Veiligheidswet BES

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 7 Toezicht
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen

Artikel 78

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-08-2018.
  1. Overtreding van de regels van de verordening, bedoeld in artikel 39 en van het bij of krachtens de artikelen 31 en 40, derde, vijfde en zesde lid, bepaalde wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

  2. In geval van overtreding van artikel 40, derde lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.

  3. Het niet naleven van artikel 51, derde lid, is een strafbaar feit en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan, en gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie, indien het feit niet opzettelijk is begaan.

  4. Het niet naleven van artikel 56, tweede lid, door degene die een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 45, eerste lid, aangewezen categorie drijft, is een strafbaar feit en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan, en gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie, indien het feit niet opzettelijk is begaan.

  5. De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

  6. De in het derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover zij geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen.

01-08-2018 Huidig 01-01-2013 Historisch 01-01-2011 Historisch 11-10-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2011.

Tekst van deze versie

  1. Overtreding van de regels van de verordening, bedoeld in artikel 39 en van het bij of krachtens de artikelen 31 en 40, derde, vijfde en zesde lid, bepaalde wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

  2. In geval van overtreding van artikel 40, derde lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.

  3. Het niet naleven van artikel 51, derde lid, is een strafbaar feit en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan, en gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie, indien het feit niet opzettelijk is begaan.

  4. Het niet naleven van artikel 56, tweede lid, door degene die een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 45, eerste lid, aangewezen categorie drijft, is een strafbaar feit en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan, en gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie, indien het feit niet opzettelijk is begaan.

  5. De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

  6. De in het derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover zij geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Veiligheidswet BES