Wet ambtenaren defensie

Inhoud

Artikel 12o

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2023.
  1. Onze Minister kan burgerlijke ambtenaren aanstellen om werkzaam te zijn bij het Ministerie van Defensie.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister worden voor de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, voorschriften vastgesteld betreffende:

    1. aanstelling, schorsing en ontslag;

    2. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;

    3. bezoldiging en wachtgeld;

    4. diensttijden;

    5. verlof en vakantie;

    6. voorzieningen in verband met ziekte;

    7. bescherming bij de arbeid;

    8. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;

    9. medezeggenschap;

    10. overige rechten en verplichtingen;

    11. disciplinaire straffen, met dien verstande dat een boete dan wel een inhouding of korting op de bezoldiging per opgelegde disciplinaire straf ten hoogste gelijk is aan het bedrag van het salaris van de ambtenaar over anderhalve maand;

    12. de instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen, voor zover deze worden mogelijk gemaakt;

    13. de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt;

    14. de gevallen waarin berichten inzake de rechtspositie van de ambtenaar in afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitsluitend elektronisch verzonden behoeven te worden en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen.

  3. De paragrafen 2, 3 en 4 van de Ambtenarenwet 2017 zijn, met uitzondering van artikel 6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid.

  4. Het is de ambtenaar in de zin van het eerste lid toegestaan deel te nemen aan een staking of andere vormen van collectieve actie, tenzij de deelname aan die staking of collectieve actie de operationele inzet van de krijgsmacht kan verstoren of belemmeren.

  5. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Huis voor klokkenluiders meldt, zal als gevolg daarvan geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na de behandeling van deze melding bij het bevoegd gezag of de daartoe bevoegde instantie.

  6. De artikelen 12b en 12c zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid.

01-01-2026 Huidig 18-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister kan burgerlijke ambtenaren aanstellen om werkzaam te zijn bij het Ministerie van Defensie.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister worden voor de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, voorschriften vastgesteld betreffende:

    1. aanstelling, schorsing en ontslag;

    2. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;

    3. bezoldiging en wachtgeld;

    4. diensttijden;

    5. verlof en vakantie;

    6. voorzieningen in verband met ziekte;

    7. bescherming bij de arbeid;

    8. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;

    9. medezeggenschap;

    10. overige rechten en verplichtingen;

    11. disciplinaire straffen, met dien verstande dat een boete dan wel een inhouding of korting op de bezoldiging per opgelegde disciplinaire straf ten hoogste gelijk is aan het bedrag van het salaris van de ambtenaar over anderhalve maand;

    12. de instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen, voor zover deze worden mogelijk gemaakt;

    13. de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt;

    14. de gevallen waarin berichten inzake de rechtspositie van de ambtenaar in afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitsluitend elektronisch verzonden behoeven te worden en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen.

  3. De paragrafen 2, 3 en 4 van de Ambtenarenwet 2017 zijn, met uitzondering van artikel 6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid.

  4. Het is de ambtenaar in de zin van het eerste lid toegestaan deel te nemen aan een staking of andere vormen van collectieve actie, tenzij de deelname aan die staking of collectieve actie de operationele inzet van de krijgsmacht kan verstoren of belemmeren.

  5. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Huis voor klokkenluiders meldt, zal als gevolg daarvan geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na de behandeling van deze melding bij het bevoegd gezag of de daartoe bevoegde instantie.

  6. De artikelen 12b en 12c zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet ambtenaren defensie