-
De artikelen 4, 11, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 12, tweede lid, zijn gedurende een jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op degene die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verrichtte of aanbood en sindsdien onafgebroken heeft voortgezet. Indien binnen deze periode een aanvraag als bedoeld in artikel 5 is gedaan, geldt de vorige zin tot het tijdstip waarop op de aanvraag is beslist.
-
Indien gedurende de periode, genoemd in het eerste lid, eerste zin, een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 5 niet binnen de termijn, genoemd in artikel 5, derde lid, eerste zin, kan worden gegeven, deelt Onze Minister dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt Onze Minister een termijn van ten hoogste dertien weken waarbinnen Onze Minister beslist.
Wet kwaliteit incassodienstverlening Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 8
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 29
Onze Minister voor Rechtsbescherming zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 30
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 31
Deze wet wordt aangehaald als: Wet kwaliteit incassodienstverlening.