-
Er is een register waarin op hun aanvraag verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden ingeschreven, die voldoen aan de daarvoor bij en krachtens deze wet gestelde voorwaarden.
-
Het register bevat, voor zover van toepassing, de volgende gegevens over verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden:
de datum van de registratie en een daarbij toegekend registratiekenmerk;
de naam of namen waaronder buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden verricht of aangeboden;
de naam en voornaam of voornamen van de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, het adres waar hij kantoor houdt, een telefoonnummer waarop hij bereikbaar is en overige contactgegevens;
de naam en voornaam of voornamen van de bestuurders;
een wijziging als bedoeld in artikel 8;
een bestuurlijke sanctie als bedoeld in de artikelen 15 en 16, met een aanduiding indien een besluit hiertoe nog niet onherroepelijk is;
een schorsing en een opheffing van een schorsing als bedoeld in artikel 9, met een aanduiding indien een besluit hiertoe nog niet onherroepelijk is;
een doorhaling van een registratie als bedoeld in de artikelen 10 en 17, met een aanduiding indien een besluit hiertoe nog niet onherroepelijk is;
het vervallen van een registratie, bedoeld in het vijfde lid.
-
Het register wordt gehouden door Onze Minister. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor het register als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming. Onze Minister kan een verwerker als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van de Algemene verordening gegevensbescherming aanwijzen.
-
Ten behoeve van de kwaliteitsborging van de incassodienstverlening, verwerkt Onze Minister persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn uit deze wet en de daarop berustende bepalingen voortvloeiende taken en bevoegdheden.
-
Onze Minister geeft, voor zover van toepassing, aan een ieder in ieder geval via een daartoe geschikte website kennis:
van een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b en c;
gedurende een schorsing, van de mededeling dat en de datum waarop in het register is opgenomen dat een registratie is geschorst, met een aanduiding indien een besluit hiertoe nog niet onherroepelijk is;
na een doorhaling krachtens een besluit dat nog niet onherroepelijk is, van de mededeling dat en de datum waarop in het register is opgenomen dat een registratie is doorgehaald, met de aanduiding dat een besluit hiertoe nog niet onherroepelijk is.
-
Een registratie vervalt, indien de kosten die krachtens artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten laste worden gebracht, niet of niet tijdig zijn voldaan.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste tot en met vijfde lid.
Wet kwaliteit incassodienstverlening Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 2
Artikel 4
-
Het is verboden zonder registratie, of met een geschorste registratie, buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.
-
Het eerste lid geldt niet voor:
een gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en toegevoegd gerechtsdeurwaarder, die krachtens de Gerechtsdeurwaarderswet bevoegd is ambtshandelingen te verrichten;
een advocaat die krachtens de Advocatenwet is ingeschreven op het tableau en een advocaat als bedoeld in artikel 16b van de Advocatenwet.
Artikel 5
-
Bij de aanvraag tot de inschrijving in het register verstrekt degene die buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wenst te verrichten of aan te bieden:
een uiteenzetting hoe ervoor wordt gezorgd dat zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 11, 12 en 13 gestelde regels;
gegevens over de gronden, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 7, eerste lid, onderdelen b tot en met f;
de naam of namen waaronder hij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wenst te verrichten of aan te bieden, indien en voor zover deze niet reeds volgen uit het handelsregister;
het adres waar hij kantoor houdt, een telefoonnummer waarop hij bereikbaar is en overige contactgegevens, indien en voor zover deze niet reeds volgen uit het handelsregister;
voor zover van toepassing, de naam en voornaam of voornamen van de bestuurders, indien en voor zover deze niet reeds volgen uit het handelsregister.
-
Met een uiteenzetting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een inschrijving in een register of een vergunning die is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij en krachtens deze wet gestelde regels wordt nagestreefd.
-
Onze Minister neemt binnen dertien weken een beslissing op de aanvraag. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze van indiening van de aanvraag.
Artikel 6
-
Onze Minister laat de aanvraag tot inschrijving in het register buiten behandeling, indien en voor zolang:
een rechterlijke uitspraak waarbij de aanvrager, een bestuurder of een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waarbij de aanvrager of een bestuurder van de aanvrager is betrokken, onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen, dan wel wegens schulden is gegijzeld, niet onherroepelijk is;
de registratie van de aanvrager of van een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waarbij de aanvrager of een bestuurder van de aanvrager is betrokken, is geschorst;
een krachtens artikel 10, aanhef en onderdeel c, of artikel 17 genomen besluit tot doorhaling van de registratie van de aanvrager of van een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waarbij de aanvrager of een bestuurder van de aanvrager is betrokken, niet onherroepelijk is;
de kosten die krachtens artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ten laste worden gebracht, niet zijn voldaan.
-
De termijn, genoemd in artikel 5, derde lid, wordt in ieder geval opgeschort tot de dag waarop een in het eerste lid bedoelde omstandigheid zich niet langer voordoet en de aanvrager heeft verzocht de aanvraag verder in behandeling te nemen.
Artikel 7
-
Onze Minister weigert de inschrijving in het register, indien:
gelet op de voornemens van de aanvrager en de antecedenten van de aanvrager en, voor zover van toepassing, de bestuurders, naar redelijke verwachting niet zal worden voldaan aan een bij of krachtens artikel 11, 12 of 13 gestelde regel of overigens niet zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht;
de aanvrager of een bestuurder ingevolge een onherroepelijke rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen, dan wel wegens schulden is gegijzeld;
de aanvrager, een bestuurder of een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waarbij de aanvrager of een bestuurder van de aanvrager is betrokken, binnen de laatste vijf jaar, terug te rekenen vanaf de datum van de aanvraag tot inschrijving in het register, ingevolge een onherroepelijke rechterlijke uitspraak in staat van faillissement is verklaard of surseance van betaling heeft verkregen, tenzij naar oordeel van Onze Minister aannemelijk is gemaakt dat de aanvrager of bestuurder ter zake geen verwijt treft;
de onderneming van de aanvrager of van een bestuurder ingevolge een onherroepelijke rechterlijke uitspraak geheel of gedeeltelijk is stilgelegd op grond van artikel 7, onderdeel c, van de Wet op de economische delicten;
de aanvrager of een bestuurder ingevolge een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is ontzet van het recht om buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden op grond van artikel 28, eerste lid, onderdeel 5°, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 7, onderdeel a, van de Wet op de economische delicten;
de registratie van de aanvrager of van een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waarbij de aanvrager of een bestuurder van de aanvrager is betrokken, binnen de laatste vijf jaar, terug te rekenen vanaf de datum van de aanvraag tot inschrijving in het register, onherroepelijk is doorgehaald op grond van artikel 10, onderdeel c, of artikel 17, tenzij naar oordeel van Onze Minister aannemelijk is gemaakt dat de aanvrager of bestuurder ter zake geen verwijt treft.
-
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing, indien de aanvrager is ingeschreven in een register of aan de aanvrager een vergunning is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij en krachtens deze wet gestelde regels wordt nagestreefd.
Artikel 8
-
Onze Minister kan op aanvraag van de verrichter of aanvrager van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden een registratie wijzigen:
ter toevoeging of verwijdering van een naam waaronder buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden verricht of aangeboden;
met betrekking tot contactgegevens als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
ter toevoeging of verwijdering van een bestuurder.
-
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 6, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, en tweede lid, en 7 zijn daarnaast van overeenkomstige toepassing, indien de aanvraag een registratie te wijzigen, een toevoeging betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of c.
Artikel 9
-
Onze Minister schorst een registratie, indien en voor zolang:
aan een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden of een bestuurder de vrijheid is ontnomen krachtens:
- 1°
een rechterlijke uitspraak waarbij hij wegens een misdrijf is veroordeeld; of
- 2°
een bevel tot voorlopige hechtenis;
- 1°
de onderneming van de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden geheel of gedeeltelijk is stilgelegd op grond van artikel 7, onderdeel c, van de Wet op de economische delicten;
een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden of een bestuurder is ontzet van het recht om buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden op grond van artikel 28, onderdeel 5°, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 7, onderdeel a, van de Wet op de economische delicten;
een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden of een bestuurder bij rechterlijke uitspraak onder curatele staat, in staat van faillissement verkeert, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, hij in surseance van betaling verkeert, dan wel wegens schulden is gegijzeld.
-
De griffier van het gerecht dat een in het eerste lid bedoelde beslissing of een beslissing die de opheffing van de schorsing tot gevolg heeft, heeft uitgesproken, geeft hiervan onverwijld kennis aan Onze Minister.
-
Onze Minister kan een registratie schorsen, indien en voor zo lang:
niet is voldaan aan een vordering als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
hij zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt een registratie door te halen krachtens artikel 10, onderdeel c, en dat voornemen niet is ingetrokken of heeft geleid tot een besluit;
hij zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt een registratie door te halen krachtens artikel 17 en dat voornemen niet is ingetrokken of heeft geleid tot een besluit.
-
Onze Minister kan de schorsing van de registratie opheffen op aanvraag van de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. Artikel 5, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
-
Onze Minister haalt een registratie door, indien:
de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hierom verzoekt;
de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden is overleden;
de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt voor de inschrijving in het register of de wijziging van een registratie naar zijn oordeel zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens of bescheiden volledig bekend waren geweest.
-
In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is Artikel 5, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.