Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de kleding van de politie.
Veiligheidswet BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen
§ 5
Artikel 16
-
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie.
-
In de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voorzien in:
de instelling van een commissie, bestaande uit onafhankelijke leden, die op de wijze in de regeling te bepalen is belast met de behandeling van en advisering over in de regeling aangewezen categorieën van klachten, waarbij zo nodig aandacht wordt geschonken aan de in onderdeel c genoemde aspecten;
de registratie van de mondeling en schriftelijk ingediende klachten en, indien beschikbaar, de daarop genomen beslissingen, alsmede
een jaarlijkse publicatie van de geregistreerde klachten en beslissingen, waarin wordt aangegeven in hoeverre klachten wijzen op structurele tekortkomingen in het functioneren van de politie en waarin, zo nodig, aandacht wordt geschonken aan de middelen om deze tekortkomingen op te heffen.
-
Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de behandeling van klachten als bedoeld in het tweede lid, onder a. Indien een commissie over de klacht zal adviseren, deelt de korpschef dit, in afwijking van artikel 9:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zo spoedig mogelijk aan de indiener van de klacht mede.
Artikel 17
-
Bij regeling van Onze Ministers worden nadere regels gesteld ten aanzien van de behandeling van klachten over gedragingen van buitengewone agenten van politie.
-
Bij regeling van Onze Minister van Defensie worden nadere regels gesteld ten aanzien van de behandeling van klachten over gedragingen van militairen van de Koninklijke marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht bij de uitvoering van hun in deze wet omschreven taken.
-
Artikel 16, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
-
De korpsbeheerder politie draagt zorg voor de behandeling van een klacht die is ingediend over een gedraging van de ambtenaar van politie, aangesteld bij het politiekorps.
-
Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, draagt zorg voor de behandeling van een klacht die is ingediend over een gedraging van een buitengewoon agent van politie.
-
Onze Minister van Defensie draagt zorg voor de behandeling van een klacht die is ingediend over een gedraging van een militair van de Koninklijke marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht bij de uitvoering van zijn in deze wet omschreven taken.
Artikel 19
-
Een klacht over een gedraging van een ambtenaar van politie, een buitengewoon agent van politie of van een militair van de Koninklijke marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht bij de uitvoering van zijn in deze wet omschreven taken, wordt ingediend bij de korpsbeheerder politie.
-
Een klacht over een gedraging van een buitengewoon agent van politie kan ook worden ingediend bij Onze Minister van Justitie.
-
Een klacht over een gedraging van een militair van de Koninklijke marechaussee dan wel enig ander onderdeel van de krijgsmacht bij de uitvoering van zijn in deze wet omschreven taken, kan ook worden ingediend bij Onze Minister van Defensie.
-
De korpsbeheerder politie draagt zorg voor een onverwijlde doorzending van een klacht als bedoeld in het tweede en derde lid aan Onze Minister van Justitie respectievelijk Onze Minister van Defensie.
-
Na ontvangst van de klacht wordt een afschrift ervan gezonden aan de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de gedraging waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden, alsmede aan de hoofdofficier van justitie. De gezaghebber en de hoofdofficier van justitie worden in de gelegenheid gesteld over de klacht advies uit te brengen.
Artikel 20
In afwijking van artikel 9:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de klacht afgehandeld binnen tien weken of, indien een commissie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder a, is belast met de behandeling van en advisering over de klacht, binnen veertien weken na de ontvangst van de klacht.
Artikel 21
-
Onze Minister is belast met het aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan van ambtenaren van politie, met dien verstande dat plaatsing van ambtenaren van politie die uitsluitend of in hoofdzaak belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel het verrichten van taken ten dienste van de justitie, niet geschiedt dan na overleg met de procureur-generaal. Indien de taakvervulling van een zodanige ambtenaar van politie dit naar het oordeel van de procureur-generaal noodzakelijk maakt, draagt de korpsbeheerder politie voor vervanging zorg.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister worden voor de politie regels gesteld over:
de rechtspositie van de ambtenaren van politie;
de keuring en de controle op de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van ambtenaren van politie.
Artikel 22
-
Het lid van de leiding van het politiekorps dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de recherchefunctie, wordt benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, gehoord de procureur-generaal.
-
Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister wordt bepaald welke andere ambtenaren van politie die deel uitmaken van de leiding van het politiekorps, worden benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, gehoord de procureur-generaal.
-
Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister kan worden bepaald welke andere ambtenaren van politie dan die bedoeld in het eerste en tweede lid, worden benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit.
Artikel 23
-
De korpschef stelt na overleg met de hoofdofficier van justitie en de gezaghebbers, in overeenstemming met de procureur-generaal en met inachtneming van artikel 24, vierde lid, ten minste eenmaal in de vier jaar het ontwerp van het beheersplan voor het politiekorps op. Voorafgaand aan het opstellen van het ontwerp van het beheersplan worden de eilandsraden gehoord over de lokale prioriteiten.
-
De korpschef zendt het ontwerp van het beheersplan ter vaststelling aan de korpsbeheerder politie. De korpschef zendt de stukken ter kennisneming aan de eilandsraden, de Rijksvertegenwoordiger, de procureur-generaal en de hoofdofficier van justitie.
-
Indien de in het eerste lid vereiste overeenstemming niet kan worden bereikt, legt de korpschef de verschillen in zienswijze schriftelijk vast. Onze Minister beslist daarop, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, gehoord de procureur-generaal. De korpschef brengt de stukken in overeenstemming met de beslissing van Onze Minister.
-
De korpsbeheerder politie stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, het beheersplan vast.
-
Zodra het beheersplan is vastgesteld, zendt de korpschef dit aan de eilandsraden, de Rijksvertegenwoordiger, de procureur-generaal en de hoofdofficier van justitie.
-
De korpsbeheerder politie nodigt de hoofdofficier van justitie en de gezaghebbers uit deel te nemen aan het overleg over het beheer van de politie, bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van de rijkswet.
Artikel 24
-
Onze Ministers stellen ten minste eenmaal in de vier jaar de hoofdlijnen vast met betrekking tot het te voeren beleid ten aanzien van de taakuitvoering van de politie en het te voeren beheer van de politie voor de eerstkomende vier jaar.
-
Zodra de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, doen Onze Ministers hiervan mededeling door overlegging ervan aan de Staten-Generaal en door toezending ervan aan de korpsbeheerder politie, de procureur-generaal, de hoofdofficier van justitie en de korpschef.
-
Op basis en binnen het kader van de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, stellen Onze Ministers ten minste eenmaal in de vier jaar doelstellingen vast ter verwezenlijking van voornoemde hoofdlijnen. Voor zover het de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betreft dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie, wint Onze Minister van Justitie voorafgaand het advies in van de procureur-generaal.
-
In het beheersplan, bedoeld in artikel 23, wordt aangegeven op welke wijze wordt beoogd de doelstellingen te verwezenlijken.
-
De resultaten die in het voorafgaande jaar zijn behaald met de verwezenlijking van de doelstellingen, maken deel uit van het jaarplan, bedoeld in artikel 48 van de rijkswet.
-
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het derde, vierde en vijfde lid.
Artikel 26
De korpsbeheerder politie hanteert voor het politiekorps een kwaliteitszorgsysteem.