-
De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid is belast met:
het toetsen van de wijze waarop het brandweerkorps, een bestuurscollege van een openbaar lichaam of een samenwerkingslichaam als bedoeld in artikel 125 van de Wet gemeenschappelijke regelingen of het bestuur van het Instituut Fysieke Veiligheid, uitvoering geeft aan de taken, met betrekking tot de brandweerzorg, de rampenbestrijding of crisisbeheersing;
het, in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, periodiek toetsen van de voorbereiding op de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door het brandweerkorps en de bestuursorganen, bedoeld onder a;
het verrichten van onderzoek naar aanleiding van een brand, ramp of crisis, tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, een onderzoek instelt.
-
De inspectie is met het oog op de uitoefening van de bevoegdheden van de Raad voor de rechtshandhaving, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, belast met het toezicht op de effectiviteit, de kwaliteit van de taakuitvoering en het beheer van de politie en de opleiding van de politie.
-
De inspectie is voorts met het oog op artikel 21, tweede lid, van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving belast met het gevraagd en ongevraagd adviseren van Onze Minister en, voor zover het betreft de taakuitvoering door de politie in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel de taken ten dienste van de justitie, Onze Minister van Justitie.
-
Voor zover de taak, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de brandweerzorg op een luchtvaartterrein, voert de Inspectie Verkeer en Waterstaat deze uit en stemt hierbij af met de inspectie.
-
Voor zover de taak, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de geneeskundige hulpverlening, voert de inspectie deze uit in overeenstemming met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Veiligheidswet BES Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen
Hoofdstuk 7
Artikel 72
-
De inspectie staat onder gezag van Onze Minister, voor zover zij is belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 71, eerste lid.
-
Indien ten aanzien van de inspectie een aanwijzing is gegeven als bedoeld in artikel 29 van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, staat de inspectie onder gezag van de Raad voor de rechtshandhaving.
Artikel 73
-
Het brandweerkorps en een orgaan als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder a, verstrekken de door Onze Minister aangewezen ambtenaren desgevraagd de inlichtingen die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met de uitvoering van toetsen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder a en b.
-
Het brandweerkorps, een orgaan van het openbaar lichaam, van een samenwerkingslichaam of van het Rijk dan wel een ieder die werkzaam is bij een organisatie, een instelling, een inrichting die of een bedrijf dat betrokken is bij een brand, ramp of crisis, verstrekt de door Onze Minister aangewezen ambtenaren desgevraagd de inlichtingen die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder c.
Artikel 74
-
De werkzaamheden die in het kader van artikel 71, eerste lid, worden uitgevoerd, worden jaarlijks door Onze Minister vastgesteld, gehoord de Rijksvertegenwoordiger.
-
Over de werkzaamheden, bedoeld in artikel 71, eerste lid, rapporteert de inspectie, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister.
-
De inspectie rapporteert tevens aan de Rijksvertegenwoordiger.
-
Onze Minister brengt in een multidisciplinair rapport aan de Staten-Generaal verslag uit van de bevindingen van de inspectie bij de toetsing, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder b.
-
Onze Minister zendt, onverminderd het vierde lid, de Staten-Generaal jaarlijks een door de inspectie opgesteld verslag van de werkzaamheden die in het kader van artikel 71, eerste lid, zijn uitgevoerd.
Artikel 75
-
De Rijksvertegenwoordiger kan een bestuursorgaan van het openbaar lichaam of van een samenwerkingslichaam een aanwijzing geven indien de taakuitvoering op grond van de hoofdstukken 4 en 5 in het desbetreffende openbaar lichaam tekortschiet.
-
Tot het geven van een aanwijzing gaat de Rijksvertegenwoordiger niet over dan nadat hij over de voorgenomen aanwijzing het bestuurscollege heeft gehoord.
-
De organen van het openbaar lichaam en een samenwerkingslichaam geven de Rijksvertegenwoordiger alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van het toezicht nodig heeft.
Artikel 76
-
Onverminderd artikel 71, eerste lid, zijn de ambtenaren die bij besluit van het bestuurscollege zijn aangewezen, belast met toezicht op de naleving van:
het gestelde bij of krachtens artikel 40;
het gestelde bij of krachtens artikel 51 ten aanzien van de krachtens artikel 45 aangewezen inrichtingen; en
de verordening, bedoeld in artikel 39.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het toezicht, bedoeld in het eerste lid, onder b.
Artikel 77
-
De gezaghebber, de Rijksvertegenwoordiger, de algemeen commandant en het door hem aangewezen ter plaatste dienstdoende personeel van de brandweer alsmede de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 73, eerste en tweede lid, zijn bevoegd elke plaats te betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen.
-
De titels X en XI van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
de machtiging, bedoeld in artikel 155 van het Wetboek van Strafvordering BES, wordt verleend door de gezaghebber;
het legitimatiebewijs, bedoeld in artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering BES, wordt uitgegeven door de gezaghebber;
het schriftelijk verslag omtrent het binnentreden, bedoeld in artikel 163 van het Wetboek van Strafvordering BES, wordt toegezonden aan de gezaghebber.
-
De gezaghebber, de lokaal commandant van de brandweer en het door hem aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer alsmede de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 73, eerste en tweede lid, zijn bevoegd alle benodigde uitrustingsstukken en hulpmiddelen op de plaats, bedoeld in het eerste lid, mee te nemen en daarvan op zodanige wijze gebruik te maken als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten.