheel of voor een gedeelte gestaakt, wordt in afwijking van de artikelen 13d en 13e geen liquidatieverlies in aanmerking genomen.

  2. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het liquidatieverlies is toe te rekenen aan een waardedaling van de deelneming als gevolg van sedert de verkrijging nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

  3. Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord waarop het eerste lid toepassing heeft gevonden, of zou hebben gevonden als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest, wordt voor de toepassing van de artikelen 13d en 13e het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voorzover dit het verlies te boven gaat dat door de toepassing van het eerste lid buiten aanmerking is gebleven, of zou zijn gebleven als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest.

  4. De belastingplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag in hoeverre het tweede lid toepassing vindt, kan voorafgaand aan het tijdstip waarop het liquidatieverlies in aanmerking wordt genomen een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de vennootschapsbelasting 1969