Veiligheidswet BES

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 7 Toezicht
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen

Artikel 9

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-08-2018.
  1. In bijzondere gevallen kan door het politiekorps bijstand worden verleend aan de Koninklijke marechaussee met inachtneming van het tweede en derde lid.

  2. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het politiekorps voor de handhaving van de openbare orde, dan richt Onze Minister van Defensie op aanvraag van de gezaghebber een verzoek daartoe door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger aan Onze Minister. Onze Minister treft de nodige voorzieningen en stelt Onze Ministers van Defensie en van Justitie hiervan in kennis.

  3. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het politiekorps voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie, dan richt Onze Minister van Defensie op aanvraag van de hoofdofficier van justitie een verzoek daartoe aan de procureur-generaal. De procureur-generaal brengt de aanvraag ter kennis van Onze Minister, die de nodige voorzieningen treft en Onze Ministers van Defensie en van Justitie daarvan in kennis stelt.

01-08-2018 Huidig 01-01-2013 Historisch 01-01-2011 Historisch 11-10-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. In bijzondere gevallen kan door het politiekorps bijstand worden verleend aan de Koninklijke marechaussee met inachtneming van het tweede en derde lid.

  2. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het politiekorps voor de handhaving van de openbare orde, dan richt Onze Minister van Defensie op aanvraag van de gezaghebber een verzoek daartoe door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger aan Onze Minister. Onze Minister treft de nodige voorzieningen en stelt Onze Ministers van Defensie en van Justitie hiervan in kennis.

  3. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het politiekorps voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie, dan richt Onze Minister van Defensie op aanvraag van de hoofdofficier van justitie een verzoek daartoe aan de procureur-generaal. De procureur-generaal brengt de aanvraag ter kennis van Onze Minister, die de nodige voorzieningen treft en Onze Ministers van Defensie en van Justitie daarvan in kennis stelt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Veiligheidswet BES