1. Met de opsporing van de bij artikel 78 strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister.

  2. Als opsporingsambtenaar kan slechts worden aangewezen degene die voldoet aan de door Onze Minister te stellen regels over de eisen van bekwaamheid.

  3. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.