Wet ambtenaren defensie

Inhoud

Artikel 12j

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
  1. De militair ambtenaar is gehouden tot het naar beste vermogen uitvoeren van de hem in het belang van de taakuitoefening van de krijgsmacht opgedragen werkzaamheden en diensten.

  2. Hij kan in het belang van die taakuitoefening overal ter wereld worden ingezet.

  3. De militair ambtenaar kan voor het verrichten van de hem opgedragen werkzaamheden worden gesteld onder een functionaris die niet behoort tot het militaire personeel van de krijgsmacht.

  4. De militair ambtenaar in werkelijke dienst kan worden verplicht, wanneer naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang dit vordert, tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan die welke uit de militaire hoedanigheid voortvloeien. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in plaats van stakers of uitgeslotenen, tenzij het werkzaamheden betreft die naar het oordeel van Onze Minister geen uitstel gedogen.

  5. Indien militairen worden verplicht tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid kan Onze Minister een militair ambtenaar in werkelijke dienst, die bestuurslid of kaderlid is van een vakorganisatie van overheidspersoneel, op diens aanvraag tijdelijk van deze verplichting ontheffen.

01-01-2026 Huidig 18-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De militair ambtenaar is gehouden tot het naar beste vermogen uitvoeren van de hem in het belang van de taakuitoefening van de krijgsmacht opgedragen werkzaamheden en diensten.

  2. Hij kan in het belang van die taakuitoefening overal ter wereld worden ingezet.

  3. De militair ambtenaar kan voor het verrichten van de hem opgedragen werkzaamheden worden gesteld onder een functionaris die niet behoort tot het militaire personeel van de krijgsmacht.

  4. De militair ambtenaar in werkelijke dienst kan worden verplicht, wanneer naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang dit vordert, tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan die welke uit de militaire hoedanigheid voortvloeien. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in plaats van stakers of uitgeslotenen, tenzij het werkzaamheden betreft die naar het oordeel van Onze Minister geen uitstel gedogen.

  5. Indien militairen worden verplicht tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid kan Onze Minister een militair ambtenaar in werkelijke dienst, die bestuurslid of kaderlid is van een vakorganisatie van overheidspersoneel, op diens aanvraag tijdelijk van deze verplichting ontheffen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet ambtenaren defensie