Wet kwaliteit incassodienstverlening Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 3

Uitvoering van de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden en het personeel

Artikel 11

  1. Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden slechts verricht of aangeboden:

    1. onder een naam en met vermelding van het registratiekenmerk die staan vermeld in het register;

    2. onder een naam waarmee een persoon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, staat ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister, onderscheidenlijk op het tableau of, voor zover het een advocaat als bedoeld in artikel 16b van de Advocatenwet betreft, met een vermelding als bedoeld in artikel 16c van de Advocatenwet.

  2. Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden slechts verricht of aangeboden, indien:

    1. de contactgegevens die krachtens artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c, zijn opgenomen in het register, in overeenstemming zijn met de feitelijke situatie;

    2. de plaats van vestiging die is opgenomen in het gerechtsdeurwaardersregister, onderscheidenlijk de contactgegevens die zijn verwerkt op het tableau, in overeenstemming zijn met de feitelijke situatie.

  3. Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden niet verricht door de in het eerste lid bedoelde aanbieders of personen zonder dat dit aan schuldenaren wordt gemeld.

Artikel 12

  1. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden stelt niemand te werk die zal worden belast met contact met een schuldenaar of schuldeiser of met de leiding hierover, dan nadat deze persoon een verklaring omtrent het gedrag over heeft gelegd die op het moment van de overlegging niet ouder dan drie maanden is.

  2. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden stelt geen bestuurder te werk wiens naam en voornaam of voornamen niet staan vermeld in het register.

Artikel 13

  1. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, of aan deze werkzaamheden leiding geven, voldoende vakbekwaam zijn en hun vakbekwaamheid periodiek onderhouden.

  2. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt jegens de schuldenaar en schuldeiser zorg voor inzicht in de opbouw van de vordering tot betaling van een geldsom en specificeert daarbij zo goed mogelijk waar de vordering, of onderdelen daarvan, op gebaseerd is. Hij neemt hierbij alle voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden geldende wettelijke voorschriften in acht.

  3. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt zorg voor een correcte omgang met schuldenaren en schuldeisers en zorgt daarbij voor een afdoende informatievoorziening jegens hen.

  4. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt zorg voor een deugdelijke inrichting van deze werkzaamheden en de administratie daarvan.

  5. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft een klachtenregeling en is aangesloten bij een geschillenregeling.

  6. Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden legt schriftelijk vast op welke wijze hij voldoet aan de eisen genoemd in het eerste tot en met vijfde lid.

  7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eisen genoemd in het eerste tot en met vijfde lid.

Artikel 14

  1. Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  2. In afwijking van het eerste lid:

    1. zijn de personen, bedoeld in artikel 30a van de Gerechtsdeurwaarderswet, belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien een persoon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van deze wet buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht of aanbiedt;

    2. is de deken belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien een persoon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht of aanbiedt.

  3. Artikel 45a, tweede lid, van de Advocatenwet is van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving door de deken, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

Artikel 15

  1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4, 11, 12 of 13.

  2. In afwijking van het eerste lid:

    1. is het Bureau Financieel Toezicht bevoegd ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, die buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht of aanbiedt;

    2. is de deken bevoegd ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, die buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht of aanbiedt.

Artikel 16

  1. Onze Minister kan aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van:

    1. het bepaalde bij of krachtens artikel 11, 12 of 13;

    2. artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  2. Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De bestuurlijke boete bedraagt:

    1. in geval van overtreding van artikel 11, ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

    2. in geval van overtreding van artikel 12, ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

    3. in geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 13, ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

    4. in geval van overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  4. De artikelen 23, zevende lid, eerste zin, en achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht en 6, eerste lid, laatste zin, van de Wet op de economische delicten zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. De werking van het besluit tot oplegging van de boete wordt opgeschort totdat:

    1. de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist, in geval van een boete van de derde of vierde categorie;

    2. de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist, in geval van een boete van de vierde categorie.

  6. Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de overtreding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 17

Onze Minister haalt een registratie door, indien:

  1. de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden naar het oordeel van Onze Minister in ernstige mate niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 11, 12 of 13 gestelde regels;

  2. zich bij het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden feiten hebben voorgedaan waardoor naar het oordeel van Onze Minister in ernstige mate niet is gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.

← terug naar Wet kwaliteit incassodienstverlening