Veiligheidswet BES

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 7 Toezicht
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen

Artikel 42

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-08-2018.
  1. Het bestuurscollege stelt, na overleg met de algemeen commandant, ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

  2. Het beleidsplan omvat in ieder geval:

    1. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van het openbaar lichaam, van het brandweerkorps en van de politie in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

    2. een uitwerking van door Onze Minister vastgestelde doelstellingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid;

    3. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties;

    4. een oefenbeleidsplan;

    5. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie van de eilandelijke rampencoördinator, bedoeld in artikel 48, derde lid;

    6. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om te voldoen aan de gestelde opkomsttijden.

  3. Het beleidsplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  4. Het beleidsplan is afgestemd met het beheersplan van het politiekorps, bedoeld in artikel 23, en het beheersplan van het brandweerkorps, als bedoeld in artikel 29, en zo mogelijk afgestemd met een vergelijkbaar plan van omringende eilanden.

  5. Het bestuurscollege zendt het beleidsplan en de wijzigingen daarop binnen een maand na vaststelling ter toetsing toe aan de Rijksvertegenwoordiger en ter kennisneming aan Onze Minister, de algemeen commandant, en de bestuurscolleges van de andere openbare lichamen.

  6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het beleidsplan.

01-08-2018 Huidig 01-01-2013 Historisch 01-01-2011 Historisch 11-10-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Het bestuurscollege stelt, na overleg met de algemeen commandant, ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

  2. Het beleidsplan omvat in ieder geval:

    1. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van het openbaar lichaam, van het brandweerkorps en van de politie in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

    2. een uitwerking van door Onze Minister vastgestelde doelstellingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid;

    3. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties;

    4. een oefenbeleidsplan;

    5. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie van de eilandelijke rampencoördinator, bedoeld in artikel 48, derde lid;

    6. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om te voldoen aan de gestelde opkomsttijden.

  3. Het beleidsplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  4. Het beleidsplan is afgestemd met het beheersplan van het politiekorps, bedoeld in artikel 23, en het beheersplan van het brandweerkorps, als bedoeld in artikel 29, en zo mogelijk afgestemd met een vergelijkbaar plan van omringende eilanden.

  5. Het bestuurscollege zendt het beleidsplan en de wijzigingen daarop binnen een maand na vaststelling ter toetsing toe aan de Rijksvertegenwoordiger en ter kennisneming aan Onze Minister, de algemeen commandant, en de bestuurscolleges van de andere openbare lichamen.

  6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het beleidsplan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Veiligheidswet BES